Commentaar

Waarom The New York Times zijn ombudsman niet moest ontslaan

Het besluit van het gerenommeerde Amerikaanse dagblad The New York Times om zijn ombudsman per direct op straat te zetten, wekt verbazing. De huidige public editor Liz Spayd zou eigenlijk nog tot midden 2018 in functie blijven, maar staat deze vrijdag met haar kartonnen doos op de stoep. In een intern memo liet de uitgever van de krant weten dat het model waarbij één functionaris binnen de redactie de lezers vertegenwoordigt, zijn tijd heeft gehad. Alle redacteuren moeten volgens de Times zelf rechtstreeks verantwoording afleggen aan lezers die komen met kritiek of vragen. In verband daarmee heeft de krant tegelijk met het ontslag van de ombudsman, een Reader Center ingesteld en wordt veel meer dan tot nu toe mogelijk voor lezers om online op artikelen te reageren.

Ogenschijnlijk gaat het in deze kwestie slechts om één medium en bovendien in een ander land. Maar toch is het besluit van de New York Times niet slechts een anekdote. De krant is internationaal toonaangevend: een maatstaf voor kwaliteitsjournalistiek. Het besluit, veertien jaar geleden, om een ombudsman in te stellen kwam na het geruchtmakende schandaal rond een verslaggever, Jayson Blair, wiens verhalen waren overgeschreven of uit zijn duim waren gezogen. Om het vertrouwen van de lezers terug te winnen werd die nieuwe functie van public editor in het leven geroepen.

Inmiddels is de ombudsman bij de sommige media ingeburgerd als een even lastige als waardevolle luis in de pels. In financieel krappe tijden is hij helaas ook de eerste die kennelijk in het vizier komt als er moet worden ingekrompen. Veel andere media gingen de New York Times voor – twee jaar geleden bijvoorbeeld de ook al befaamde krant The Washington Post – maar die vervulden niet de vooruitgeschoven positie in het medialandschap als de NYT.

De rechtstreekse communicatie tussen redacteuren en lezers is geen alternatief voor een ombudsman. Lezers moeten hun vraag of klacht ook kunnen voorleggen aan een onafhankelijke instantie.

Dat The New York Times dit besluit neemt nu de krant bijna dagelijks zwaar onder druk wordt gezet door niemand minder dan de Amerikaanse president, maakt de zaak er niet beter op. Het verwijt dat krant kennelijk niet tegen kritiek kan, ligt op de loer en verzwakt haar positie.

Maar nu de openlijke verdraaiing van de feiten door de hoogste autoriteiten ook in een democratische rechtsstaat als de Verenigde Staten de normale praktijk is geworden, zijn juist sterke media nodig. Alleen zij kunnen de burgers, transparant en zelfkritisch, voorzien van de informatie die een volwassen democratie nodig heeft.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.