Recensie

De ‘amazing family’ van Thomas Mann op de snijtafel

Een familiebiografie en een brievenbundel prikken tal van mythes over de ‘amazing family’ van Thomas Mann door. Ineens zijn de Manns gedegradeerd tot een gewone, gecompliceerde, familie, waarin velen zich zullen herkennen.

De familie Mann in 1932. V.l.n.r. Thomas, Hans Reisiger, Katia, Michael, Monika en Elisabeth Mann Foto KEYSTONE/Thomas-Mann-Archiv/STR

Een beroemde vader, zes kinderen die van zijn reputatie profiteren om zelf beroemd te worden, een dienstbare moeder, een leuke hond, een auto met chauffeur, dienstpersoneel, een statige villa in een parkachtige buitenwijk, een Nobelprijs. Niets mis mee, zou je zeggen. En toch is dit gezin, als in een Wagner-opera, ernstig ontwricht, soms met zware depressies en zelfmoord als gevolg. Dat komt door het verlangen van die kinderen naar erkenning door hun vader, die een van de beroemdste schrijvers ter wereld is.

Juist dat hunkeren naar bevestiging maakt de familie Mann, over wie het hier gaat, zo herkenbaar. Het zou zelfs kunnen verklaren waarom de boeken van en over dat gezin nog altijd zo goed gelezen worden – van Thomas Mann alleen al zijn er in het Duits zo’n vijf miljoen verkocht.

De ‘amazing family’, zoals de Britse diplomaat en schrijver Harold Nicolson de Manns in 1939 noemde en zoals zij zichzelf sindsdien ook zagen, werpt nog altijd veel stof op, waardoor je je blijft verbazen. Dat besef dringt eens te meer tot je door na het lezen van De familie Mann. Geschiedenis van een gezin van de Duitse publicist Tilmann Lahme, die eerder een onthullende biografie van Golo Mann schreef. Samen met het mede door hem samengestelde Die Briefe der Manns. Ein Familienporträt, waarin 199, deels onbekende brieven zijn opgenomen, doet hij het gevestigde beeld van de ‘amazing family’ in veel opzichten kantelen en rekent hij af met allerlei clichés.

Vader Thomas Mann (1875-1955), door zijn vrouw en kinderen der Zauberer genoemd, gold lange tijd als een afstandelijke, kille, egocentrische schrijver, een verborgen homoseksueel, die voor een bestaan als conservatieve familievader en hoogburgerlijke schrijver had gekozen om niet aan zijn ‘tegennatuurlijke’ lusten ten onder te gaan. Hoogstens in zijn gedachten of zijn boeken verlustigde hij zich nog aan mannen, zoals het romanpersonage Tadzio uit Der Tod in Venedig of een kelner in een Zwitsers hotel. Zijn leven en oeuvre beschouwde hij als een Gesamtkunstwerk, zijn gezin als zijn eerste lezerspubliek, de verkoop van zijn boeken als middel om er een vorstelijke levensstijl op na te houden.

Zijn vrouw Katia Mann-Pringsheim (1883-1980), afkomstig uit een schatrijke joodse familie, probeerde hem in dat streven zo goed als ze kon bij te staan. Ze bestierde zijn financiën en het huishouden, fungeerde als zijn secretaresse en voedde hun kinderen op. Mann-biografen zetten haar vaak neer als een even kille persoonlijkheid als haar echtgenoot.

Eenzame cruise

Uit Lahme’s familiebiografie en de door hem bezorgde briefwisseling, die elkaar op een perfecte manier aanvullen en tot het beste behoren dat over de Manns is verschenen, rijst echter een veel genuanceerder beeld van Thomas, Katia en hun zes kinderen op. Zonder zijn vrouw was de grote schrijver bijvoorbeeld nergens. Dat blijkt uit een brief die hij haar stuurt als hij zonder haar gezelschap een cruise op de Middellandse Zee maakt. Hij voelt zich er zo ongelukkig dat hij besluit nooit meer alleen op reis te gaan.

