Recensie

Vernieuwend taalgebruik in versleutelde berichten van criminelen

Zap

Actualiteitenprogramma EenVandaag opende woensdag met een item over bewijs dat is gevonden in versleutelde PGP-berichten van criminelen. Het taalgebruik in dit soort zaken is fascinerend.

Ontsleuteld PGP-bericht in ‘EenVandaag’ (AVRO-TROS)

Als een actualiteitenrubriek meldt dat een actie van het openbaar ministerie gezien moet worden als „een mokerslag voor de onderwereld”, dan is het wel duidelijk bij wie het initiatief lag voor de reportage. De opening van EenVandaag (AVRO-TROS) over de massale ontsleuteling van criminele communicatie vertoont veel kenmerken van een ronkend persbericht. Landelijk officier van justitie Martijn Egberts laat zich interviewen door jusititieverslaggever Bram de Waal en meldt dat zijn mensen zijn gestuit op „een goudmijn” aan informatie. Door gerichte acties tegen producenten van zogeheten PGP-smartphones en inbeslagname van een server kon het OM al 3,6 miljoen berichten ontcijferen. De Pretty Good Privacy bleek dus nogal beperkt houdbaar.

De Waal zegt, op zijn beurt weer geïnterviewd door anchor Jojanneke van den Berge, dat hij niet dagelijks rondloopt in het criminele milieu, maar dat hij wel meent te weten, vooral door achtergrondgesprekken met strafpleiters, dat ze daar op hun nagels bijten. Want bewijslevering langs deze weg zou tamelijk onweerlegbaar zijn.

Het taalgebruik in dit soort showcases voor Justitie is altijd fascinerend. Zoals een Amsterdamse hoofdcommissaris zijn eigen mensen bij voorkeur „dienders” noemt, zo spreekt het OM kennelijk het liefst over criminelen als „boeven”: het woord valt drie keer in de reportage. Criminaliteit bestrijd je (liefst als fighter), boeven die vang je.

Maar ook het idioom van de andere partij raak je niet snel op uitgekeken. Justitie stelde naast beelden van werkzaamheden van het High Tech Crime Team ook vast enige voorbeelden beschikbaar van het belastende materiaal op de encryptietelefoons. Zo kunnen we kennis nemen van flarden van de voorgeschiedenis van de liquidatie van drugshandelaar Rinus Moerer uit Steenbergen. Hij bood zijn partners om „een ton op te halen”, maar die eiste er een nulletje achter, of laat het anders maar zitten. Daarna legde een tussenpersoon uit dat hij niets meer kon doen voor Rinus.

En dan is er het berichtenverkeer op de Blackberry’s van de gearresteerde schutters bij de mislukte liquidatie van Pjotr R. in Diemen. Interessant om te weten wie hun opdrachtgever was, en daar is nu zicht op. Een man die wordt aangeduid als ‘Buik’, en door EenVandaag in een foto met balkje aangeduid als „kopstuk van de mocromaffia Naoufal F.”, stuurt een bericht aan een van de schutters over de eveneens door de politie bemachtigde auto: „Waarom is de waggie niet gevlamd? Kunnen ze vingerafdrukken of DNA in de waggie vinden?” Nieuws is dat niet, want tijdens de rechtszaak tegen de verdachte schutters in april van dit jaar werd de tekst al net anders ontcijferd weergegeven: „Waarom heb je de waggie niet gevlamd in de garage, waarom niet gefikt meteen?”

Dat worden niet alleen overuren voor de strafrechtadvocaten en de officieren van justitie, maar ook voor de misdaadverslaggevers en later de scenarioschrijvers, als er nog meer van dit soort dialogen in min of meer begrijpelijk Nederlands openbaar gemaakt worden.

Maar laten we het even afwachten. Ik denk dat de door Egberts in deze reportage onthulde strategie dat er geen enkel bezwaar is tegen encryptie, maar wel tegen het accepteren van uit misdaad afkomstig geld, weleens op tegenvuur vanuit de verdediging zou kunnen rekenen. Als die hele ontcijferingsoperatie zou berusten op onrechtmatig verkregen bewijs, dan riskeert de mokerslag niet aan te komen. En dat zou jammer zijn, ook voor de verzamelaars van vernieuwend taalgebruik.