Opinie

Voorkom geblunder: zorg dat je de Russen snapt

Wie ziet hoe Rusland zich ontwikkelt, moet concluderen dat kennis over hoe de Russen denken, onontbeerlijk is geworden, schrijft Tony van der Togt. Maar juist dáár is op bezuinigd.

In haar column in NRC pleit Beatrice de Graaf voor een herwaardering van specialisten, onder wie de Russisch-sprekenden die beter in staat zijn te duiden waarvoor het huidige Rusland staat en wat dat voor ons betekent.

Deze oproep is mij uit het hart gegrepen. Van nabij heb ik namelijk meegemaakt hoe de Ruslandkennis en -kunde in Nederland in de Poetin-jaren langzamerhand verloren ging. En dat terwijl het belang van Rusland juist toenam. Welke prijs wij daarvoor betalen wordt inmiddels steeds duidelijker.

Lange tijd werd er vanuit gegaan dat Rusland steeds meer een „normaal” Europees land zou worden met op termijn een Engelssprekende elite. Dit leidde ertoe dat bij de universiteiten op Ruslandkunde en Slavistiek fors werd bezuinigd. Gespecialiseerde instituten als het Oost-Europa Instituut in Amsterdam en het Leidse instituut voor Oost-Europees Recht verdwenen of werden geïntegreerd in bredere Europese studies.

In het Nederland-Ruslandjaar 2013 werd ook duidelijk hoezeer de betrokkenheid van Nederlandse NGO’s bij de maatschappelijke ontwikkelingen in Rusland was verschraald, vooral vanwege bezuinigingen op overheidsprogramma’s als MATRA (ondersteuning van maatschappelijke transitie): het aantal in Rusland nog actieve Nederlandse NGO’s was inmiddels op de vingers van één hand te tellen.

Toch hadden we al eerder kunnen zien aankomen dat Rusland niet langer op weg was een „normaal” Europees land te worden en steeds nadrukkelijker de eigen identiteit en traditionele waarden op de voorgrond zou stellen. Het werd steeds meer Russkiy Mir (de Russische wereld) first. Dit besef lijkt hier pas te zijn doorgedrongen met de Oekraïne-crisis en de MH17-tragedie.

Zelfs het bedrijfsleven leefde in de veronderstelling dat Rusland een mooie opkomende markt was die steeds meer het spel zou spelen volgens internationaal afgesproken regels. Niet dus. Zelfs Shell was verrast, toen ze op Sachalin ineens werden geconfronteerd met milieubezwaren. Elke Ruslandkundige had kunnen vertellen dat dit soort bezwaren alleen om politieke redenen worden aangedragen.

En zo kon het gebeuren dat er nauwelijks Russisch-sprekende diplomaten op de ambassade in Kiev waren gestationeerd, toen vlucht MH17 boven Oekraïens grondgebied werd neergeschoten. En dat er ook nu nog op Buitenlandse Zaken en bij allerlei diensten die zich met Russische activiteiten bezighouden onvoldoende specialisten zijn om bijvoorbeeld Russische propaganda en desinformatie op waarde te kunnen schatten. Daarvoor is het namelijk noodzakelijk de debatten in Rusland, ook op sociale media, in het Russisch te kunnen volgen.

Zowel AIVD als MIVD wijzen in hun jaarverslagen op een toegenomen Russische veiligheidspolitieke dreiging, ook voor onze eigen democratische rechtsorde. Activiteiten van hackers, maar ook allerlei vormen van desinformatie en pogingen tot politieke beïnvloeding, zoals rond het MH17-onderzoek en het Oekraïne-referendum, zijn alleen scherp te duiden binnen de eigen Russischtalige context. Met de opleiding van dergelijke specialisten hebben we in Nederland inmiddels echter een generatie overgeslagen.

Zowel het bedrijfsleven als ook ambassades en consulaten in de regio hebben te lang gebouwd op lokale medewerkers en Ruslandspecialisten die het Russisch nog in hun militaire diensttijd hadden geleerd.

Zeker na de Oekraïne-crisis zijn Russischtalige gemeenschappen echter steeds meer verdeeld geraakt en is het soms onduidelijk waar de loyaliteiten liggen. Het valt dus niet aan te raden om in het buitenland te veel te steunen op lokale medewerkers of in Nederland te putten uit een inmiddels fors gegroeide Russische gemeenschap.

Tsjto delat? (wat te doen):

Bij universiteiten en onderzoeksinstellingen moet Russische regiokennis een voornamere plaats krijgen. Grondige kennis van taal en cultuur is daarbij een absolute randvoorwaarde. Slavistiek moet de kans krijgen zijn relevantie te bewijzen in een bredere context, zoals bij de Universiteit van Amsterdam inmiddels ook gebeurt. Bundeling van kennis en ervaring in een breed interuniversitair platform of zelfs oprichting van een nieuw Oost-Europa-instituut (zoals recent in Berlijn werd geopend) valt serieus te overwegen.

De daar opgeleide specialisten moeten vervolgens ook de kans krijgen om hun kennis en kunde in te zetten voor het Nederlandse bedrijfsleven, voor zover dit in de huidige economische omstandigheden actief wil blijven in Rusland of beter in staat wil zijn de geopolitieke en geo-economische risico’s van het zakendoen in Rusland in te schatten.

Nederlandse ministeries en diensten moeten beter het belang van regiospecialisten inschatten, zeker wanneer het gaat om moeilijk doordringbare taal- en cultuurgebieden, zoals de Russischtalige wereld.

Niet alleen buitenlandspolitiek, maar ook in de binnenlandse politiek krijgen we steeds meer te maken met veiligheidspolitieke dreigingen vanuit Rusland. Diepere kennis van de Russische informatiesfeer wordt steeds belangrijker om de precieze consequenties hiervan in te schatten.

In Den Haag zal deze specifieke expertise ook institutioneel en interdepartementaal beter verankerd moeten worden. Dit geldt ook voor een toekomstige Nationale Veiligheidsraad, waarvoor diverse denktanks (Clingendael, HCSS en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) recent hebben gepleit.