41 gouden munten bij oude grafheuvel

Een Romeinse goudschat die gevonden werd bij Lienden in de Betuwe wijst erop dat de Franken samenwerkten met de Romeinen.

De muntschat van Lienden. Foto Rob Reijnen

Het slothoofdstuk van de geschiedenis van de Romeinse aanwezigheid in Nederland kan worden herschreven. Dat zeggen archeologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam naar aanleiding van de ontdekking, afgelopen zomer, van een verzameling goudstukken in een boomgaard te Lienden in de Betuwe.

De jongste munt, waaruit valt af te leiden op welk moment de schat is begraven, is geslagen voor keizer Majorianus, die tussen 457 en 461 probeerde het Romeinse gezag ten noorden van de Alpen te herstellen. Deze poging mislukte en vijftien jaar na het einde van zijn bewind werd de laatste Romeinse keizer in West-Europa afgezet. In de daaropvolgende kwart eeuw kwam de macht daar in handen van de Merovingen, het koninklijk huis van de Franken. De Franken waren een Germaanse stam die sinds 358 woonde in het huidige Brabant en Limburg. Ze waren meestal trouw aan Rome.

Lees ook het achtergrondstuk in de Wetenschapsbijlage: ‘De Franken waren geen barbaren, ze redden juist de Romeinse cultuur’

Recent zijn in Lienden 31 goudstukken gevonden. Uit archiefstukken blijkt bovendien dat er op deze plek in de negentiende eeuw meer munten zijn opgegraven. Die bevonden zich in de Oudheidkamer in Tiel maar zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Met in totaal 41 munten is de schat van Lienden niet alleen de jongste, maar ook de grootste Laat-Romeinse goudschat uit Nederland.

Uit een kleine opgraving door archeologen van de Vrije Universiteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bleek dat de munten zijn begraven bij een grafheuvel uit de prehistorie, die in de vijfde eeuw nog zichtbaar was en een goed herkenbaar punt vormde voor iemand die de bedoeling had zijn geld ooit op te halen.

Die is daartoe niet meer in staat geweest, zodat de munten begraven bleven tot de metaaldetectoramateurs Dik van Ommeren en Cees-Jan van de Pol ze in 2012 vonden en hun ontdekking meldden bij archeologen Stijn Heeren en Nico Roymans van de Vrije Universiteit. Een derde metaaldetectoramateur, Mark Volleberg, vond in 2016 nog meer munten.

In totaal zijn uit de Lage Landen nog 26 soortgelijke Laat-Romeinse schatten bekend, waarvan de meeste dateren uit het begin van de vijfde eeuw, toen de opstandeling Constantinus en de rechtmatige keizer Honorius probeerden troepen te werven onder de Franken. Tot nu toe was dat het laatst bekende moment waarop Rome belangstelling had voor de Lage Landen.

De schat van Lienden vertegenwoordigt een soortgelijke transactie. Het gaat vrijwel zeker om een betaling die de Romeinse generaal Aegidius namens keizer Majorianus heeft gedaan aan een Frankische vorst, die er vervolgens zijn mensen mee heeft betaald. Oudheidkundigen kennen de namen van verschillende Frankische koningen; Roymans en Heeren denken aan Childerik, die rond 460 aan de macht kwam.

Door met Romeins geld betalingen te doen aan lokale Frankische leiders, versterkte Childerik zijn eigen netwerk en verwierf hij een solide machtsbasis. Hierdoor konden hij en zijn zoon Clovis na de implosie van het Romeinse staatsapparaat hun gezag doen gelden. De schat van Lienden documenteert dus hoe in de Laat-Romeinse wereld de grondslagen werden gelegd voor de Frankische opvolgerstaat.

De schat van Lienden is te zien in het Valkhof Museum in Nijmegen. Zie museumhetvalkhof.nl. Zaterdag besteedt NRC Wetenschap meer aandacht aan de geschiedenis van de Franken.