Recensie

De onvoorspelbaarste van alle koersen

Na Troje innemen of Rome stichten is de Giro winnen het meest epische wat ik kan bedenken.

Wielrennen is een literaire sport. Een wielerwedstrijd, en zeker een grote ronde, is een reis die zich laat navertellen. De sport is uitgevonden met het doel om opgeschreven te worden. De Tour de France en de Giro d’Italia zijn ruim honderd jaar geleden bedacht door de sportkranten L‘Équipe en La Gazzetta dello Sport om in de zomermaanden, wanneer er weinig andere sport was, lezers aan zich te binden met een bloedstollend feuilleton over een epische tocht door de meest onherbergzame gebieden van het land. De televisie heeft veel verknald, maar wielerjournalisten van de schrijvende pers hebben nog steeds de neiging om zich te bedienen van het hoogste stijlregister wanneer ze de koers verslaan, zeker in Italië.

Wielrennen is de ideale combinatie van een teamsport en een individuele sport, zoals de strijd tussen de Grieken en de Trojanen een strijd was tussen Achilles en Hector. Onderweg worden gelegenheidscoalities gesloten die een van de gezworenen als eerste zal moeten verraden als de overwinning voor het grijpen ligt. De koers is een strijd van man tegen man, van de eenling tegen het collectief en van de mens tegen de natuur. En van alle koersen is de Giro d’Italia de mooiste, de grilligste en de onvoorspelbaarste. Daar ligt nog sneeuw in de bergen, de wegen zijn smaller, de dorpjes verder weggedommeld van moderne tijden, de rondemissen warmbloediger, en de strijd gaat om de moeder aller kleuren: het roze.

Epiek is het literaire genre dat het beste past bij een grote ronde. In de narratologie en de vergelijkende mythologie hebben geleerden als de antropoloog Edward Taylor en anderen al vanaf het einde van de negentiende eeuw de zogenaamde ‘monomythe’ gereconstrueerd, die ze definiëren als ‘the hero’s journey’. Hun werk is gepopulariseerd door Joseph Campbell in zijn beroemde boek The Hero with a Thousand Faces uit 1949. Hij beschrijft het basale narratieve patroon als volgt: ‘A hero ventures forth from the world of common day into a region of supernatural wonder: fabulous forces are there encountered and a decisive victory is won.’

Tom Dumoulin verliet de beslommeringen van het dagelijks leven in Maastricht om op reis te gaan door een wereld vol wonderen. De reis was lang en onmenselijk zwaar en voerde door de krakende heuvelen van Sardinië over de flanken van de walmende Etna, door de Apennijnen, naar de heldhaftige beklimming naar Oropa, de aanval van buikkramp op de Umbrailpas, de besneeuwde toppen van de Stelvio, het gevecht op de Passo Gardena naar de triomftocht aan de voet van de Dom van Milaan. Hij moest eenzaam strijden tegen de grootste krijgers van zijn tijd, de Condor uit Tunja en de Haai van Messina, die een bondgenootschap tegen hem hadden gesloten. En hij won. Hij keerde terug van zijn queeste in het bovennatuurlijke land dat Italië heet met de roze trui, zoals Jason uit het verre Kolchis terugkwam met het Gulden Vlies.