Schilderswijk is de bron voor ‘The Nation’

The Nation

Voor het schrijven van zijn zesdelige theaterserie ‘The Nation’ ging Eric de Vroedt praten met wijkagenten, buurtwerkers en jongeren in de Haagse Schilderswijk. De agent: „Ik heb Eric laten zien dat er misdaad is, maar dat ik nog nooit bang heb hoeven te zijn.”

Nee, ze willen niet op de foto met hun wijkagent. Ook niet als de fotograaf belooft dat ze onherkenbaar worden gemaakt. De Haagse jongeren uit de Schilderswijk, die een paar minuten eerder nog grapjes maakten met agent Ron van Ommeren, kunnen de kop boven het beeld immers al raden, lachen ze: „Vage jongeren in gesprek met agent.” Maar als een buurtbewoonster en haar zoontje even later het Mandelaplein opfietsen en een gesprek aanknopen met Van Ommeren, ontspannen ze. Ze trekken hun capuchon over het hoofd en vinden het niet meer erg dat ze in beeld komen.

Ron van Ommeren is een van de mensen die regisseur / schrijver Eric de Vroedt (1972) uitgebreid sprak om inspiratie op te doen voor zijn theaterthriller The Nation. De Vroedts nieuwe theaterstuk voor Het Nationale Theater bestaat uit zes individuele episodes, die telkens eindigen met een cliffhanger. De eerste drie delen gaan in première tijdens het Holland Festival.

Hierin zien we hoe de verdwijning van de 11-jarige Ismaël Ahmedovic de Schilderswijk in vuur en vlam zet. Volgens sociale media heeft een agent van politiebureau Heemstraat de jongen mishandeld. Er ontstaan rellen die herinneren aan de situatie na het overlijden van Mitch Henriquez in de zomer van 2015. In het stuk spelen nog allerlei andere zaken in Den Haag; zo bouwt men een nieuw stadsdeel; Safe City. Een Big Brother-achtige wijk met een ultranieuw surveillance-systeem dat de bewoners kan volgen.

Meer dan 120 culturen

Dat De Vroedt de verdwijning van een jongetje als uitgangspunt neemt, verrast wijkagent Van Ommeren, die werkzaam is bij politiebureau de Heemstraat, niet. „Dat soort verdwijningen maken we hier geregeld mee.” Maar in de praktijk heeft het volgens hem niets te maken met politiegeweld, zoals de sociale media in The Nation suggereren. „Vaker is het bijvoorbeeld een vader die zijn kind niet mag zien na een scheiding en het ontvoert. In deze wijk leven meer dan 120 verschillende culturen; mensen met zeer uiteenlopende achtergronden krijgen hier relaties.”

Dat gaat vaak mis. „De familie zet druk op deze jonge mensen, waardoor relaties stuklopen en er problemen ontstaan. Er zijn hier bijvoorbeeld rooms-katholieke meisjes uit Oost-Europa die een kind krijgen met een Hindoestaanse jongen. Als zo’n relatie wordt beëindigd, willen beide families dat het kind bij hen blijft.” In het toneelstuk is de vader van Ismaël een Bosnische vrijheidsstrijder en zijn moeder een Malinese die in Nederland asiel heeft aangevraagd.

Van Ommeren heeft het toneelstuk nog niet gezien, maar hij is benieuwd. Zeker als hij hoort dat een personage zijn naam draagt. De Vroedt noemde dat puur toeval.

In het stuk speelt wantrouwen tussen de politie en jonge buurtbewoners een grote rol. Terwijl aan het opbouwen van vertrouwen in de voorbije jaren enorm is gewerkt, vertelt Van Ommeren. „Er zijn programma’s zoals ‘Wijk’ waardoor wijkagenten en jongeren elkaar beter leren kennen, bijvoorbeeld tijdens etentjes of opleidingsdagen.” Hij verwijst naar de pubers op het Mandelaplein die toch op de foto gaan. „Dat bewijst dat het werkt. Een tijdje geleden hadden jullie waarschijnlijk nog een rotje achter je aangekregen.”

Met dat verhaal trek je natuurlijk geen volle zalen, vertelt Van Ommeren. Hij snapt dus wel dat er in een theaterstuk wat wordt overdreven. Hij hoopt dat De Vroedts fictieve verhaal niet opnieuw de angst bevestigt. „Ik heb Eric meegenomen om te tonen dat er hier strafbare feiten gebeuren, maar dat ik nog nooit bang heb hoeven zijn.” In De Vroedts zesdelige whodunnit wordt gespeeld met verwachtingen, die in een later deel misschien verrassend worden ontkracht. Maar niet iedereen ziet alle delen.

