Column

Column Japke-d. Bouma: hoe word je een ‘onderkoning’?

Japke-d. Bouma schrijft elke vrijdag over de taal van deze week. Vandaag: De onderkoning van Nederland. Wat is dat, wat doet hij en voor wie?

De formatie is vastgelopen en daar dook hij op: ‘de onderkoning’. Het is Herman Tjeenk Willink.
Oud-vice-president van de Raad van State, minister van Staat én dus de man die ‘de onderkoning van Nederland’ genoemd wordt. Als taalliefhebber ben ik dol op bijnamen. Ze zijn veelzeggend. Je kan nog zo hard willen dat ze je ‘goeroe’ noemen, ‘messias’ of ‘rockstar’, maar zo werkt het niet. Een bijnaam moet je verdienen. Daarom tel je pas mee als je een bijnaam hebt, zeker in de politiek.

Ik ga er niet over opscheppen, maar ik heb zelf ook een bijnaam. Een dierbare collega noemde me ooit ‘kantooramazone’ en die titel heb ik op mijn visitekaartje laten drukken. Ik weet bijna zeker dat Herman Tjeenk Willink ook ‘onderkoning’ op zijn kaartje heeft staan. Een titel om trots op te zijn.

Hoewel, als ik onderkoning hoor, denk ik ook meteen aan ‘onderknuppel’. Ik bedoel, het is niet boven, of opper. Zoals een opperhoofd, een bovenmeester of een oppersmurf.

Een beetje koning staat overal boven, denk ook aan een zonnekoning. Een onderkoning niet. Ze zéggen wel dat de informateur boven de partijen staat, maar deze staat er dus volgens zijn bijnaam onder. Een soort koning van de onderwereld. Ik denk ook aan onderbroek, als ik onderkoning hoor. Iets wat aan het zicht onttrokken het vuile werk opknapt. Iemand die stevigheid geeft en een prettig gevoel zonder dat mensen het zien.

Wat doet een onderkoning allemaal? Van een koning weten we het: die regeert. En van een schnabbelkoning weten we wat hij doet – en van een matrassenkoning. Onze échte koning werd vroeger wel eens ‘kroonkurk’ genoemd, dan weet je ook genoeg. Maar een onderkoning? Geen idee. Er is ook geen functieomschrijving van. Er is volgens mij ook geen sollicitatieprocedure voor geweest. Zo vroeg ik me gisteren ineens af of ik het zelf zou kunnen worden, een onderkoning. Maar dat weet ik dus niet.

Hoort hij eigenlijk wel bij ónze koning, deze onderkoning? Ik bedoel: zit hij in hetzelfde kamp? Misschien is hij wel een schaduwkabinet aan het formeren, checkt iemand dat? Want ze zeggen nu wel dat hij “de weg plaveit voor de partijen”, zo stond het tenminste in het AD, maar dat vind ik eigenlijk niks voor een koning, zelfs niet voor een onderkoning. Een koning plaveit niet, die schrijdt óver het plaveisel, of laat de wielen van zijn koets erop ratelen. Dus dat lijkt me alvast niet kloppen.

Wat dat betreft kan onderkoning ook ineens heel dreigend klinken, hè. Als iets wat net onder de oppervlakte broeit. Een beetje zoals een spin in het web. Iemand die afwacht en dan elk moment je kop kan afbijten. Een godfather, een capo di tutti capi, die sfeer heeft een onderkoning ook wel een beetje om zich heen hangen.

Hoeveel onderkoningen hebben we eigenlijk in Nederland, weet iemand dat? Ik heb overigens nog nooit van onderkoninginnen gehoord, dat vind ik ook weer een veeg teken.

Wat dat betreft zou ik er geruster op zijn als de onderkoning klaar is en we weer naar de bovenwereld kunnen met de formatie. Met een bovenbaas, zoals Marten Toonder zou zeggen, in plaats van een onderkoning.

Taaltips welkom op Twitter via @Japked