Eenmaal, in 1920, vroeg de discrete Katia zich in een brief af of het wel zo verstandig was zich zo geheel op haar man en kinderen te richten, maar daarbij bleef het. Van opoffering was dan ook geen sprake, wel van overtuigde liefde voor haar overgevoelige echtgenoot en haar grillige, neurotische kinderen. Als het erop aankwam, verdedigde ze hen als een leeuwin haar welpen. En als Thomas op latere leeftijd kanker krijgt, spreekt ze met de artsen af dat ze hem dat niet vertellen, zodat hij zich, hypochonder als hij is, niet ongerust hoeft te maken. Katia is dan ook de heldin in Lahme’s familiebiografie. Zonder haar stabiele karakter en toewijding was het omvangrijke en bijzondere oeuvre van Thomas Mann waarschijnlijk nooit tot stand gekomen.

Ook als ouderpaar waren de Manns veel gewoner en aardiger dan de literatuurgeschiedenis je tot voor kort deed geloven. Lahme, die zijn biografie in 1922 laat beginnen, als Thomas Mann 47 jaar oud is, zet hen neer als bezorgde, sympathieke ouders, die zielsveel van hun problematische kinderen hielden en zich bijna onafgebroken over hen ontfermden, ook al hadden ze met de een meer dan met de ander.

Als ouderpaar waren de Manns veel gewoner en aardiger dan de literatuurgeschiedenis je tot voor kort deed geloven

Die kinderen – Erika (1905-1969), Klaus (1906-1949), Golo (1909-1994), Monika (1910-1992), Elisabeth (1918-2002) en Michael (1919-1977) – waren op hun eigen manier begaafd. Hun jaartallen spreken bovendien boekdelen, omdat ze de meest bewogen eeuw uit de Duitse geschiedenis overspannen: die van de Eerste Wereldoorlog en de ondergang van het door hun vader bewonderde Duitse keizerrijk, de chaos en losbandigheid van de Weimarrepubliek waarin de conservatieve schrijver in een sociaal-democraat veranderde, de Hitlertijd waarin Mann zich, om zijn boekenverkoop in Duitsland niet in gevaar te brengen, tussen 1933 en 1936 niet durfde uit te spreken over het nieuwe bewind, de emigratie waartoe hij in 1933 na een buitenlandse tournee besloot, de Tweede Wereldoorlog en de vlucht van de familie naar de Verenigde Staten, Manns weigering om na 1945 terug te keren naar het Duitsland dat hem zijn emigratie kwalijk nam.

Lahme behandelt de levensgeschiedenissen van de acht Manns om en om, zonder de chronologie uit het oog te verliezen. Zo ontstaat een indringend beeld van een gecompliceerde familie. Anders dan zijn meeste voorgangers, stelt hij daarbij overtuigend vast dat in de ‘amazing family’ geen sprake was van verstoorde familieverhoudingen. Dat blijkt ook uit Die Briefe der Manns, waarin woordspelletjes, vertederende koosnaampjes en openhartige bekentenissen aantonen hoe vertrouwd de familieleden met elkaar omgingen. Tussen de ouders en hun kinderen bestond vooral warmte, intimiteit en empathie. Ontroerend is om te lezen hoe bezorgd Thomas en Katia voortdurend over al hun volwassen kinderen zijn.

Van het imago van Thomas Mann als de kille, ijdele vader, die vooral bezig was met zijn werk en die zich niet om zijn kinderen bekommerde, blijft dan ook weinig over. Eerder is hij een vader, zoals je die zou willen hebben: tolerant, bemoedigend, begripvol, warm en kwetsbaar. Zo maakt hij zich zorgen over zijn twee oudste kinderen, Erika en Klaus, die zich in het losbandige Berlijn van de jaren twintig en dertig overgeven aan homoseksuele liefdesavonturen en drugs. Over die drugs moet je in die brieven tussen de regels door lezen. Want als het slikken van pillen en drugs in één familie gewoon was, dan was het wel bij de Manns. Echt gezwegen wordt er in de briefwisseling over de zelfmoorden van Klaus en Michael, alsof ze niet hebben plaatsgevonden.

