Column

Voor De Heer en Feyenoord

Toen ik vorige week het dode hondje van mijn moeder voor een goedkope ‘groepscrematie’ naar het dierencrematorium in de Hoeksche Waard bracht, zag ik in de ontvangstruimte een poezenurn met Feyenoordlogo in een vitrine staan. „Het moet toch niet veel gekker worden,” zei ik tegen het meisjes achter de balie, terwijl ik het stijve hondje met mand en al op de toonbank zette. „Ach ja,” verzuchtte ze, „in Rotterdam zijn ze nog veel gekker, daar hebben ze zelfs een Feyenoord-begraafplaats. Voor mensen!” Ons dode hondje werd naar achteren gebracht en ik stak nog stiekem even mijn hoofd om de hoek van een van de ‘familiekamers’ van het dierencrematorium, waar het naar natte hond rook en kaarsen brandden rond een lege hondenmand.

Afgelopen week was ik toevallig in de buurt van de Zuiderbegraafplaats en ben op zoek gegaan naar dat speciale Feyenoordvak. Sinds het kampioensfeest dacht ik alle extreme vormen van clubliefde wel gezien te hebben, maar dat die clubtrouw zelfs tot na de dood een rol speelt, fascineerde me mateloos. Ik werd de weg gewezen door een vriendelijke, maar verlegen grafdelver, die me begeleidde langs de lange lanen vol akelige grafstenen. We passeerden het ‘moslimvak’, waar op de graven heuveltjes zijn gemaakt en waar de lichamen volgens de grafdelver allemaal (zonder kist) op hun rechterzij zijn gelegd, met het gezicht richting Mekka. De grafdelver vertelde dat er zelfs aparte vakken zijn voor zowel ‘westbiddende’ als ‘oostbiddende’ Pakistanen, maar wat dat precies inhield, wist hij dan weer niet. Wel wist hij dat in het Chinese gedeelte geen bomen staan, omdat zich daar - volgens Chinees bijgeloof - geesten achter zouden kunnen verschuilen.

Aan het einde van het pad doemde een groot Feyenoordlogo op, bovenop een zwarte zuil. Daarachter een grasveld, met gras afkomstig van de grasmat in De Kuip, vertelde de grafdelver trots. Bij de ingang nam hij discreet afscheid, kennelijk in de veronderstelling dat ik een overleden familielid kwam opzoeken. Terwijl ik langs de graven liep, zag ik grafteksten als „you never walk alone”, „hand in hand kameraden” en „sterker door strijd”. En natuurlijk heel veel rood-wit, op linten, op stenen voetballen, zelfs de bloemperken zijn er met rode en witte rozen beplant. Het strooiveld is in de vorm van De Kuip, inclusief middenstip. Ik bleef staan bij de steen van ene P., die volgens de overlijdensdatum op zijn steen een klein jaar voor het landskampioenschap is doodgegaan. „Hij leefde voor De Heer en Feyenoord” las ik, en werd er verdrietig van. Niet vanwege de gemiste kans van de overledene of door de sfeer op de begraafplaats, maar omdat ik me ineens realiseerde dat ik voor mezelf niet eens een graftekst zou kunnen bedenken. Ik heb geen geloof, geen hobby of grote passie, en ken al helemaal geen clubliefde. Daar moest ik de komende jaren dan maar eens aan gaan werken, nam ik me voor. Al was het maar voor een mooie, indrukwekkende graftekst.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.