Cultuur

Interview

Interview

Demonstranten protesteren eerder deze week tegen corruptie in de Marokkaanse stad Al-Hoceima.

Foto Youssef Boudlal/Reuters

‘Kritisch schrijven over de Marokkaanse koning kan niet’

Maati Monjib, Marokkaanse activist

Mensenrechtenactivist Monjib over de persvrijheid in Marokko, die steeds verder onder druk komt te staan.

Maati Monjib (55) wijst naar buiten over de avenue Al Abtal en gaat in gedachten terug naar 14 juli 2014. Het is een van de vele data die in zijn geheugen staan gegrift. „Het was een uur of half elf ’s avonds toen ik daar over straat liep. Opeens stond er iemand naast me. Hij zei me op felle toon dat ik mijn mond moest houden en mijn activiteiten moest staken. Duidelijk een agent van de geheime dienst”, vertelt mensenrechtenactivist, historicus en journalist Monjib nippend aan een kopje thee in het centrum van de Marokkaanse hoofdstad Rabat.

Monjib is ontspannen. Hij neemt de tijd voor een vraaggesprek over persvrijheid in Marokko. Het onderwerp is actueel nu er protesten tegen het regime zijn uitgebroken in het Rifgebied. De bewegingsruimte voor media is beperkt. Af en toe maakt Monjib een cynisch grapje over het regime.

„De politie hier in Rabat heeft de Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek nooit erkend. Weet je wat ze zeiden? Het doen van goed onderzoek is ónze taak en niet die van journalisten.”

Geen kritiek op het paleis

De Marokkaanse intellectueel heeft de voorbije jaren van zeer nabij meegemaakt hoe moeilijk kritische geesten het werken wordt gemaakt. Monjib is oprichter van Freedom Now, een organisatie die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting. En als secretaris van de Association Marocaine du Journalisme d’Investigation was hij van 2009 tot november 2014 betrokken bij het opleiden van 520 onderzoeksjournalisten. „We hebben jaren achtereen goed werk kunnen doen. Het ging mis toen in een grote Marokkaanse krant een onderzoeksverhaal verscheen over alle bezittingen van de koning. Daarna volgde ook nog eens een artikel over de ernstige milieuvervuiling die de mijnbouw in het zuiden van Marokko veroorzaakte.”

Monjib zoekt de juiste formulering: „Begrijp me goed: onze vereniging leidde geen journalisten op met als doel de staat aan te vallen. De gekozen onderwerpen waren ook niet door ons bedacht. Al werden we daar wel van beschuldigd. Als je in Marokko niet over de rol van de koning, de geheime dienst en het leger schrijft, kun je je als journalist redelijk vrij bewegen. Ministers kun je beledigen als je wilt. Maar uit je kritiek richting het paleis, dan proberen ze je het werken onmogelijk te maken.”

Volgens Monjib worden vrijwel alle Marokkaanse media geïnfiltreerd door veiligheidsdiensten en worden buitenlandse journalisten in de gaten gehouden. „Hun methodes werken. De grenzen worden veelal stilzwijgend in stand gehouden. Journalisten censureren zichzelf. Een gevaar voor de democratie, want zo blijft een deel van de waarheid onvermeld. Degenen die de rode streep wél over gaan worden afgeschilderd als activisten of als agenten van buitenlandse geheime diensten.”

Monjib heeft zelf meerdere malen ondervonden hoe het werkt. „In 2013 heb ik een keer voor televisiezender Al-Jazeera koning Mohammed VI bekritiseerd vanwege een gebrek aan democratisering. Dat werd niet op prijs gesteld. Als een historicus die de hedendaagse geschiedenis analyseert, moet ik wel man en paard noemen. Vanwege mijn internationale optredens geniet ik enige bescherming. Ze durven mij niet rechtstreeks wat aan te doen.”

Monjib noemt een nieuwe datum: 24 november 2014. „Mijn collega Hicham Mansouri is toen afgeranseld. Op zeer professionele wijze kreeg hij tientallen klappen. Ze zorgden ervoor dat er geen cruciale delen werden geraakt. Uit alles bleek dat dit het werk van de geheime dienst was. De boodschap was duidelijk. Die klappen waren voor mij.”

Steun uit het buitenland

In dezelfde maand wordt de vereniging voor onderzoeksjournalistiek gedwongen te sluiten. Alle activiteiten worden verboden. Mansouri zal daarna in de cel verdwijnen. Anderen zijn naar het buitenland vertrokken. Monjib zet zijn strijd voor democratie in Marokko echter voort. Met name vanuit het buitenland krijgt de Marokkaanse historicus veel openlijke steun. Vervolgens wordt hem door de Marokkaanse overheid verweten dat hij de binnenlandse veiligheid in gevaar brengt. Samen met vier anderen wordt hij vervolgd door justitie. Monjib kan een gevangenisstraf van vijf jaar krijgen als de aanklachten worden bewezen. Volgens Monjib is het tot dusver een schijnproces. „Ik ben nu zeven keer gevraagd voor de rechter te verschijnen, maar keer op keer stond ik na vijf minuten weer buiten. De zitting wordt steeds verdaagd. Zo houden ze de druk op mij. Hier kunnen ze nog wel tien jaar mee doorgaan.”

Monjib heeft zelf ook tegenacties gevoerd. Zo is hij in 2015 twee keer een korte periode in hongerstaking gegaan als protest tegen een reisverbod dat hem zou zijn opgelegd. Het leverde hem internationale bekendheid op. „Ik vecht voor de vrijheid van mezelf en die van anderen in Marokko. Gelukkig eindigde het positief. Ik mocht na 24 dagen weer reizen.”

Monjib is niet van plan op te geven.

„Ze wilden onderhandelen. Maar een voorstel om in gesprek te gaan met de directeur van de veiligheidsdienst heb ik geweigerd. Voor je weet stellen ze openlijk dat je met hen samenwerkt. Of ik bang ben? Soms wel. Niet zozeer om dood te gaan, maar meer voor mijn naasten. Voor mijn dochter. Voor mijn vrouw. Ik stop pas als Marokko een volwaardige democratie is. Dan zal ik vertrekken. Op zoek naar een nieuwe strijd.”