Brussel keurt redding wankele Italiaanse bank goed

Monte dei Paschi

Italië mag Monte dei Paschi herkapitaliseren, als de bank alle probleemleningen van de hand doet. Dat gaat de belastingbetaler geld kosten.

De Europese Commissie heeft donderdag een principeakkoord gesloten met de Italiaanse regering over de voorwaarden voor redding van de noodlijdende bank Monte dei Paschi di Siena. Dit maakte de Commissie donderdag bekend. De deal maakt de weg vrij voor een kapitaalinjectie van de bank door de Italiaanse overheid.

De Europese Centrale Bank stelde in december dat Monte dei Paschi, de op twee na grootste bank van Italië, 8,8 miljard euro aan kapitaal nodig heeft. De bank, jarenlang slecht bestuurd, zwicht onder een berg probleemleningen die burgers en bedrijven niet of onvolledig kunnen terugbetalen.

Italië zette 20 miljard euro opzij voor herkapitalisatie van meerdere wankele banken. Voor de redding van Monte dei Paschi moest Rome echter wachten op het fiat van Brussel, omdat de kapitaalinjectie moet voldoen aan EU-regels voor staatssteun.

Na maanden van taaie onderhandelingen heeft Brussel nu bedongen dat Monte dei Paschi alle probleemleningen, volgens Italiaanse media gaat het om 29 miljard euro, moet verkopen tegen marktprijzen. Om de zware verliezen op te vangen, moet de bank veel efficiënter gaan opereren. Topbestuurders mogen voortaan nog maar tien keer het gemiddelde salaris van bankmedewerkers verdienen.

Verder moeten aandeel- en obligatiehouders van de bank meebetalen aan de redding, door verliezen te nemen op hun aandelen en achtergestelde obligaties. Dit moet volgens de Commissie de kosten voor de Italiaanse belastingbetaler beperken. Gewone burgers die achtergestelde obligaties van de bank bezitten mogen door Monte worden gecompenseerd.

Dit laatste was een heikel punt. In Italië hebben klanten van banken vaak voor hun spaargeld bankobligaties gekocht. De Italiaanse regering wilde koste wat kost voorkomen dat spaarders opnieuw zouden worden geraakt. Daarom hoest de regering het leeuwendeel van de redding van Monte dei Paschi zelf op, met belastinggeld, op basis van een uitzonderingsclausule in de EU-bankenregels. In principe besloten de EU-landen na de crisis juist dat niet belastingbetalers, maar beleggers moesten opdraaien voor bankenreddingen.