De naam van de donorvader zouden ze later wel horen

Broer en zus

De kinderen van Esther Heij kregen alleen nietszeggende informatie over hun donorvader.

Esther Heij (57) is arbeidsongeschikt, heel lang al, maar in haar jonge jaren was ze oefentherapeut. Ze had een praktijk in Ridderkerk. En ze had een man. Helaas: na twee mislukte zwangerschappen liep de relatie stuk. „Ik was 32”, zegt ze. „Ik wilde heel graag kinderen. Dus wat moest ik?”

Een man in het café opduikelen was niets voor haar. Te verlegen. En bang voor aids. „Dat was je toen nog.” Dan liever een advertentie, in NRC. Donor gezocht, eventueel co-ouderschap. „Werd geweigerd.” Ze lacht. „Begin jaren negentig. Kun je je nu niet meer voorstellen.”

En zo werd het de kliniek van dokter Karbaat in Barendrecht. „De beste fertiliteitsarts van Nederland.” Ze moest eerst op gesprek komen. Er werd gekeken of ze het wel aankon, alleenstaand moederschap. Zelf had Esther Heij ook een eis: geen anonieme donor. „Mij werd beloofd dat zijn naam bekend zou worden als mijn kind zestien was.”

Lastig vond Karbaat het wel. Het idee was toen dat mannen iets goeds deden door zaad te doneren. Hun werd beloofd dat niemand ooit te weten zou komen dat ze op deze manier kinderen hadden verwekt.

Negen keer werd Esther Heij door Karbaat behandeld, negen keer gebeurde er niets. Ze verhuisde naar Friesland, in de buurt van Dokkum, en vroeg aan de artsen in het ziekenhuis daar of ze haar verder wilden helpen, met het zaad dat ze van Karbaat had meegekregen, in een koeltank. Twaalf rietjes, duizend gulden, zelf betaald. Maar in Dokkum deden de artsen dat soort dingen niet, het ziekenhuis was protestants-christelijk.

In Drachten wel, nadat de raad van bestuur erover had vergaderd. En toen, eindelijk, raakte Esther Heij zwanger, van Merel-Lotte, nu 23. Twee jaar later kwam Yonathan-David, verwekt met nieuw aangeleverd zaad uit Barendrecht, Esther had er weer duizend gulden voor betaald.

Ze zit op de bank in de woonkamer, in haar huis in Vijlen, bij Vaals. Yonathan zit naast haar. Merel-Lotte zit in de leunstoel tegenover hen, met haar telefoon. Haar interesseert het allemaal niet zo, zegt ze.

„Mij wel”, zegt Yonathan. „Ik heb altijd een vaderfiguur gemist. Nu ik volwassen ben zoek ik geen vader meer, maar wel: waar kom ik vandaan, wat heb ik van hem?”

Blank en slank

Op zijn zestiende – het gezin was net terug van een paar jaar Noorwegen – schreef Yonathan een brief aan de kliniek in Barendrecht. We zijn nu met vakantie, schreef de vrouw van Karbaat terug. Als we terug zijn, stuur ik u uw donorpaspoort. Hij kreeg het na een paar weken. Een A4-tje met wat gegevens over zijn vader. Zogenaamd dan, want later kwamen ze erachter dat andere donorkinderen vergelijkbare paspoorten hadden gekregen, allemaal nogal nietszeggend. En zonder naam.

De vader van Yonathan – en van Merel-Lotte, dat weten ze sinds twee weken zeker – zou slank en blank zijn, optimistisch, een kampeer- en natuurliefhebber met een hekel aan oneerlijkheid en een gelukkige jeugd.

Hij probeerde de naam van zijn vader te achterhalen via Fiom, de organisatie die zich met afstammingsvragen bezighoudt, en via het ministerie van Volksgezondheid. Geen antwoord. Dat ze bedonderd zijn, zegt zijn moeder, begon hun pas te dagen toen ze in 2015 een aflevering van het tv-programma Spoorloos zagen. De zoon van een donor uit Barendrecht zocht broers en zusjes. Volgens de donor, die uit de anonimiteit was gestapt, zouden het er wel tweehonderd zijn. Esther Heij: „Barendrecht? Was deze donor misschien ook de vader van mijn kinderen?” Maar dat was niet zo, bleek uit een DNA-test.

Vorig jaar sloten Esther en haar kinderen zich aan bij de groep die de rechtszaak tegen Karbaat heeft aangespannen. Fiom weet sinds 22 mei vrijwel zeker dat negentien van de bij hen geregistreerde donorkinderen van Karbaat zijn. Een wettige zoon van hem heeft na Karbaats plotselinge dood, eind april, zijn DNA afgestaan. Yonathan en Merel-Lotte zitten niet bij die negentien; wel bij een groep van vijftien van wie is vastgesteld dat ze dezelfde vader hebben – waarbij ook Karbaat nog niet uitgesloten is. „Waarschijnlijk iemand uit het Zuiderziekenhuis”, zegt Esther Heij.

Yonathan gaat proberen werknemerslijsten uit die tijd te pakken te krijgen. En Merel-Lotte? Die heeft sinds vorige week intensief contact met een halfzusje. „Zo grappig”, zegt ze. „Zij kan ook slecht tegen mensen die snurken of smakken. We rijden allebei paard. We zijn gek op Grey’s Anatomy.” Het halfzusje is tandartsassistente. En Merel-Lotte is apothekersassistente.