Column

Een vertrouwelijke notitie over migratie die nu terug op tafel kan

Deze week: de Pechtold-complicatie, de weerzin van Buma, de terugkeer van Tjeenk Willink. Ofwel: de stille revanche van de vierde macht.

Je kon de terugkeer van Herman Tjeenk Willink naar de Haagse formatietafel op verschillende manieren uitleggen. Je kon zeggen: de PvdA is terug. Je kon zeggen: en de koning ook. Je kon zeggen: de bestuurlijke adel komt een handje helpen.

Maar zelf dacht ik, zeker na Tjeenk Willinks inleiding woensdag: hier zien wij de stille revanche van een jarenlang onderdrukte beroepsgroep – de (hoge) Haagse ambtenaar.

In elk geval kun je verwachten dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks binnenkort het gesprek hervatten over de notitie Realistisch, restrictief en rechtsstatelijk migratiebeleid: het vertrouwelijke stuk van vijfeneenhalf A4’tje, voorbereid door VVD en D66, dat de basis was voor de breuk met GroenLinks, een kleine drie weken geleden.

Nu ik redelijk begrijp wat er misging in die gesprekken – op onderdelen spreken betrokkenen elkaar tegen – zou het mij verrassen als Tjeenk Willink er een zware kluif aan heeft dit vlot te trekken.

Om te beginnen: de onderhandelingen over de notitie waren opmerkelijk inhoudelijk.

Je kunt politiek als spel zien, als samenstel van tactiek, berekening en beeldvorming, maar aan die onderhandelingstafel ging het over zaken als: wat is een ‘veilig derde land’; wanneer begint ‘resettlement’ van vluchtelingen bij Turkije-achtige deals; ‘zeerecht’; asielrecht als zodanig – en zo kan ik even doorgaan.

Dus er is vast van alles aan te merken op onze politici, maar als leiders van vier van de grootste partijen uren over dit soort details willen discussiëren, is ons bestel op zichzelf kerngezond.

Politici met belangstelling voor andermans posities, en het verlangen zaken op te lossen: er zijn genoeg westerse democratieën waar het er minder verheffend aan toegaat.

Het zou mij verrassen als Tjeenk Willink er een zware kluif aan heeft dit vlot te trekken

Maar of het tot een kabinet leidt, dit is het omineuze, weet niemand. Onder Edith Schippers slaagde een werkgroep van CDA en GroenLinks er niet in een vergelijkbare notitie over klimaat en energie te produceren. Ondanks optimisme over commercieel gedreven klimaatverbetering blijft de beduchtheid voor nationaal beleid inzake bijvoorbeeld vervoer en landbouw groot.

Dan is er de Pechtold-complicatie. VVD en CDA waren vorige week nogal ontstemd toen de D66-leider onverwacht de ChristenUnie als coalitiepartner torpedeerde.

Bij de VVD begint dit, typisch Rutte, alweer over te waaien. Buma is een andere klant. Jarenlang leek zijn relatie met Pechtold voortreffelijk. Maar dinsdag zei hij in de Kamer over Pechtolds actie dat je „zo geen vertrouwen opbouwt”.

Een obstakel, erkent een betrokkene, dat voor Buma niet meer met een grap en een goed glas uit de wereld te helpen is.

Ziehier de logica achter Tjeenk Willinks terugkeer: de politiek kwam er zelf niet meer uit.

En natuurlijk: Tjeenk Willink is oud- vicevoorzitter van de Raad van State, een langjarige vertrouweling van het koningshuis, oud-voorzitter van de Eerste Kamer (PvdA), oud-regeringscommissaris voor de rijksdienst.

Maar wie hem heeft beluisterd en gelezen, wie zijn kijk op de politiek en het openbaar bestuur kent, die weet dat hij is gevormd in zijn jaren als topambtenaar op Algemene Zaken, tussen 1970 en 1982.

Hij was ambtelijk nauw betrokken bij de formatie van het kabinet-Den Uyl in 1973, een linkse droom, én van het kabinet-Van Agt in 1977, de rechtse revanche daarop.

En het interessante is: hoewel hij PvdA’er was, bewonderaar van Den Uyl, behield hij zijn ambtelijke neutraliteit tijdens de vorming van Van Agt I. Een klassieke topambtenaar, een man van meervoudige loyaliteit: in zijn vrije tijd politiek zeer geëngageerd, maar op het werk neutraal, loyaal en precies.

Dit maakt hem ook zo geschikt als informateur – al hoort daar wel een verhaal bij.

