Hoe leer je een puber met geld omgaan?

Financiële geletterdheid

Een vijfde van de Nederlandse pubers scoort onder de maat als het gaat om kennis van financiële begrippen. Wat kun je daar zelf, en als maatschappij aan doen?

Illustratie XF&M

Kun jij een salarisstrook ontcijferen en een phishingmail herkennen? Een vijfde van de Nederlandse jongeren kan dat niet, blijkt uit onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan de resultaten op onlangs bekend werden gemaakt. Het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) liet diezelfde dag nog weten zich zorgen te maken.

Uit het OESO-onderzoek onder zo’n 48.000 vijftienjarigen uit vijftien landen blijkt dat Nederlandse jongeren wel een score in de top-5 behalen, maar tegelijkertijd achterlopen op leeftijdsgenoten in andere landen die op taal- en rekenniveau wél even goed scoren als Nederlanse pubers.

Het doel van het onderzoek was het meten van financiële geletterdheid onder jongeren: de kennis die je nodig hebt om op financieel gebied deel te kunnen nemen aan de samenleving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het lezen van een factuur of salarisstrook, of het plannen van bepaalde uitgaven.

„Een op de vijf Nederlandse jongeren haalt het door de OESO bepaalde basisniveau niet eens”, zegt Gerjoke Wilmink, directeur van het Nibud. Nog eens een vijfde blijft op het basisniveau steken. Waarom financiële geletterdheid onder jonge mensen die nog nauwelijks met ingewikkelde uitgaven te maken hebben toch belangrijk is? Jongeren met slechte financiële kennis groeien op tot volwassenen met beroerd geregelde geldzaken, is de opvatting van het Nibud.

Wat kun je daar zelf, en als maatschappij aan doen?

Een voorbeeldvraag uit het OESO-onderzoek

Mevrouw Janssens heeft een lening van 8.000 euro bij EerstZed Financiering. De jaarlijkse rentevoet van de lening bedraagt 15 procent. Haar terugbetalingen bedragen 150 euro per maand. Na één jaar heeft mevrouw Janssens nog steeds een schuld van 7.400 euro. Een andere financieringsmaatschappij, Zedbest, wil mevrouw Janssens een lening geven van 10.000 euro met een jaarlijkse rentevoet van 13 procent. Haar terugbetalingen zouden ook 150 euro per maand bedragen. Als ze de lening bij Zedbest aangaat, zal mevrouw Janssens onmiddellijk haar bestaande lening afbetalen. Wat zijn twee andere financiële voordelen voor mevrouw Janssens als ze de lening bij Zedbest aangaat?

Scroll naar beneden voor het antwoord.

  1. Richt je niet op kennis alleen

    Gebrekkige kennis onder jongeren? Dan wordt vrijwel altijd naar het onderwijs gewezen: een logische plek om mensen kennis bij te brengen, immers. Uit talloze onderzoeken blijkt echter dat het verbeteren van de financiële geletterdheid onder jongeren niet maakt dat ze ook beter met geld om kunnen gaan, zegt Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso bij Hogeschool Utrecht. Tussen financiële geletterdheid en goed met geld om kunnen gaan bestaat wel een duidelijke samenhang: geletterden hebben hun zaakjes beter op orde. Maar het bijbrengen van meer financiële kennis leidt niet per definitie tot beter financieel gedrag. „Vergelijk het met gezond eten”, zegt Jungmann. „We voeden onze kinderen op met het idee dat een appel gezonder is dan patat, maar toch kiezen jonge kinderen vaak voor het laatste.”

    Kennis is wel de basis, maar verweef lesprogramma’s en de eigen opvoeding met elementen uit de sociale psychologie, oppert Jungmann: „Focus op vaardigheden zoals plannen, emoties reguleren en je behoefte leren uitstellen.” Laat kinderen als-dan plannetjes maken, in de sociale psychologie een ‘implementatie intentie’ genoemd. „Je wil graag wat kopen, maar ook vijf euro overhouden in je spaarpot. Hoe doe je dit?”, legt Jungmann uit. In studies naar afvallen en stoppen met roken is bewezen dat het veelvuldig toepassen van intenties doorwerkt in gedrag.

