‘Politie heeft te weinig interesse in aanpak van faillissementsfraude’

De bestrijding van faillissementsfraude lijdt onder een gebrek aan kennis en interesse bij opsporingsinstanties, zegt hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda.

Foto iStock

De aanpak van bijna 80 procent van alle faillissementsfraude is een „groot fiasco”, zegt Tineke Hilverda, afzwaaiend hoogleraar faillissementsfraude aan de Radboud Universiteit. Eenvoudige faillissementsfraudes, tot 100.000 euro, worden afgehandeld door de regionale eenheden van de Nationale Politie. Die blijken volgens Hilverda niet in staat die taak goed uit te voeren. Er is te weinig kennis en interesse, en faillissementsfraude is vaak geen prioriteit.

„Het is trekken aan een dood paard, of er iets gebeurt, is afhankelijk van het hobbyisme van de plaatselijke officier van justitie.” In 2015 werd er in 154 eenvoudige gevallen proces-verbaal opgesteld, vorig jaar in 128 zaken. Dat is natuurlijk veel te weinig.”

Opsporing en berechting van dit type fraude vergt specifieke deskundigheid en een bepaald opleidingsniveau. Omdat het zich op het snijvlak van civiel- en strafrecht bevindt, is het juridisch ingewikkeld. Ook de feiten zijn complex, zeker als fraudeurs zich verschuilen achter een verzameling bv’s en katvangers.

Lees ook het interview met expert faillissementsfraude Tineke Hilverda: ‘Beroepsfraudeur laat zich door het strafrecht niet afschrikken’

Hilverda beklemtoont dat er de afgelopen jaren veel is verbeterd in de bestrijding van faillissementsfraude. Opsporingsdiensten en andere betrokkenen zijn zich meer bewust van de ernst van de fraude. Er zijn inmiddels meer wettelijke middelen om fraudeurs aan te pakken. Curatoren kunnen de rechter bijvoorbeeld vragen een civielrechtelijk beroepsverbod op te leggen en de curator wordt ook verplicht fraudesignalen te melden. De pakkans is de laatste jaren ook verhoogd, van ruim 2 naar waarschijnlijk meer dan 10 procent.

Maar het aandeel fraude in die faillissementen stijgt, zo heeft het CBS onderzocht. Tussen 2010 en 2015 is het aandeel fraudeleuze faillissementen gestegen van 23 naar 30 procent. Ook de instanties die zich op complexere zaken richten, lopen volgens Hilverda achter de feiten aan. Ze hebben te weinig mankracht en bevoegdheden om de wapenwedloop met beroepsfraudeurs te winnen.