Na zijn vertrek op Algemene Zaken werd Tjeenk Willink steeds kritischer op de omgang van politici met ambtenaren. Politici die afgaven op de bureaucratie, kregen van hem te horen: maar die bureaucratie danken wij aan u, politici, met uw detailzucht en eeuwige Kamervragen.

Politici die de overheid wilden verkleinen met efficiencykortingen en privatiseringen, kregen van hem te horen: u maakt van dienstverlening een businessmodel, dan wordt de overheid wel duurder maar nooit beter, en maakt u de burger boos.

Politici die klaagden dat ze te veel officiële adviseurs en toezichthouders op hun weg vonden, kregen van hem te horen: maar die tegenspraak hebt u nodig – zonder tegenspraak bereikt u nooit samenspraak.

Zijn conclusie was heel vaak dat het bij de overheid misging omdat politici geen belangstelling voor hun eigen ambtenaren hebben. Mede daarom werd hij een informele woordvoerder van het Haagse ambtenarencorps.

Daarom was het zo veelbetekenend dat hij woensdag, bij zijn introductie als informateur, verwees naar „bestuurlijke ontsporingen” – pgb’s, belastingdienst, nationale politie – „en de toenemende klachten van professionals op de werkvloer, vooral in onderwijs en zorg”.

Uit mijn ambtelijke contacten weet ik dat talrijke hoge ambtenaren zich al jaren ergeren aan het groeiende aantal managers onder topambtenaren. En het blinde geloof in grootschaligheid dat in talrijke gevallen (op Veiligheid en Justitie, bij de Belastingdienst, in de zorg) leidde tot woedende burgers en bestuurlijke indekkerij.

Zo pleit Tjibbe Joustra, voorzitter van Onderzoeksraad voor Veiligheid die vele decennia Haags topambtenaar was, in een stuk met de Groninger hoogleraren Janka Stoker en Harry Garretsen voor de terugkeer van inhoudelijke deskundigheid onder topambtenaren, ten koste van de managers: Tjeenk Willink had het zelf gezegd kunnen hebben.

Maar hoe bekend dit geluid onder hoge ambtenaren ook is: je verneemt het zelden in het openbaar – omdat politici het tegenhouden.

Het resultaat is dat de meeste hoge ambtenaren in het openbaar schichtige muisjes zijn geworden. Als er weer eens zo’n deur is waar alle camera’s voor geposteerd staan, en de politici zich melden met hun bezweringsformules, dan weten die hoge ambtenaren allemaal wat ze doen staat.

Wegwezen, althans buiten beeld blijven. Niets zeggen. Desnoods het eigen bestaan tegenspreken.

Intussen blijft de werkelijkheid, en elke Haagse speler weet dit, diametraal tegenovergesteld. Nog steeds zitten die ministeries voor 99,99 procent vol met ambtenaren die het leven van de Nederlander in een eindeloze reeks deelbeslissingen onzichtbaar beïnvloeden.

Een fractie van die deelbeslissingen bereikt het bureau van een minister, een fractie daarvan komt ter sprake in de Tweede Kamer, en een fractie daarvan keert terug in een regeerakkoord.

Dit noemen wij politiek, of politiek debat – maar wee de ambtenaar die het waagt publiekelijk te claimen dat hij óók Haagse invloed heeft.

Het komt mede door het populisme na Fortuyn: sindsdien willen politici dat Den Haag in de beeldvorming alleen nog om de burger draait. Geen ambtenaar mag in de weg lopen van het idee dat de politicus optreedt als gekozene die slechts ten dienste van zijn stemmers staat.

Zo is de tijdelijke terugkeer van Herman Tjeenk Willink op het Binnenhof ook een fraai contrapunt voor de machopolitiek die Den Haag nu domineert. De informele stem van al die zwijgende ambtenaren krijgt het even voor het zeggen - omdat de politici, de allesdoeners en allesweters, het even niet meer weten.

Wat een opluchting. En wat een nuttige aanvulling op ons democratiebegrip.

Verkiezingen zijn belangrijk. Politici zijn belangrijk. De burger is belangrijk. Maar voor de continuïteit van het bestuur kunnen die politici helaas niet zonder al die duizenden ambtenaren.

Zij worden dan al jaren krampachtig uit beeld gehouden, de belangstelling van politici voor hen mag dan niet overhouden, maar geregeld opereren zij slimmer, en verstandiger, dan de politici zelf. Zie Tjeenk Willink.