Recensie

Is de schrijver machteloos als de wereld brandt?

Hans Münstermann Een schrijver, alter ego van de auteur, wil een bluesy binnenwereldverhaal schrijven, maar de buitenwereld klopt aan zijn deur. Wat te doen?

Wat moet een schrijver doen? Die kan natuurlijk een ‘kinderlijk verlangen’ blijven koesteren ‘naar een wereld zonder pijn en vergissingen en wanstaltige complicaties – die opdoemen als bloedige, beeldschone poëzie’, zoals schrijver Andreas Klein doet. Maar zet zo’n verlangen in literair opzicht zoden aan de dijk?

Klein, het vaste alter ego van Hans Münstermann (1947), speelt weer de hoofdrol in de nieuwe roman Geraakt – een nogal fluttige titel, maar enfin. De schrijver komt maar niet aan het schrijven van zijn literatuur toe, want: ‘De buitenwereld dreunde overal doorheen.’ Er is gedoe op het Museumplein, niet ver van zijn huis in Amsterdam-Zuid, want Koerdische demonstranten hebben er een tentenkamp opgezet en de politicus Geert Wilders neemt die situatie te baat voor zijn xenofobe agenda – zijn retoriek wordt voortreffelijk weergegeven door Münstermann, griezelig levensecht. Er was in het naburige Rijksmuseum bovendien iemand die een onschuldig schilderij van Jan van Scorel heeft toegetakeld; en dan wordt ook de schoonvader van Klein nog getroffen door een grove medische misser, waar de artsen hun handen af trekken. De schrijver, gewend om verbanden te zoeken en vinden, ziet nu alleen maar chaos en staat machteloos.

Münstermann portretteert de problemen van de huidige tijd treffend, in al hun complexiteit, maar ondertussen laat hij Andreas Klein er vooral mee worstelen. Waar die eigenlijk mee bezig zou willen zijn is het optekenen van zijn herinneringen aan Robert Eden, een oude blueszanger aan wiens levensverhaal en -gevoel hij een literaire hommage zou willen brengen. Dat is waar hij ten diepste door ‘geraakt’ wordt.

Die hommage aan Eden komt er, tegen de verwachtingen in, toch. Het derde deel van de roman bestaat uit dat bluesy verhaal, losgezongen van de buitenwereld, maar tegelijkertijd zoekend naar de kern van wat de mens beroert. Het is een klein en menselijk sneetje leven, een deel van de roman dat met een roerende trefzekerheid geschreven is.

Maar het is ook een wat teleurstellend slot, omdat het voelt als een literaire plaatsbepaling. Het lijkt te willen zeggen: wat een schrijver moet doen is zijn eigen, diepst gevoelde gang gaan. Uiteraard. Maar dat dit bij Münstermann exclusief neerkomt op het schrijven van een naar binnen gekeerd verhaal, is een wat onmachtige, ouderwetse positie, terwijl zovele schrijvers van nu erin slagen het verband tussen binnen- en buitenwereld te leggen. Münstermann kán, zo blijkt uit Geraakt, raak schrijven over Wilders, vuig individualisme en de ‘beeldschone poëzie’ van complicaties, maar hij wil het kennelijk niet, en dat is zonde.