‘Ik weet zeker dat Keith Richards mijn gitaar zou willen kopen’

Afgeleefd. Afgeragd. Zestig jaar slijtage. En toch speelt Cok van Vuuren (54) het liefst op het oermodel van het merk Fender. De gitarist toert met JW Roy, Ocobar, Ricky Koole en Leo Blokhuis en altijd ligt in zijn kofferbak de Telecaster 56.

Foto's Merlijn Doomernik

„Een plank hout, meer is het eigenlijk niet. Twee elementen erop, een paar knoppen, verder geen franjes en hup, spelen maar. Het eerste ontwerp van de Telecaster is nooit meer aangepast. Als je de hals losschroeft, zie je met potlood een datum en de initialen van de maker Tadeo Gomez staan. Kijk, TG 12-56. Van dit soort gitaren zijn er destijds ongeveer tweeduizend gemaakt. De meeste exemplaren liggen bij verzamelaars, de rest is weggegooid of kapot. Die van mij ziet er versleten uit maar hij is nog perfect. Als ik naar Keith Richards van The Rolling Stones ga, dan wil hij hem meteen kopen. Weet ik zeker.”

In 2010 werd Cok van Vuuren gebeld door een eigenaar van een gitaarwinkel in Amsterdam. Door de telefoon klonk het magische woord: Telecaster. Hij ging snel langs. „Hij was van de dochter van een Amerikaanse gitarist die vanwege de liefde in Nederland was blijven hangen. Hij noemde zich Nasty McMaster, een babyboomer uit 1946 die in San Francisco eind jaren zestig psychedelische hippiemuziek speelde met mensen uit de Magic Band, van Beefheart. Hier speelde hij met deze Telecaster veel op het Leidseplein met een muziektheatergroep. Na zijn dood wilde zijn dochter dat de gitaar verkocht werd aan een muzikant, niet aan een verzamelaar. Die eerste keer dat ik er in de winkel op speelde… zo open en direct, het klankspectrum van hoog naar laag, het klonk allemaal even mooi.”

Hij draait de gitaar een paar keer om zijn as. Overal zitten slijtplekken. Aan de hals, op de achterkant en van voren waar het plectrum na een harde aanslag over het hout ramt. Cok laat het zo. „De lak – ‘blond’ heet de kleur officieel – is op veel plekken weg. Je ziet de nerf erdoorheen komen. Het type hout is essentieel voor het geluid. Dit is ‘swamp ash’, moeras-essen. In Amerika werden gekapte bomen vroeger in de rivier gegooid. Ze dreven naar de houtzagerij en waren dan al helemaal volgezogen met water. Daar werden ze weer gedroogd en bewerkt. Het verhaal gaat dat je door dat procedé meer openheid in de houtstructuur kreeg, een soort luchtkamertjes. Daarom zou een Telecaster zo bijzonder klinken.”

Er is nog niets kapotgegaan aan het oude instrument. Cok heeft de gitaar nooit open hoeven schroeven. Hij wijst naar het controleplaatje. „Er is ooit een extra gat in geboord voor een derde knop. Dat laat ik zo. En op het schakelaartje hoort eigenlijk een zwart knopje. Kost klauwen met geld. Op internet wordt zo’n dingetje aangeboden voor 250 euro. Maar hij moet in de staat blijven zoals ik hem kocht, vind ik.”

Onder de brug – waar de snaren overheen liggen – zit een stalen bakje. „Daarin ontstaat een soort elektromagnetisch veld en daar komt die Telecaster-sound vandaan. Twang, noemen ze het. Twang is een lekker scherp en vol geluid. Het klinkt zoals de eerste akkoorden van Start Me Up van The Stones. Taa-da-da! Of het gitaargeluid van Bruce Springsteen in Born In The USA. Een Telecaster heeft het vermogen om tijdens een concert door de hele band heen te snijden; je haalt ’m er altijd tussenuit. De eerste opnamen van Johnny Cash? Zijn gitarist speelt op een Telecaster. Jeff Beck? Telecaster. Bill Frisell? Ook. John Scofield speelt de laatste jaren op een Telecaster. Het is de ultieme elektrische gitaar, een icoon.”

Zo klinkt de Telecaster.

Tijdens een optreden verliest Cok zijn lievelingsgitaar nooit uit het oog. Na het laatste akkoord van de avond loopt hij er meteen mee het podium af naar de kleedkamer. „Hij ziet er misschien afgeleefd uit maar ik ben er heel zuinig op. Zo te zien heeft hij bij Nasty het een en ander meegemaakt. Bij mij is hij nog nooit gevallen. Deze gitaar is het verlengstuk van mijn muzikale gedachten. Tussen mijn hoofd en het instrument zit niets. Een goede gitaar zorgt dat de gitaar er niet meer is; je hoeft niet aan vakjes en snaren te denken. Je lievelingsgitaar roept iets bijzonders op, zoals je kind of je poes. Na het spelen van de eerste noten op deze Telecaster wist ik: jij blijft voor altijd bij mij.”