    De bestaande lesprogramma’s doen hier nog te weinig mee, zegt Jungmann. Zelf evalueerde ze meerdere lesprogramma’s in Nederland: eigenlijk had geen van die programma’s het gewenste effect. „Dan schiet je als maatschappij tekort. Doe het goed, of niet.”

  2. Bied structurele lessen aan

    En als je jongeren toch graag via de weg van het onderwijs wil bijspijkeren, zeggen zowel Jungmann en Wilmink: dan graag structureel. Jungmann vindt het aanbod dat kinderen nu krijgen frustrerend: „De wethouder gaat op de foto met de kinderen, die krijgen twee of drie lessen en húp, een strik eromheen.” Het zou volgens haar beter zijn de lessen op verschillende leeftijden terug te laten komen. „Nu komt het bijvoorbeeld voor dat achtstegroepers informatie krijgen over rente op leningen. Focus in plaats daarvan op rages, zoals het kopen van een nieuwe Spinner. Vraag kinderen hoelang ze denken dat speelgoed te gebruiken en of ze daarom voor een duur, of goedkoop model moeten gaan.”

    Matthijs den Otter, projectleider van lesprogramma MoneyWays, dat in samenwerking met het Nibud wordt gegeven, onderschrijft die stelling. In ons programma gaan jonge rolmodellen het gesprek over geld aan met leerlingen van de bovenbouw van de middelbare school en de onderbouw van het mbo. Den Otter: „Op die manier proberen we taboes te doorbreken.” Maar structurele lessen zouden zeker beter zijn, zegt ook hij.

    Waarom dat nu niet gebeurt? Dat ligt waarschijnlijk aan de terughoudendheid om nog meer randzaken aan het curriculum toe te voegen, denkt Den Otter. „De politieke wil ontbreekt.” Hoort financiële kennis dan niet gewoon bij de opvoeding? Zeker, zegt Jungmann. Maar helaas heeft niet iedere volwassene de juiste kennis in huis. Omgaan met geld kan bovendien verweven worden in andere vakken, zoals de rekenles, benadrukt zij.

  3. Laat je kinderen fouten maken

    Als het kan, is het geven van zak- en kleedgeld heel leerzaam voor kinderen, zegt Wilmink van het Nibud. Dan weten ze hoe het is om het met een beperkt budget een bepaalde periode lang uit te moeten houden. Wilmink: „Zo leren ze dat niet alles kan, en dat je altijd keuzes moet maken.” Bepaal ook of kleedgeld alleen aan kleding besteed mag worden, of ook aan andere zaken, zegt Jungmann. En, benadrukt Wilmink: „Geef je kind voldoende vrijheid om fouten te kunnen maken.”

  4. Richt de omgeving goed in

    Met educatie alleen kom je er niet, zegt Wilmink daarnaast. Opvoeding is belangrijk, maar ook de manier waarop de omgeving is ingericht is essentieel. Jungmann zou bijvoorbeeld graag zien dat je ‘potjes’ in financiële apps kunt maken, of dat je een melding krijgt van je eigen bank-app wanneer je onder een bepaald bedrag op je spaarrekening komt. „Bovendien kun je je afvragen of onze kinderen zich als Barbapapa’s in bochten moeten wringen om verleidingen te weerstaan, of dat we ze gewoon minder moeten verleiden”, zegt Jungmann, waarmee ze op alle advertenties die de hele dag op ons af worden gevuurd doelt. Wilmink is het daarmee eens: „We zijn nu eenmaal geen rationele wezens, zeker niet als het om geld gaat.”

Het antwoord

Maximale score: „Ze zal maar 13% rente betalen in plaats van 15 procent en ze heeft 2.600 euro meer.” Of: „Ze heeft meer geld om uit te geven en de rentevoet is lager.”

Geen punten: „Ze zal haar schuld nu afbetalen.”