Recensie

Van deze pasta’s kan je alleen maar diep gelukkig worden

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

Simon Trel

Je zou er de lekkerste pasta van de stad kunnen eten – dat lieten we ons geen twee keer zeggen. Op de website kregen we al uitgebreid college over de kwaliteit van de deegwaar: de pasta van Casa Sabatelli komt uit Puglia, is ontwikkeld door meneer Sabatelli, is 100 procent durum wheat semolina, oftewel griesmeel van volkoren harde tarwe. Gezond, want alle voedingsstoffen zitten er nog in, en fundamenteel onderdeel van het mediterrane dieet waarmee de Italianen zo mooi oud worden.

Ook zagen we dat de zaak lief is voor veganisten en vegetariërs, al moesten we bij ‘pasta met tofu’ wel even slikken. Hoe dan ook, onze nieuwsgierigheid was gewekt.

Toen we reserveerden kregen we attent de mededeling dat als we wijn wilden drinken, we die dan maar zelf mee moesten nemen, want de drankvergunning van de casa was nog niet rond.

Navraag leerde dat een van de uitbaters ieder moment zijn diploma sociale hygiène kan halen, een papiertje dat nodig is om een zaak waar drank verkocht wordt te runnen. In gezelschap van een Weissburgunder (inderdaad, Duitse witte) reisden we dus af naar het zaakje aan de Kinkerstraat, waar de fles subiet koel werd gelegd.

Beetje zielig vonden we het wel, want iedereen kent het horecagezegde: ze eten je arm, maar ze drinken je rijk.

Casa Sabatelli is een lichte en moderne zaak van twee verdiepingen waar je kunt eten en afhalen, er staan twee vrolijke schommelstoelen voor het raam, er klinkt iets te luide muziek uit de boxen en het wordt bestierd door aantrekkelijke jongemannen uit Puglia. Nu dus geen Italiaanse mama achter de kachel; en de opbouw van het menu is ook verre van traditioneel.

Gastvrij

Er zijn een paar voorgerechten en soepen, maar geen secondi piatti, hoofdgerechten die om vlees of vis draaien, en ook geen groentegerechten; wel salades, die stuk voor stuk van fruit zijn voorzien (kiwi en appel), daar moet je net zin in hebben. Alles draait om pasta, natuurlijk spaghetti en tagliatelle, maar ook tortellini, gnocchi en risotto.

Na wat groenteknabbels, brood en goede olijfolie, beginnen we met een portie polpetto, broodballetjes (5,-), en burrata met capocollo (11,-).

Om met dat laatste te beginnen: het is een wonder… de burrata is stevig en loopt nauwelijks weg, maar is toch romig en smeuïg; de capocollo is maanden gerijpte en gedroogde ham die aan coppa doet denken, licht gezouten en heel verfijnd.

De polpetto bestaan uit niets meer dan broodkruimels, kaas en knoflook die tot balletjes zijn gedraaid en gefrituurd – knapperig, en buitengewoon lekker.

Nu gaan we aan de pasta, de ultieme testcase. We bestellen tortellini met rundvlees en paddenstoelencrème (porcini, 12,90), en spaghetti mare (14,90), een saus met venusschelpen, octopus en garnalen. Beide pasta’s zijn stevig en al dente gekookt, fijn; en de sauzen zijn enorm rijk, vol en romig en hoog op smaak. Van deze pasta’s kan je alleen maar diep gelukkig worden.

Beide pasta’s zijn stevig en al dente gekookt, fijn; en de sauzen zijn enorm rijk, vol en romig en hoog op smaak

Ten slotte laten we ons verleiden tot een toetje: tiramisu en aardbeientiramisu (beide 6,50). Die laatste is eerder een flets aardbeientaartje dan iets met Italiaans temperament. De klassieke tiramisu is in orde maar niet bijzonder, aan de patisserie valt nog wel een en ander te verbeteren.

Omdat we de helft laten staan, schrapt de uitbater één van de twee toetjes van de rekening, heel fideel. We zijn sowieso zeer te spreken over de gastvrijheid en service.

Of er aan de scholing van deze jongens een Italiaanse mama te pas is gekomen weten we niet, zeker is wel dat ze hier goed weten hoe het moet. Nu nog even dat diploma halen, dan kunnen wij aan die volle wijn uit Puglia én wordt er ook nog een centje verdiend.