Hoe klimaat in de VS een ‘cultuuroorlog’ werd

Trump, Republikeinen en klimaat

Dat klimaatverandering niet bestaat is mainstream in conservatief Amerika. Trump vertolkt dit nu, al zijn niet alle Republikeinen het ermee eens.

De Larsen C-ijsplaat op Antarctica, gefotografeerd op 10 november 2016, laat een grote scheur zien. De ijsplaat, ter grootte van de provincie Gelderland, zal, volgens wetenschappers door klimaatverandering, naar verwachting volledig losscheuren. Foto John Sonntag/EPA/NASA

Al voordat hij presidentskandidaat werd, zaaide Donald Trump gretig twijfel over de opwarming van de aarde, en over de vraag wat de mens daarmee te maken heeft. In november 2012 schreef hij op Twitter dat klimaatverandering door China bedacht was, om de Amerikaanse economie dwars te zitten. Een jaar later schreef hij: „Sneeuw in Texas en Louisiana. De vrieskou breekt records, in binnen- en buitenland. De opwarming van de aarde is duur bedrog!”

Als president vaart Trump een vergelijkbare koers. Hoewel hij tijdens de campagne ontwijkende antwoorden gaf als hij vragen kreeg over klimaatverandering, maakte hij na zijn aantreden duidelijk dat hij radicaal zou breken met het beleid van zijn voorganger Barack Obama. Hij benoemde de procureur-generaal van de staat Oklahoma, Scott Pruitt, tot minister van Milieu. Pruitt werd vooral bekend om zijn juridische verzet tegen de klimaatwetten van Obama. Pruitt schreef vorig jaar in het blad National Review dat „het debat [over klimaatverandering] nog lang niet beslist is”. Het hoofdstuk over klimaatverandering op de website van de EPA is al weken uit de lucht, met de tekst: „Deze pagina wordt bijgewerkt.”

Lees ook: VS uit Parijsakkoord: ‘Amerika verdient beter’

Als minister van Energie stelde Trump de oud-gouverneur van Texas aan, Rick Perry. Hij zei eens dat mensen die van de menselijke rol in klimaatverandering overtuigd zijn, lid zijn van „een seculiere cultus”. Alleen God kan het klimaat veranderen, aldus Perry. Hij schrapte alle verwijzingen naar klimaatverandering uit Texaanse wetten.

Trump hoefde niet lang in zijn eigen partij te zoeken om klimaatsceptici te vinden. Het standpunt dat klimaatverandering niet bestaat, is mainstream geworden in conservatief Amerika. Of een warmere aarde door de mens wordt veroorzaakt, is al helemaal geen onderwerp van debat.

Senator Jim Inhofe gooide in 2015 een sneeuwbal in de senaatskamer, om te bewijzen dat het „echt heel, héél koud is, buiten”. Het officiële partijstandpunt, op website gop.com, luidt: „Klimaatverandering is bij lange na niet het belangrijkste Amerikaanse veiligheidsrisico. Dit [de klimaatwetten van Obama] is de triomf van extremisme over gezond verstand, het Congres moet dit tegenhouden.” Klimaat is een ultiem filterbubble-onderwerp geworden. Zo’n 80 procent van de Democraten is ‘bezorgd’ over klimaatverandering, en zo’n 40 procent van de Republikeinen.

Reagan hielp VN-klimaatpanel

Die houding onder conservatieven is betrekkelijk nieuw. De Republikeinse Partij profileerde zich begin 20ste eeuw als partij voor natuurbehoud. Het ministerie van Milieu is in 1970 opgericht door Richard Nixon. De Republikeinse president Ronald Reagan hielp bij de oprichting van het VN-klimaatpanel IPCC. Zelfs George W. Bush, die voluit gesteund werd door de olieindustrie, kwam met (beperkte) maatregelen.

Maar de partij kwam de afgelopen decennia onder steeds grotere druk van diezelfde industrie. Als de mens een rol speelt in de opwarming van de aarde, betekent dat tegenwerking van het gebruik van fossiele brandstoffen door de overheid. Olie- en gasbedrijven hebben in de VS altijd sterk geprofiteerd van gunstige belastingtarieven en grote vrijheid, en willen die positie behouden.

In haar boek Dark Money beschrijft onderzoeksjournalist Jane Mayer hoe het bedrijf Koch Industries, van de van oorsprong Nederlandse broers Charles en David Koch, een tegencampagne opstartte. De multinational werd groot in de olieindustrie van Kansas.

Twijfel zaaien over wetenschap

Het idee was om twijfel te zaaien over de wetenschappelijke consensus. Er werd een denktank opgericht, het Cato Instituut, dat met tegenrapporten moest komen. Er werden academische leerstoelen gefinancierd. Terwijl de wetenschappelijke consensus groeide, werd dit een succesvolle strategie. De Amerikaanse media, gewend voor- en tegenstanders aan het woord te laten, nodigden klimaatsceptici geregeld uit. Zolang dat gebeurde, was er ‘debat’, was er ‘meer onderzoek nodig’, was alarm om klimaatverandering ‘voorbarig’. Het was, schrijft Mayer, het draaiboek van de tabaksindustrie in de jaren zestig, die onzekerheid wilde zaaien over de relatie tussen roken en kanker wilden. Van 2003 tot 2010 gaven bedrijven en conservatieve organisaties 558 miljoen dollar (500 miljoen euro) uit voor een „campagne om de bevolking te manipuleren en misleiden over de dreiging van klimaatverandering”, aldus Drexel University in een onderzoek.

Aanvankelijk lukte dat maar moeizaam. Maar het project kreeg in 2009 vleugels in de politiek. Barack Obama was net aangetreden, en beloofde dat „de stijgende zeespiegel van de oceanen zal afremmen, en dat de planeet begint te genezen”. De politieke organisatie Americans for Prosperity, van David Koch, investeerde miljoenen in een conservatieve oppositiebeweging, de Tea Party. Deze organisatie ontstond deels van onderop, door het werk van boze activisten, en deels van geldschieters als de Koch-broers.

Belastingverlaging was het officieel belangrijkste doel van de Tea Party. Maar David Koch wist van klimaat een ander prominent thema te maken. Het stond voor elitair, meer overheid, meer belastingen. Klimaat werd zo een ‘cultuuroorlog’: de strijd van gewone Amerikanen tegen een elite. De Kochs maakten een tv-spotje over ‘Carlton de Eco-Hypocriet’: “Ik heb drie huizen en vijf auto’s. Maar ik praat altijd met mijn rijke vrienden over het redden van de planeet.”

Trumps houding ten opzichte van klimaatverandering weerspiegelt die van zijn partij. Het is een van de weinige onderwerpen waarin trumpisten en conservatieven elkaar vinden. Het verzet komt van zeventien Republikeinen in het Congres die wél actie willen. Dat verzet wordt geleid door Congreslid Carlos Cubelo, die, niet toevallig, een district aan de laaggelegen kust van Florida vertegenwoordigt. Maar Trump kan op de steun van de overgrote meerderheid rekenen.