Recensie

Oh Amerika, land van dromen en oorlog

Boek van de week

De Noor Johan Harstad en de Zweed Jan Guillou kijken terug op de jaren vijftig en zestig in de VS.

Illustratie Paul van der Steen NRC

Op bladzijde 87 van zijn 1230 bladzijden tellende Max, Mischa & het Tet-offensief schrijft Johan Harstad (1979) zichzelf uit het boek. Er staat: ‘Eigenlijk moet ik ook Johan noemen (maar dat tussen haakjes), die niet meer met ons meespeelt.’ Exit Johan. Hiermee distantieert hij zich nadrukkelijk van het autobiografische genre.

In Max, Mischa & het Tet-offensief is Scandinavië ver weg: hoofdpersoon Max Hansen verlaat als dertienjarige Noorwegen omdat zijn vader een baan krijgt als piloot bij een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij. Hij is een opgroeiende Noor in Amerika, verslaafd aan films waarin de Vietnamoorlog een cruciale rol speelt, zoals Apocalypse Now en The Deer Hunter.

Het boek begint met Max die als theaterregisseur over het continent reist en voorstellingen brengt. Hij ontwaakt in een hotelkamer en vanaf dat moment komt een bij vlagen fascinerende herinneringsstroom op gang waarin het toneel een beslissende rol speelt. De Mischa uit de titel is Max’ geliefde, een beeldend kunstenares die als Mischa Grey furore maakt in kunstkringen.

Het boek drijft op de Vietnamoorlog, waarvan het Tet-offensief uit de titel getuigt. Max’ oom Owen diende in die oorlog en maakte het offensief van januari 1968 mee toen Noord-Vietnam en de Vietcong een aanval openden op de Amerikanen. Na de oorlog raakt Owen in de ban van jazzmuziek en kreeg hij naam als pianist.

Voor jazzliefhebbers is Harstads boek een verrukking: zelden werd zo beeldend en gevoelvol over jazz geschreven. De groten komen voorbij: Miles Davis, John Coltrane, Cannonball Adderley, Charles Mingus. Zijn zinnen zijn als jazz zelf, ritmisch, soms pagina’s lang slingerend met een hartstochtelijke beat.

Bevrijdende jeugdcultuur

Het is opvallend welke grote rol Vietnam speelt in de Scandinavische literatuur. Ook in de nieuwe roman Echte Amerikaanse jeans van de Zweedse auteur Jan Guillou (1944), het zesde deel in de reeks De grote eeuw, komt de tragiek van de Vietnamoorlog aan de orde. Amerika is zowel het land van de bevrijdende jeugdcultuur, van jazz, hippies, spijkerbroeken, Coca-Cola en rock-’n’-roll, als de agressor in Zuidoost-Azië. Beide romans laten zien hoezeer droom- én oorlogsland Amerika infiltreert in landen aan de andere zijde van de oceaan. Beide auteurs brengen een ode aan het Amerika van de jaren vijftig en zestig met de Vietnamoorlog als keerzijde.

Harstad schrijft prachtig over de allereerste Noren die in 1825 vanuit Stavanger in een wrak schip emigreerden naar het land van belofte. Met deze migranten voelt hij zich verbonden. De hoofdpersoon van Echte Amerikaanse jeans heet Eric Lauritzen, telg uit een aristocratische familie. Hij is, als scholier, vooral betoverd door het Amerika van James Dean en Elvis Presley. Beleeft Max Hansen in Amerika zijn hoogtijdagen als acteur en regisseur, Eric introduceert de Amerikaanse verworvenheden juist in Zweden. Hij drinkt als eerste cola en imiteert spijkerbroekendrager James Dean in de rol van zijn bekendste film Rebel Without a Cause of Marlon Brando in On the Waterfront.

De beide romans vullen elkaar op bijzondere manier aan. Schrijft Harstad bedwelmend over jazz en rauw over Amerikaanse films, Guillou drukt zich poëtisch uit, zoals over Zweedse meisjes die er Amerikaans willen uitzien: ‘De meisjes blondeerden hun haar en staken het op in kleine hooioppers.’ In schrijfstijl zijn ze volkomen verschillend. Guillou is een aristocratisch verteller die behoedzaam zijn woorden kiest in een uitgewogen schrijfstijl, zonder zijn greep op het grote geheel te verliezen. Schitterend is het relaas over zijn oom Sverre die als koloniaal in Duits-Oost-Afrika verbleef. Maar Sverre houdt er geen trauma aan over, integendeel, het koloniale leven is hem een zegen en hij voelt zich de superieure vertegenwoordiger van het beschaafde West-Europa. Max’ oom Owen daarentegen is getraumatiseerd door zijn Vietnamverleden.

Proustiaanse kauwgum

Film, theater, beeldende kunst en jazz vormen het artistieke fundament van Max, Mischa en het Tet-offensief. Als het over literatuur gaat, is de verwijzing naar Op zoek naar de verloren tijd van Proust onvermijdelijk. Max’ herinneringsaanjager is geen Proustiaans koekje maar kauwgum van het merk Juicy Fruit. Amerikaanser kan het niet. Harstads roman reikt tot aan de huidige tijd, tot aan de aanslag op de Twin Towers. In het duizelingwekkende slothoofdstuk beschrijft hij hoe een natuurramp New York treft. In zijn beschrijvingskunst is Harstad onovertroffen. De eindeloze zinnen jagen voort, soms gaat de lezer ten onder aan de overdaad.

De kern van Harstads boek is de angst dat de tijd verglijdt, getuige deze zinnen die weergeven waar het om draait, als Max een van zijn dierbaarste vrienden verliest: ‘En het ergste van volwassen worden is dat je ten volle beseft wat er niet meer zijn inhoudt. De consequenties ervan. Komt nooit meer terug. De betekenis van het woord nooit. De reikwijdte ervan.’ Deze woorden zouden als motto kunnen gelden voor beide boeken: literatuur roept op wat verdwenen is.