Recensie

Hillary Clinton: een kandidaat zonder visie

Hillary Clinton

In haar campagne vertrouwde presidents-kandidaat Hillary Clinton op computermodellen. En op ploeterende tekstschrijvers die zielloze betogen schreven. Een visie had ze niet.

Zij had, als vrouw van Bill, acht jaar in het Witte Huis gewoond. Zij was senator geweest en minister van Buitenlandse Zaken. En dus was volgens Barack Obama niemand beter voorbereid op het ambt van president dan Hillary Clinton (1947).

Voor het zo ver was moest ze nog een laatste horde nemen: de campagne. Ook dat hoefde geen probleem te zijn. Hillary was immers ervaringsdeskundige: in 2008 had ze tot haar chagrijn gezien hoe het moest. Toen had diezelfde Obama haar verslagen met een uitgekiende strategie, gebaseerd op minutieuze data-analyse van het electoraat en het binnenharken van gedelegeerden. Wat lag meer voor de hand dan het kopiëren van die methode, om zo in 2016 in een fauteuil over de finishlijn te worden gedragen?

Er was alleen een probleem, zo blijkt uit Shattered van de journalisten Jonathan Allen en Amie Parnes: niemand wist waarom Hillary Clinton eigenlijk president wilde worden, inclusief zijzelf. Ze was de onvermijdelijke kandidaat, het was haar beurt, ze was een inspirerend voorbeeld voor vrouwen, ze was de spreekwoordelijke barst die het glazen plafond zou doen instorten. Allemaal waar misschien, maar een visie op leiderschap en de toekomst van Amerika was het niet.

En dus had niemand bij de start van de campagne in het voorjaar van 2015 een idee hoe Hillary in de verkiezingsmarkt moest worden gezet. Maar liefst elf mensen werkten aan haar openingssalvo. Het gevolg was een rampzalige speech met de retorische anticlimax: ‘Amerika is pas een succes als jullie succes hebben. Daarom wil ik president van de Verenigde Staten worden.’

Eenzijdig

Liefhebbers van het traditionele campagneboek komen bij Allen en Parnes niet aan hun trekken. Het volgen van de kandidaat, de kern van het genre, zat er niet in: journalisten werden tot twee maanden voor de verkiezingen geweerd uit haar campagnevliegtuig en tijdens schaarse optredens werd zij hermetisch afgeschermd van de pers. Allen en Parnes beperkten zich dus noodgedwongen tot de inhoud en de logistiek van haar verkiezingsstrijd, gebaseerd op gesprekken met tientallen anoniem opgevoerde medewerkers.

Shattered is daarmee een taai boek geworden: weinig sfeer, geen actie, veel overbodige citaten en gruwelijke metaforen. (Over Bill Clinton: ‘Zijn greep op de politiek was even natuurlijk als het gevoel van Jimi Hendrix voor zijn gitaar.’ Over vice-presidentskandidaat Tim Kaine: ‘Net zo weinig opwindend als een maand oud scheermesje.’) Het is ook een eenzijdig boek, dat zich grotendeels concentreert op de interne dynamiek – of beter: het gebrek daaraan – van Hillary Clintons campagne.

Bernie Sanders en Donald Trump worden stiefmoederlijk behandeld, populisme en globalisering komen soms even langs drijven, de invloed van conservatieve en Hillary-verketterende media Breitbart en Fox News blijft onbesproken, het buitenland doet niet mee. Perikelen rondom de privé e-mailserver van de kandidaat, het hacken en publiceren van de interne e-mailwisseling van het Democratische kamp, de mogelijke invloed van Rusland op de verkiezingen en de opzienbarende optredens van (toen nog) FBI-directeur James Comey worden vermeld maar niet uitgediept of van een context voorzien.

En toch: wie die beperkingen voor lief neemt, komt in Shattered ruimschoots aan zijn trekken. Allen en Parnes vertellen een onthutsend verhaal over een dolende, incompetente politicus en een campagne die maar niet van de grond kwam. Hillary, schrijven zij, genoot ‘van complexiteit’. Ze kon zich verliezen in de computermodellen, statistieken en prognoses van campagnemanager Robby Mook en zijn team van number crunchers.

Contact leggen met het electoraat – het favoriete tijdverdrijf van echtgenoot Bill – werd in die wereld afgedaan als een oefening in nostalgie waarmee je in het verre verleden misschien wel eens verkiezingen won. Het overtuigen van aarzelende kiezers (de boze witte man) was al even ongewenst: dat leidde maar af van het unieke project waarmee Hillary het Witte Huis moest worden ingeloodst. Niet iedereen was het daarmee eens, maar tegenstribbelaars, onder wie echtgenoot Bill, moesten het afleggen tegen het computergestuurde model: de snelste en goedkoopste weg naar de overwinning bestaande uit 270 gedelegeerden.

Ook als manager viel Hillary door de mand. Het organiseren van haar team besteedde ze uit aan medewerkers die elkaar voortdurend in de haren vlogen. Bij afwezigheid van structuur en hiërarchie was het chaos troef: een permanente, dolmakende reorganisatie.

Geen beter voorbeeld voor de stuurloosheid van de campagne dan het geploeter van haar tekstschrijvers. Op papier werden die geleid door Dan Schwerin. In praktijk werd Schwerin genegeerd, gepasseerd of in de wielen gereden omdat hij er maar niet in slaagde een pakkende speech te componeren. Twintig schrijvers en intimi uit haar entourage waren zomer 2016 betrokken bij haar speech voor de Democratische Conventie. Voor die voordracht vormde Hillary persoonlijk een schaduwteam dat aanvankelijk achter de rug van Schwerin om werkte. Het was daarna aan Schwerin om zijn eigen pennenvruchten te integreren met die van team-B en ook nog de ongevraagde adviezen van vrienden en kennissen van de kandidaat mee te nemen. Gevolg: een rammelend, zielloos betoog.

Bij gebrek aan een overtuigende boodschap kon ze door Sanders en Trump, worden weggezet als een beroepspoliticus en een graaier, een corrupt lid van het decadente establishment. Washington en Wall Street: geen locaties waarmee je in het Amerika van 2016 wilde worden geassocieerd.

Na de verkiezingen trok Hillary zich mokkend terug. Ze weet haar nederlaag aan krachten buiten de campagne: de interventie van Comey, het hacken van haar e-mails. Inmiddels heeft zij zich aangesloten bij ‘het verzet’ tegen Trump. Het wachten is op haar campagneboek. Dat staat gepland voor volgend najaar. Het is, zei ze onlangs, ‘een pijnlijk proces, de campagne opnieuw aan je voorbij te laten trekken’.