Cultuur

Interview

Interview

Foto's Frank Ruiter

Kees de Koning: ‘Je wordt geen leuker persoon door veel succes en aandacht’

Kees de Koning (46) is eigenaar van hiphoplabel Top Notch dat het Nederlandse muzieklandschap ingrijpend heeft veranderd. „Waarom zou ik niet mogen werken met mensen die ooit iets fout hebben gedaan?”

De 24-jarige popster Ronnie Flex, bekend van nummer 1-hits als Drank & Drugs en Energie, loopt over een vol Rembrandtplein in Amsterdam. Hij is het boegbeeld van een ongekend succesvolle generatie nationale hiphopartiesten die de afgelopen jaren talloze gouden en platina platen in ontvangst nam en poprecords verbrak. Op het plein begint iemand te roepen. „Kees! Kees de Koning!”

Kees de Koning is de 46-jarige man die naast Ronnie Flex loopt. Hij is oprichter en eigenaar van platenlabel Top Notch, het leidende hiphoplabel in Nederland. Behalve Ronnie Flex heeft het label onder anderen SFB, Typhoon, Lil’ Kleine en Fresku onder contract, een recente aanwinst is de spraakmakende vlogger Ismail Ilgun. Top Notch-act Broederliefde, de rapgroep uit Spangen, stond vorig jaar met het album Hard Work Pays Off 2 dertien weken bovenaan de hitlijsten en verbrak daarmee het record van Frans Bauer. De Koning is ook manager van zangeres Anouk.

Lees ook het oudejaarsinterview met Ismail Ilgun: ‘Ik heb niets tegen de politie’

In de muziekscene was De Koning al langer een bekende naam; hij interviewde als tiener eind jaren tachtig Amerikaanse rappers voor VPRO Radio, organiseerde in de jaren negentig hiphopfeesten in Paradiso en was op 3FM host van een hiphopshow. Inmiddels is hij door het records brekende succes van Nederlandse hiphop, zijn rol als manager van Anouk en verschillende publicaties in de media een van de zichtbaarste spelers in de muziekindustrie. De Koning: „In het begin vond ik het fijn veel aandacht te krijgen, maar inmiddels vind ik het best eng en intimiderend overal herkend te worden.” Dat hij wordt nageroepen terwijl hij met een bekende artiest op pad is, „Dat is niet oké”.

Top Notch is onder andere het label van:

Ik spreek De Koning in twee uitgebreide middagsessies op diverse locaties in Amsterdam. We beginnen in Quartier Putain, zijn naar een lied van Drs. P genoemde koffiezaak op de Amsterdamse Wallen. Daarna wandelen we over de Nieuwmarkt naar het kantoor van zijn platenlabel. Een week later praten we verder in de woning in de binnenstad die hij twee weken eerder heeft betrokken; een prachtig pand met hoge plafonds en houten vloeren, waar de rondvaartboten traag aan voorbij trekken.

Het gaat goed met hiphop in Nederland.

„We zijn nu een serieus onderdeel van de Nederlandse muziekindustrie. Dat is een ommekeer die ik de afgelopen drie jaar echt heb zien plaatsvinden. Hiphop is in Nederland economische macht gaan vertegenwoordigen. Andere labels konden groeien; er is voor iedereen meer mogelijk.”

Nederlandse hiphopacts zijn niet eerder op deze schaal zo zichtbaar en succesvol geweest. Hoe komt dat?

„Muziekstreaming heeft de populariteit van deze scene aantoonbaar gemaakt. Eerder deed YouTube dat ook, maar dat werd genegeerd door de radio. We zijn zo lang stiefmoederlijk behandeld. ‘Het scoort niet goed bij ons testpubliek,’ zeiden ze dan in Hilversum. Dan deugt je testpubliek niet! Zonder ons is popradio niet voorstelbaar; andersom kan het prima. Ze hebben gekken zoals ik nodig die in artiesten investeren. Maar ik wind me alweer op, terwijl het nu beter gaat.”

Je bent al decennia een zakelijke spil in de nationale hiphopscene. Wie inspireert jou?