Ogen en oren van de wijk

Het wantrouwen tussen de politie en het Wijk Preventie Team in The Nation is ook iets wat Ali Kammyte (42) opviel toen hij een try-out van deel 1 en 2 van The Nation bezocht. Kammyte zette in 2010 een buurtpreventieteam op in de Schilderwijk. We ontmoeten hem in de buurtbibliotheek tijdens een Schilderwijk Bewoners Tour – op maat samengestelde wandelingen waarbij buurtbewoners vertellen over projecten en het bezoek voorstellen aan ondernemers in de wijk.

In het stuk wordt het Wijk Preventie Team (WPT) de „ogen en oren op die plekjes in de wijk waar wij niet komen” genoemd door politieagenten. De jongeren in dit team lijken zich tegen de politie te keren na de verdwijning van Ismaël. Kammyte: „In het stuk wordt geen informatie meer uitgewisseld, terwijl ik het gevoel heb dat de samenwerking met de politie beter is dan ooit. Het beeld dat wordt geschetst doet me denken aan tien, vijftien jaar geleden.”

Volgens Kammyte is er verschil tussen het contact van jongeren met wijkagenten en reguliere agenten. „Wijkagenten kennen hen, ze zijn niet meteen beste vrienden, maar zijn wel in gesprek. Met agenten van buitenaf kan ik me voorstellen dat er meer problemen zijn.”

Kammyte vindt het wel interessant hoe De Vroedt het personage Damir heeft neergezet. De halfbroer van Ismaël is een van de coördinatoren van het WPT, hij wordt steeds strikter in zijn geloofsovertuigingen. Kammyte: „Ik kreeg het gevoel dat Damir zich islamitisch voordoet, maar niet veel afweet van de islam. Dat zie je wel vaker: mensen die snel veranderen, doen alsof ze de waarheid in pacht hebben.”

Stenen door de ruit van wijnbar

Behalve de verdwijning van Ismaël is in The Nation de opening van een wijnbar voor geëmancipeerde moslima’s aanleiding voor ongeregeldheden. Kammyte ziet de oprichting van zo’n bar in de Schilderswijk niet snel gebeuren, maar vertelt dat het inderdaad lastig zou zijn voor een aantal gelovige bewoners: „Anderzijds heb je hier ook veel shishabars die geen problemen opleveren; alcohol en drugs zijn in de islam beide verboden.”

De Nederlands-Marokkaanse buurtwerker die aanschuift – en staat op anonimiteit – is stelliger: „Ik denk dat de reacties hetzelfde zouden zijn als toen in Rotterdam zo’n wijnbar werd geopend; ramen werden ingegooid en de eigenares vervloekt.” Maar dat zijn volgens de buurtwerker een paar rotte appels. „Je zag in Rotterdam ook talrijke moslims die zeiden ‘god mag oordelen, wij niet’. Als zij een wijnbar wil openen, doe maar.” Zo staat hij er ook zelf in. Van Ommeren verwijst naar de Hindoestaanse LHBTQI-bijeenkomsten in de Schildersbuurt. De buurtwerker: „Ik vind niet dat twee mannen een kind mogen krijgen, maar ik laat hen in hun waarde.” De bijeenkomsten verlopen de laatste tijd volgens Van Ommeren zonder problemen.

Tot grote rellen tussen politie en jongeren zoals De Vroedt laat gebeuren in The Nation, zal het niet snel komen, denken Van Ommeren. Al zijn er frustraties bij jongeren in de buurt, over discriminatie op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld.

Ook volgens de 20-jarige buurtbewoner Younes Achahboun die we via de Schilderwijk Bewoners Tour leren kennen, liggen rellen op dit moment niet voor de hand. „Ik voel geen spanningen in de wijk.” Maar het kan altijd ontvlammen, vult hij aan. „Veel relschoppers in 2015 kwamen niet uit de wijk, je weet niet wie hier komt om ruzie te zoeken.”

De Vroedt laat in zijn stuk een vlogger gespeeld door Saman Amini de gebeurtenissen becommentariëren. Als het koor in een Grieks drama rijmt hij in straattaal over wat er op het podium gebeurt.

Online is er een ludiek filmpje waarin De Vroedt op straat een gesprek aanknoopt met deze vlogger met bijnaam ‘De Beer’. Hij geeft de theatermaker een veeg uit de pan: een stuk maken over kids uit Den Haag en hen vervolgens geen rollen geven? „Linkse hobbyist, loop door!”

De buurtwerker vindt het grappig. „Zo wordt er in de buurt gesproken, die reactie is herkenbaar. Daar kunnen mensen wel om lachen.” Achahboun noemt het personage stereotiep, maar het zou buurtjongeren naar het theater kunnen lokken. „Het toont dat het onderwerp aanspreekt. Of ze komen kijken hangt er vanaf hoeveel volgers deze vlogger heeft.”

The Nation, door Het Nationale Theater. 5 t/m 8 juni, Muziekgebouw aan ’t IJ.