Lelijk eendje

Uit de brieven blijkt ook dat Erika, Klaus en het nakomertje Elisabeth de lievelingen van hun ouders zijn. De verlegen Golo voelde zich vergeleken met zijn sprankelende, oudere broer en zuster, het lelijke eendje, dat door zijn vader werd genegeerd, wat hem zware depressies zou hebben opgeleverd. Lahme maakt hier korte metten mee. Als Golo zich als student beklaagt dat hij alleen maar als zoon van zijn beroemde vader wordt gezien en dat die vader hem nooit één regel heeft geschreven, haalt de biograaf een brief van Golo’s studievriend Pierre Bertaux aan, waarin je kunt lezen dat Golo’s bewondering voor zijn vader grenzeloos is en dat hij altijd over zijn vader en zijn familie praat.

Lahme, die voor zijn onderzoek naar de familie Mann uit zijn Golo Mann-biografie kon putten, wijt Golo’s depressies eerder aan zijn homoseksualiteit en zijn onbevredigde liefdesleven dan aan de relatie met zijn vader. Vader en zoon vertrouwen elkaar zelfs zo dat Thomas de door zielepijn gekwelde Golo in een brief van 26 februari 1945 bepaalde drugs aanraadt, die hemzelf verlichting geven.

Uit de brieven van Thomas en Katia, die in Die Briefe der Manns zijn opgenomen, blijkt bovendien dat zij Golo al voor de oorlog zeer waardeerden en dat hij, als hij eenmaal net als zij naar de Verenigde Staten is gevlucht, op Erika na de naaste medewerker van zijn vader werd.

De arrogante, haatdragende, maar ook charmante, aan drank en pillen verslaafde Erika, die met haar politieke cabaret Die Pfeffermühle Hitler bespot, komt er bij Lahme slecht vanaf. Hij beschuldigt haar ervan talloze mythes om haar vader te hebben geweven, waarin zijzelf vaak de hoofdrol speelt. Een van die mythes is dat ze in de zomer van 1933, toen Thomas Mann al in het buitenland verbleef, illegaal naar Duitsland terugkeerde om in te breken in het door nazi’s bewaakte ouderlijk huis in München en haar vaders manuscript van Jozef en zijn broers te redden. Vervolgens zou ze het, verstopt tussen gereedschap, in haar auto de grens over hebben gesmokkeld.

Later zou Thomas Mann het nog vaak over die heldendaad van zijn dochter hebben. Golo noemde die smokkel in zijn Erinneringen und Gedanken zelfs cynisch Erika’s belangrijkste wapenfeit. Het is daarom niet zo vreemd dat de meeste Mann-biografen die gebeurtenis aanhalen. In werkelijkheid had Erika dat manuscript in maart 1933 gewoon van huis meegenomen toen ze zich in de emigratie begaf en probleemloos de grens over kon.

Lahme ontkent niet dat de kinderen Mann soms moeite hadden met de last van een beroemde vader, waardoor ze vaak niet op hun eigen merites werden beoordeeld. Maar hij benadrukt wel dat de jongste zoon Michael een agressieve nietsnut was, die voortdurend bij zijn ouders om geld aanklopte en als musicus weinig voorstelde. Uiteindelijk zou hij wel degelijk op grond van zijn afkomst een professoraat in de Duitse letterkunde in de VS krijgen.

Ook laat Lahme zien dat de suïcidale Klaus, anders dan Golo, die zich na de oorlog tot een briljant historicus ontwikkelde, een gemankeerd talent was, wiens romans leden onder een kitscherige stijl. Pas in de loop van de jaren dertig zou de meest tragische telg uit de familie als politieke schrijver zijn vorm vinden in zijn romans Mefisto en Der Vulkan. Met die laatste roman complimenteerde zijn vader zijn zoon overigens uitvoerig. Van een gebrek aan erkenning was ook nu geen sprake.