Riffijnse spanning is ook hier voelbaar

Marokkaanse Nederlanders

Marokkaanse Nederlanders voelen zich erg betrokken bij protesten in Rifgebied. Dat leidt tot polarisatie. Zelfs de term ‘landverraad’ valt.

Marokkaanse protestleider Nasser Zafzafi, eerder deze maand bij betoging in al-Hoceima Foto’s Youssef Boudlal/Reuters, Ahmed Essadki

De protesten in het Marokkaanse Rifgebied leiden ook in Nederland tot spanningen. Marokkaanse Nederlanders beschuldigen elkaar van spionage en landverraad. De Marokkaanse overheid probeert volgens activisten de discussie te beïnvloeden door imams hierheen te sturen.

In het Rifgebied wordt al maanden betoogd tegen de achterstelling van de noordelijke provincies van Marokko. De meeste Marokkaanse-Nederlanders zijn van oorsprong Riffijnen en zeer betrokken bij de protesten. Vrijdag wordt een 24-uurswake gehouden voor het Tweede Kamergebouw in Den Haag, komende zondag een demonstratie in Rotterdam.

Een ander deel van de Marokkaanse-Nederlanders heeft zich tégen de protesten gekeerd, omdat die het land in een chaos zouden storten. Een WhatsApp-bericht waarin betogers in diskrediet worden gebracht, ging afgelopen week rond in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.

„Er zijn spanningen, dat is zeker”, zegt Bouchaib Saadane, voorzitter van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN). „Tot nu toe blijft het hoofdzakelijk bij uitingen op sociale media. Wij doen een beroep op de Marokkaanse gemeenschap in Nederland om het hoofd koel te houden en zich niet te laten meeslepen door de situatie in Marokko.”

De tweespalt in de gemeenschap was afgelopen vrijdag merkbaar in een Amsterdamse moskee, zegt Abdou Menebhi van de Marokkaanse belangenorganisatie Emcemo. „Een imam predikte dat de demonstraties in strijd zijn met de islam omdat het fitna (chaos, red.) zou veroorzaken. Bezoekers hebben daar iets van gezegd. Een moskee is geen plek om een politieke boodschap te verkondigen.”

Het is tijd deze parasieten te bestrijden. Ieder in zijn eigen omgeving. Samen zijn wij sterk

Tientallen voorzitters van Marokkaanse moskeeën en culturele verenigingen kwamen onlangs in Utrecht bij elkaar om te praten over de onrust. De voorzitters noemden de eisen van de Riffijnen redelijk, maar uitten ook de beschuldiging dat een deel van de betogers zich zou willen afscheiden van Marokko. Dit laatste beweert de Marokkaanse regering ook.

Op de Utrechtse bijeenkomst zouden Marokkaanse diplomaten aanwezig zijn geweest. Of dat klopt, is onduidelijk; het consulaat was woensdag niet bereikbaar voor commentaar. Voor de Riffijnse activisten is het genoeg reden de aanwezige moskeevoorzitters af te schilderen als ‘marionetten’ van de Marokkaanse regering. De voorzitters worden op sociale media met naam en toenaam „ratten”, „verraders” en „spionnen” genoemd. „Het is tijd deze parasieten te bestrijden. Ieder in zijn eigen omgeving. Samen zijn wij sterk”, schrijft Ahmed Essadki, een van de leiders van de protestbeweging in Nederland, op zijn Facebookpagina. Essadki laat telefonisch weten dat hij bezorgd is over bemoeienis van Marokko met de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Hij wijst erop dat Marokko honderden imams naar het buitenland heeft gestuurd. „Officieel komen ze tijdens de ramadan over het geloof vertellen, maar in werkelijkheid komen ze de volksbeweging zwartmaken. Het zijn mensen in dienst van de overheid, verstopt onder witte djellaba’s.” Het Marokkaanse journaal berichtte dit weekend over Marokkaanse imams die naar Nederland komen. Volgens het item is één van hun doelen om Marokkanen in het buitenland nationale trots en eenheid bij te brengen.

De komst van imams in dienst van Marokko krijgt extra lading nu de leider van het Rifprotest, Nasser Zafzafi, maandag is gearresteerd nadat hij zich had uitgesproken tegen een imam die de protesten veroordeelde. Zafzafi wordt beschuldigd van het beledigen van de imam. SMN-voorzitter Bouchaib Saadane acht het goed mogelijk dat de imams in Nederland komen praten over de Rif-protesten. Van Saadane mogen zij dit doen, „zolang zij maar geen partij kiezen in het conflict. Daar zijn imams niet voor.”