‘Veel schaatsers zijn boerenzoon, wist je dat?’

De eerste baan

Als puber molk olympisch schaatskampioen Mark Tuitert (37) koeien op de boerderij van zijn vader.

Foto Bastiaan Heus

Wie zijn dagen boordevol plant, heeft alleen tussen de bedrijven door tijd voor koffie. En dus komt Mark Tuitert, de sportschoenen nog aan, om negen uur ’s ochtends het grindpad van zijn huurhuis in het Zuid-Hollandse Hoogmade oplopen. De dijen van een schaatser zijn verdwenen (twee broekmaten), een torso kwam ervoor in de plaats. „Ik kom net van krachttraining, hier verderop.”

Precies drie jaar geleden stopte hij met schaatsen. Een genadeloos zwart gat volgde daarop niet, maar de nodige twijfel wel: „Het liefst wilde ik zwart op wit hebben waar ik over twintig jaar zou zijn.” Een angstige gedachte, zegt Tuitert nu. Maar de stoïcijnen boden uiteindelijk uitkomst: „Die filosofie leerde me dat ik wel mag dromen, maar me niet aan die verlangens mag vastklampen.” Leven in het nu: verder dan een half jaar vooruit wordt niet meer gepland, elke klus die niets met sport te maken heeft verdween uit de agenda. Het geeft overzicht, lacht Tuitert. „En vooral veel energie.”

Werken met koeien is heel overzichtelijk

Simpele dieren

Dat overzicht heeft de ex-topsporter graag. Niet alleen vanuit het woonkamerraam („Dit dorp heeft maar 1.500 inwoners”), maar ook in de manier waarop hij zijn werk doet, vertelt Tuitert wanneer we het weiland achter zijn huis in lopen. Hij is de oudste van drie zoons, het gezin groeide op in het Twentse Holten („Daar waren het er 5.000”). In de stallen stonden melkkoeien en varkens.

Met een soepele beweging werkt Tuitert zich over het ijzeren hek dat een stel koeien van de weg scheidt. „Kijk, dit zijn pinken, die zijn nieuwsgierig.” Een groepje jonge koeien verzamelt zich om Tuitert heen. Een tweede club springt nog net niet in de sloot om zijn aandacht te vangen. „Maar je mag ze niet aanraken”, weet hij. „Dan zijn ze weg.”

Al van jongs af aan was duidelijk: die koeien zijn veel fijnere dieren dan varkens. „Varkens zijn stressgevoelig, slim en staan de hele dag in benauwde stallen.” Ze krijsen bovendien, zegt Tuitert met een vies gezicht. Bij koeien weet je daarentegen waar je aan toe bent: „Ze zijn mak en staan buiten. Werken met koeien is heel overzichtelijk.”

Lees ook De eerste baan van vorige week: ‘Je was cool als je alle prijsjes uit je hoofd wist’

Foto Bastiaan Heus

Nalatenschap

Als Tuitert op zijn zestiende een zomerbaantje in de ijssalon in Holten op het oog heeft („Vier gulden per uur”), is zijn vader er daarom daarom snel bij: „Melken kon bij hem voor zeven gulden vijftig, dat was natuurlijk de shit.” En dus haalde Tuitert op de plaatselijke landbouwschool zijn melkdiploma, en bracht de zomers voortaan met zijn oma door in de stal. Flop-flop – zo verdween de machine om de uiers. „Dan was het wachten tot de tank vol zat.”

Zijn werkdagen koos hij zelf, dus naar voetbal, skeeleren en schaatsen kon gewoon. Maar ondertussen versterkte het werk zijn band met het boerenbedrijf ook: „We zitten nu weleens met vader en drie zoons om tafel, om te praten over de toekomst van het bedrijf.” Een leven lang als boer ziet hij niet voor zich, daar is het ondernemen nu te leuk voor. „Maar de boerderij en het land verkopen zou ik niet zomaar doen. Die hebben te veel waarde.”

„Weet je wat het is?”, zegt Tuitert na lang nadenken. „Je nalatenschap als topsporter verdwijnt met jou in het graf. Zo’n bedrijf kan ik nog aan mijn kinderen doorgeven, dat vind ik heel waardevol.”