‘De Oude Dame’ dineert weer op stand

Finale Champions League

Voor de tweede keer in drie jaar staat Juventus in de finale, tegen titelverdediger Real Madrid. De Italiaanse club is weer Europese top.

Juventus-keeper Gianluigi Buffon is hét toonbeeld van clubtrouw.Foto Alberto Pizzoli/AFP

Beter zou het niet snel worden, stelde succestrainer Antonio Conte bij zijn afscheid van Juventus in mei 2014. Voor de tweede keer op rij had zijn team de Italiaanse Supercoppa gewonnen, voor de derde keer op rij de landstitel in de Serie A.

En dat De Oude Dame in de Champions League dat jaar al in de groepsfase was uitgeschakeld? Niets aan te doen, oordeelde Conte, die dit seizoen Chelsea naar de Engelse titel loodste. Juventus was in zijn ogen te groot voor Italië maar structureel te klein voor de Europese top. „Je kunt niet in een ‘honderd-eurorestaurant’ gaan eten met maar tien euro op zak.”

Onder zijn opvolger Massimiliano Allegri staat Juve zaterdag in het Millenium Stadion van Cardiff al voor de tweede keer in drie jaar in de finale van de Champions League. Tegen Real Madrid hoopt de club uit Turijn voor het eerst sinds 21 jaar op Europees succes, nadat in 2015 de finale tegen Barcelona met 3-1 verloren ging. Twee keer wonnen de Bianconeri het belangrijkste Europese bekertoernooi. In 1985 overschaduwde het Heizeldrama volledig de 1-0 zege op Liverpool. Ook aan de winst na strafschoppen tegen Ajax (1996) kleeft een smet. Clubarts Riccardo Agricola werd later veroordeeld wegens het verstrekken van doping. Ook dat is Juventus: club van succes en schandaal.

Zo bereikte Juventus de finale van de Champions League.

Kon De Oude Dame dieper zinken dan in 2006? Italië is te klein als algemeen directeur Lucciano Moggi spil blijkt in het omkopingschandaal Calciopoli, waarbij scheidsrechters worden ‘bewerkt’ om duels van topclubs te manipuleren. Juventus raakt de titels van 2004 en 2005 kwijt en wordt teruggezet naar de Serie B, met negen strafpunten op de koop toe. Topspelers als Zlatan Ibrahimovic, Patrick Viera en Fabio Cannavaro vertrekken, de omzet keldert met 35 procent.

Clubtrouw houdt Juve overeind. International Gianluigi Buffon – in 2001 gekocht voor 53 miljoen euro van Parma en daarmee nog altijd de duurste keeper ter wereld – blijft in Turijn, net als de talenten Giorgio Chiellini en Claudio Marchisio. De ploeg keert direct terug naar de Serie A. Tien jaar later vormt het ervaren drietal nog altijd de ruggengraat van de ploeg, die dit seizoen voor de zesde keer op rij kampioen van Italië werd.

Ook de Tsjechische vedette Pavel Nedved speelt een hoofdrol bij de terugkeer op het hoogste niveau. Na zijn afscheid als speler is hij als technisch directeur de architect van een revival, met uitgekiende aankopen als Leonardo Bonucci, Andrea Pirlo, Arturo Vidal en Paul Pogba. Het bestuur onder leiding van Fiat-topman Andrea Agnelli maakt de bouw van een nieuw stadion mogelijk. Het kille en door de eigen fans gehate Stadio delle Alpi wordt in 2012 ingeruild voor het intieme Juventus Stadium.

Omzet van 341 miljoen euro

Als enige van de traditionele Italiaanse topclubs – AC Milan, Inter, AS Roma – slaagt Juve er zo in aansluiting te hervinden bij de Europese top. Het budget steeg volgens de Deloitte Money League van 142 miljoen euro in 2007 naar 341 miljoen in 2016. Daarmee staat de club uit Turijn tiende op de Europese ranglijst, die wordt aangevoerd door Manchester United (689 miljoen), Barcelona (620,2) en Real Madrid (620,1).

Na de verkoop van Pogba aan Manchester United (voor naar schatting 105 miljoen euro) haalde Juventus dit seizoen de Bosnische middenvelder Miralem Pjanic voor 32 miljoen van AS Roma en de Argentijnse spits Gonzalo Higuain voor liefst 90 miljoen van Napoli. De Braziliaanse grootverdiener Dani Alves (34) verruilde Barcelona transfervrij voor Turijn, waar hij wekelijks uitblinkt. De Oude Dame heeft weer middelen genoeg om te dineren in de duurste restaurants.