„Dame Dash [de zakenpartner waarmee rapper Jay Z zijn eerste bedrijven oprichtte]. Dash deed geen enkele concessie aan zijn merken. Hij had een us against them-mentaliteit; liep schreeuwend kantoren binnen. Daar moet je ook wel mee oppassen. Hij is niet voor niets failliet nu.”

Veel mensen uit de muziekindustrie vertelden me over die keren dat jij ze woest opbelde en de stoom uit je oren kwam.

„Wie zei dat? Ja, dat is een eigenschap die ik probeer af te leren. Ik kan me nog steeds opwinden maar het gebeurt minder vaak en ik ben er sneller klaar mee. Ik was als kind al driftig, zei mijn moeder. Ik heb een straatvechtersmentaliteit. Wanneer ik het gevoel heb dat iemand me iets flikt, schakel ik in één keer van één naar vijf. De artiesten waar ik mee werk; ik wil dat niemand om hen heen kan. Dat betekent dat je soms een bully moet zijn. Maar ik moet leren mijn asociale onaangepastheid weg te houden bij bepaalde situaties. Nu het beter gaat, wind ik me op over mensen die het nu ineens wél goed vinden wat wij doen: ‘Je was eerst niet enthousiast toch? Fok op dan!’ Dat is niet handig. Ik laat bepaalde gesprekken en onderhandelingen nu over aan de mensen om me heen.”

Ik denk dat mijn ego soms een te grote rol speelt

Je vertelde me dat je de afgelopen 23 jaar „geen dag niet gewerkt hebt”. Hebben mensen om je heen het gevoel dat je te hard werkt?

„Zeker. De relatie met de moeder van mijn kinderen is onlangs na dertien jaar geklapt. Dat gebeurt niet zomaar. Het is ongezond om zo hard te werken. Ik denk dat mijn ego soms een te grote rol speelt. Ik wil steeds de beste zijn. Hoe groot mijn liefde ook is, er is altijd een nog grotere liefde: die voor het werk. Ik leef ervoor. Het stopt nooit. Nadat mijn ouders uit elkaar gingen, hebben ze lang niet met elkaar gepraat. Ik heb altijd mijn beslissingen en ideeën met haar besproken en dat blijft ook zo. Wij spreken elkaar bijna elke dag. We zijn nog getrouwd, ik noem haar niet mijn ex. Ze is belangrijk in mijn leven. Maar goed; ik ben wie ik ben door wat ik doe. Er is geen ander scenario.”

Ben je van plan dingen nu anders aan te pakken?

„Ja. Ook door de wake-up call dat iemand waar je zoveel van houdt, niet meer zoveel zin heeft bij je in de buurt te zijn. Je wordt geen leuker persoon door veel succes en aandacht. Je negatieve eigenschappen worden vergroot. Wanneer je gewend bent gelijk te krijgen, denk je dat je altijd gelijk hebt. Top Notch was te lang een dictatuur. Zes man deden bij ons het werk van dertig mensen; ik was altijd als de dood om uit te breiden. Mijn gedachte was steeds: volgend jaar is alles afgelopen.”

En daarom ren je maar door?

„Ja, ik moet rust echt forceren. Ik vind nooit dat ik niets mag doen. Ik woon net twee weken in mijn nieuwe huis en erger me nu al dat er nog zoveel moet gebeuren. Vorige week waren mijn kinderen op vakantie en keek ik bijna iedere avond in het donker films, een beetje blowen. Ik voel me dan schuldig dat ik niets aan het doen ben.”

Hoe blijf je overeind wanneer het privé zwaar is? Waar zoek je rust, hulp?

„Bij de mensen van Top Notch, bij Anouk, bij mijn zusjes. Toen het vorig jaar heel slecht met mij ging door mijn relatieproblemen, waren er veel mensen die me opvingen. Met Anouk praat ik veel; ik kan vertellen waar ik mee zit, wat ik denk. Ze helpt me door te doen wat vrienden doen: er zijn wanneer het nodig is, luisteren, een schouder zijn.”

En in je werk?

„Top Notch ontwikkelt zich van dictatuur richting democratie. Vorig jaar was privé een donker jaar, zakelijk gezien was het juist heel succesvol. Het is een geruststellend idee dat het ook zonder mij zou kunnen; dat ik gewoon op vakantie kan. Maar dan ga ik daar direct nieuwe dingen bedenken. Ik denk soms dat ik zo’n persoon ben waarover ze later zeggen: hij heeft zoveel gedaan, het leek alsof hij wist dat hij vroeg dood zou gaan.”

