Cultuur

Interview

Interview

Dareen Tatour (l) en Nissim Calderon (r.) vlak voor de rechtszaak in maart

Foto Yoav Haifawi

‘In Israël is poëzie een misdaad geworden’

Nissim Calderon hoogleraar literatuur

De Palestijnse dichteres Tatour riskeert een celstraf voor dichtregels als: „Volg de karavaan van martelaren.”

De professor zet zijn leesbril op en begint al lezend te vertalen. „Het is poëzie, dus de vertaling is niet helemaal letterlijk”, zegt hij.

En met woedende wreedheid

Drinken we jullie bloed genadeloos […]

Woede scherpte ons blinkende zwaard,

en bestemde jullie voor de dag van de slacht.

Nissim Calderon (70), emeritus hoogleraar Hebreeuwse literatuur aan de Ben-Gurion-universiteit van de Negev in Be’er Sheva, kan met recht een expert in gewelddadige poëzie worden genoemd. In maart trad hij op als getuige in de rechtszaak tegen Dareen Tatour, een 34-jarige Palestijns-Israëlische vrouw die – naar aanleiding van een gedicht dat ze twee jaar geleden op Facebook plaatste – wordt verdacht van het oproepen tot geweld en het steunen van een terroristische organisatie.

Het gedicht dat hij voorleest is echter van Haim Bialik, de nationale dichter van Israël. Calderon: „Ons volk kent een diepe traditie van dichters die gewelddadig reageerden op aanvallen op Joden. De pogroms, het Britse mandaat, de aanvallen van Arabieren. Zelfs onze kinderen zingen, met Chanoeka, dat we onze vijanden zullen afslachten.”

Het gedicht waarmee Tatour zichzelf in de problemen bracht, zegt Calderon, is niet echt goed. „Best wel beroerd, zelfs.” Maar daar gaat het niet om, aldus de professor. „Het wordt van dichters verwacht dat ze zich verbaal gewelddadig uiten. Dat hebben ze altijd gedaan, ook als ze leefden onder onderdrukkende regimes zoals tsaristisch Rusland of het Britse Mandaat in Palestina.”

En de crux is, zegt Calderon: die regimes waren wijs genoeg om geen dichters te vervolgen vanwege een mogelijk opruiende inhoud van hun poëzie. Bialik kon over de Britten schrijven wat hij wilde. „Niemand verwarde expressie met actie. Maar tegenwoordig, in Israël, is het schrijven van gedichten kennelijk een misdaad geworden.”

Diefstal van de kolonist

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie laat weten dat Tatour niet alleen voor het gedicht vervolgd wordt. Zo wordt ze ook verdacht van het plaatsen van een videootje waarin gewelddadige acties tegen de strijdkrachten figureren. In een andere post zou ze mensen tot een intifada hebben opgeroepen. Wel lijkt het gedicht de hoofdmoot van de verdenking te vormen.

In haar gedicht prijst Tatour het Palestijnse verzet tegen de onderdrukker, waarmee ze Israël bedoelt. Opmerkelijk is dat de dichteres niet uit de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook komt; ze is geboren in een dorpje nabij Nazareth, in Noord-Israël. In haar gedicht bestrijdt ze niet alleen de Israëlische bezetting van Palestijns gebied, ook de legitimiteit van Israël als zodanig. Zo roept ze op tot een ‘Arabisch Palestina’.

Ik zal niet bezwijken voor de “vreedzame oplossing”,

Haal nooit mijn vlaggen neer

Tot ik hen verdrijf uit mijn land. […]

Verzet je, mijn volk, verzet je tegen hen.

Weersta diefstal van de kolonist

En volg de karavaan van martelaren.

Opruiend? Calderon: „Ja! Maar het is allemaal legitieme expressie.” Is er dan geen enkele tekst die volgens hem strafbaar zou zijn? Wat als Tatour had opgeroepen tot een kogel door het hoofd van de Israëlische premier? Calderon: „Zelfs dat mag. Het is poëzie, geen politiek pamflet.”

Tatour vertelt aan Al Jazeera waarom ze haar gedicht schreef:

Het woord ‘opruiing’ is aan inflatie onderhevig, vindt hij. „Het wordt te pas en te onpas gebruikt, voor alle soorten verzet tegen het Israëlische beleid. Tegelijkertijd is sprake van anti-Palestijnse opruiing onder leiding van de Israëlische overheid. Zo wordt er gewerkt aan een wet die moskeeën verbiedt om ’s nachts de elektronisch versterkte gebedsoproep ten gehore te brengen. Dat is veel opruiender dan het gedicht van Dareen. Het is de overheid die dit doet. De wet.”

Calderon vertelt dat minister Regev (Cultuur, Likud) Palestijns-Israëlische kunstenaars pas subsidie wil geven als ze hun loyaliteit aan Israël tonen. „Ik vind: kunst is per definitie deloyaal aan iedereen. Het is provocatief. Anders is het geen kunst.”

Echt slim vindt hij de Israëlische autoriteiten niet. „ Dareen Tatour was zonder alle ophef nauwelijks invloedrijk geweest. Nu wordt het alleen maar groter.”

De uitspraak in de zaak-Tatour wordt binnen enkele maanden verwacht. De dichteres loopt de kans op acht jaar gevangenisstraf.