Met de zakencompagnons op de camping

In de rubriek Buitenhuis vertellen bekende mensen waar zij zich even terugtrekken. Als het zomer wordt, trekt het gezin van acteur Cas Jansen naar Bakkum, want „half Amsterdam staat daar op de camping”.

Foto's Eddo Hartmann

Met twee kleine kinderen in Amsterdam-Centrum, in een appartement op de bovenste verdieping, aan een straat waar een metro wordt aangelegd: dan heb je behoefte aan een buitenplek, zegt acteur Cas Jansen. „We wilden aan zee en op niet meer dan een uur rijden van de stad.” Al snel kwamen ze uit bij Bakkum, want „half Amsterdam staat daar op de camping”. De caravans zijn er gewild, zegt hij. „Je betaalt veel geld voor een brakke hut die zowat uit elkaar valt. Daar hadden we geen zin in, we wilden een mooie caravan.” Toen die te koop stond, belde Jansen zijn ouders: „Mam, jij houdt ook van het strand en het buitenleven, zullen we dit samen kopen?” Een ideale deal: zijn gezin kan er in de schoolvakanties heen en zijn ouders daarbuiten, zij houden toch niet van de drukte.

Op Bakkum worden de kinderen vroeg wakker. Rond half acht ’s ochtends zit de hele familie op de fiets, een half uur later op het strand. „Daar is dan nog niemand, wij zijn de eersten die bij de strandtent een cappuccino bestellen. Als het ’s middags warm en druk wordt, gaan we terug, chillen bij de caravan.” In de tuin staat veel speelgoed en een grote tafel. „Ik hou niet van plastic borden, dus heb ik gezorgd voor goede spullen: een flinke koelkast, grote televisie, veel borden en genoeg wijnglazen. Iedereen is welkom.”

De camping ligt midden in een „giga duingebied”. Bij de aanschaf van de caravan, kreeg Jansen duinkaarten. „Die waren voor mij, als stadsjongen, een eye-opener: niet alleen de camping is fijn, maar ook de natuur eromheen. In de duinen gaan we fietsen, sporten en picknicken.”

Zijn compagnons, met wie hij in Amsterdam een restaurant en een bar heeft, kochten binnen een jaar ook een „stekkie” op Bakkum. „Dus hier zijn ook managementgesprekken gevoerd. Dat is nog eens vergaderen in relaxte sfeer, in korte broek, met zandkorrels tussen je tenen, biertje erbij.”

Op de camping blijft hij geen zes weken. „Na twee nachten wil ik naar huis. Ik zou niet de hele zomer op Bakkum kunnen zitten, dat zou ik saai vinden. In de zomer wil ik ook drie weken vakantie vieren in het buitenland.”

Eind oktober moet het huisje naar de stalling. Gedoe, vindt Jansen. „Heb je net je tuintje gezellig gemaakt en de schutting neergezet, moet je de hele zooi weer inpakken.”