Mijn zoon Otis riep vorig jaar: ik ga mijn vader opvolgen

Kees de Koning groeide op in Landsmeer, bij zijn moeder die lesgaf op de sociale academie. Zijn vader, een onderwijspedagoog, woonde in Amsterdam, waar De Koning naar het Montessori Lyceum ging en toneel speelde. Zijn ouders scheidden toen hij „vijf of zes” was. Hij heeft één herinnering waarin ze samen zijn. „Ik was jarig en liep de trap af om te kijken wat mijn cadeau was; ze waren ruzie aan het maken.”

Je hebt drie kinderen van 8, 10 en 14. Wat voor vader ben jij?

„Ik wil een zorgzame, liefdevolle vader zijn. Ik heb sterk de behoefte het beter te doen door mijn gezinssituatie vroeger. Maar dat is moeilijk. Ik vind mezelf vaak egoïstisch, kies voor wat ik leuk vind en heb weinig geduld. Maar ik moet zelf gelukkig zijn om te kunnen geven. Wellicht is het inspirerend dat ze zien wat ik allemaal onderneem. Maar misschien gebruik ik dat ook wel als een excuus.”

Zie je in de toekomst een rol voor je kinderen in je bedrijf?

„Mijn zoon Otis riep vorig jaar: ik ga mijn vader opvolgen. Hij zit meer op het zakelijke dan op de muziek; laatst gaf hij me een zakelijk advies waar ik echt iets aan had. Ik ga er niet te diep op in, straks hebben mensen het idee dat ze met mijn zoon van 13 hebben onderhandeld. Als beloning heb ik hem met mij businessclass naar Suriname laten vliegen. De volgende keer dat we vlogen, vroeg hij: huh, gaan we niet businessclass?”

In je publieke optredens nuanceer je vaak je zakelijke kant. Je volgt je smaak, je bent een fan, je doet gewoon wat je leuk vindt. Je bent de succesvolste hiphopzakenman van Nederland…

„Na Ali B. Denk ik.”

…maar je lijkt dat niet echt te willen zijn. Wat wringt er?

„Ik zie mezelf niet zo. In hiphop zijn we gewend bewondering te hebben voor mensen die veel geld verdienen. Ik wil dingen doen die zin hebben, die anderen inspireren. Daar haal ik mijn kick uit.”

Je hebt een succesvol poplabel opgebouwd en daar goed aan verdiend. Veel mensen zouden daar trots op zijn.

„Ik vind het ordinair. Ook hier speelt mijn idee: nu gaat het goed, straks weer minder. Heel je jeugd droom je van die scène in Goodfellas waarin ze speciaal voor jou een tafeltje in het restaurant neerzetten. Dat heb ik niet meer.”

Zakenblad Quote berichtte dat je een vermogen van 2 miljoen euro zou hebben. Je vond dat irritant en bagatelliseerde het op Twitter.

„Ja, omdat het niet klopt en omdat het aandacht op me vestigt die ik niet wil. Ze baseren het op aannames, zoals de overwaarde van je huis. Mensen kunnen wel denken: we gaan inbreken, er staat vast een kluis. Maar die staat op mijn kantoor. En daar heb je weinig aan; er zit een eerste druk van het boek van Anton de Kom in.”

De hitlijsten waren door hiphop de afgelopen jaren een betere afspiegeling van de bevolking dan de Tweede Kamer

In de kluis van De Koning liggen meer zeldzame eerste edities van kritische boeken over de koloniale geschiedenis van Nederland. Behalve Wij slaven van Suriname uit 1934 van de Surinaamse schrijver, activist en verzetsstrijder Anton de Kom, ligt er het Suriname-dagboek van de Schots-Nederlandse huurling John Gabriël Stedman uit 1796, dat een rol zou spelen in de beweging die de slavernij wilde afschaffen. De Koning hoopt in de toekomst minder met Top Notch bezig te zijn en zich op projecten te storten die hem aan het hart gaan, zoals een „moderne, ongecensureerde hertaling” van het boek van Stedman. „Dat is even waardevol als het dagboek van Anne Frank.”

De opa van Kees de Koning heette ook Kees de Koning. Hij was „fanatiek”, zegt De Koning. Opa De Koning was in de Tweede Wereldoorlog directeur van Vrij Nederland, zette daarna in Indonesië uitgeverij Djambatan [De Brug] op, die kritisch was over het kolonialisme. Ook had hij plannen om een literaire uitgeverij te beginnen in Suriname.

In de woonkamer van De Koning staat de kist waarmee zijn opa naar Indonesië vertrok; vroeger stopte Kees daar zijn knuffels en verkleedkleren in. Op de zijkant staat hun beider naam. „Het is een fijn gevoel dat er een zekere opstandigheid in je DNA zit. En het is niet alleen dat, ik ben net als mijn opa ook niet te beroerd om er als ondernemer iets constructiefs mee te doen.”

Je roert je nadrukkelijk in discussies over institutioneel racisme in Nederland. Sta je in die context stil bij het feit dat je als witte man goed verdient aan de hiphopcultuur?

„Ik zie mezelf niet als witte man in een zwarte wereld. En het valt best mee met de witte mannen in de corporate hiphop. In Nederland zie ik Luciano Winter, Ali B, Vincent Patty die een eigen label hebben. De hitlijsten waren door hiphop de afgelopen jaren een betere afspiegeling van de bevolking dan de Tweede Kamer, literaire bestsellerlijsten en de raden van bestuur van zo’n beetje elke culturele organisatie in Nederland bij elkaar.”

Rapper Kempi schreef laatst op Instagram dat je als een vader voor hem bent.

„Ik dacht nog dat we vrienden waren. Maar artiesten zien me steeds meer als vaderfiguur. Ik heb een innige band met Kempi. Hij was liefdevol naar mij tijdens donkere fases in mijn leven. Hij schreef brieven vanuit de cel toen mijn zoontje op zijn vierde ernstig ziek was en toen het uitging met de moeder van mijn kinderen. Ik heb er moeite mee als mensen over Kempi oordelen. Ze weten niet wat hij allemaal heeft meegemaakt.”

Je tekende Kempi’s platencontract toen hij vastzat en lanceerde een ‘Free Kempi’-campagne. Zijn juridische problemen werden voor jou een vorm van pr.

„Je moet het in historisch perspectief zien. ‘Free’-shirts waren in die tijd populair in hiphop. Maar ik snap je punt. Ik denk dat je dat inderdaad niet moet misbruiken. Het kan verkeerd overkomen. Mensen om mij heen zijn nu verstandiger. Wanneer ik ‘Free iemand!’ roep, zeggen ze: laten we eerst de uitspraak afwachten.”

Maar toen de rappers van SFB begin dit jaar vastzaten in Suriname wegens seksueel misbruik, wilde je geen commentaar geven en wees je op een foto op social media op een T-shirt met de tekst ‘Free SFB’. Het lijkt soms of je vindt dat jouw artiesten sowieso geen straf verdienen.

„Mijn loyaliteit ging naar die jongens; ja, daar kun je over discussiëren. Het meisje dan, hoe zit dat? Je kunt een breder gesprek voeren over wat er backstage gebeurt met meisjes; ik ben daar niet luchthartig over. Maar de suggestie dat ik niet zou mogen werken met mensen als Kempi, SFB en Ismail, omdat ze ooit iets fout gedaan hebben, is krankzinnig. Alsof ze extra straf verdienen.”

Toen Fresku nog geen contract had, schreef hij het nummer ‘Brief aan Kees’.

„Ja, wat een compliment. Een goede track waarin je naam voorkomt, dat is te gek. Het is wel uit proportie geraakt. Dat ego-ding is gevaarlijk. Je hebt het nodig om iets op te bouwen. Maar nu wil ik anderen meer ruimte geven. Ik zie een toekomst waarin Top Notch nog steeds hetzelfde DNA heeft, maar ik er niets meer mee te maken heb.”

Waarom?

„Het is wat arrogant om op je 46ste te denken dat jij nog steeds de beste singlekeuzes kunt maken. Het bedrijf moet de beste zijn. En dan gaat het niet alleen meer om mij.”