Jezus citeren

Ewoud Sanders

Omdat steeds minder mensen de Bijbel lezen, zijn steeds minder mensen bekend met uitspraken van Jezus. Maar iedereen die wel eens Kerst heeft gevierd, weet dit: Jezus werd op 25 december in Bethlehem geboren, in het jaar nul, want met zijn geboorte begint de christelijke jaartelling.

Zo leren we dat, maar historici hebben berekend dat Jezus omstreeks 5 v.Chr. is geboren – het precieze jaartal is niet bekend. Vrijwel zeker niet in Bethlehem, waar zijn Geboortekerk is gevestigd, maar mogelijk in Nazareth. Jezus’ geboortedag is nergens vastgelegd – dat dit 25 december zou zijn is pas in de vierde eeuw n.Chr. bedacht. En het begin van christelijke jaartelling is in de zesde eeuw berekend door de monnik Dionysius Exiguus, die er wat betreft Jezus’ geboorte een paar jaar naast zat. Er is trouwens ook geen jaar nul: Dionysius’ jaartelling begint in het jaar één.

Van Jezus worden geregeld positieve uitspraken aangehaald – ik stipte dit onlangs al aan. Uit die uitspraken komt hij naar voren als een vergevingsgezinde profeet die vindt dat wij onszelf, elkaar en onze vijanden moeten liefhebben.

Maar in het Nieuwe Testament staan ook allerlei negatieve uitspraken van Jezus. Die worden zelden aangehaald. Daarin komt Jezus naar voren als een ongedurige, prikkelbare man, die niet alleen vrede maar ook het zwaard brengt, die zijn moeder onheus behandelt en die mannen met overspelige gedachten aanraadt hun oog uit te rukken. Als hij op een dag moe en hongerig is, vervloekt Jezus een vijgenboom die buiten het seizoen geen vrucht draagt, waarna de boom sterft.

Wie negatieve uitspraken van Jezus aanhaalt, krijgt al snel te horen dat ze anders (vooral niet letterlijk) moeten worden geïnterpreteerd of dat ze alleen binnen een bepaalde context te begrijpen zijn. Die argumenten hoor je niet over zijn positieve uitspraken. De juiste interpretatie zou moeten blijken uit exegese, bestudering en vergelijking van Bijbelteksten. Maar over de ‘juiste’ uitleg, vertaling en samenstelling van de Bijbel wordt al eeuwen gediscussieerd. Nog deze week gaven de Jehovah’s Getuigen een vertaling uit die aan hun eigen Bijbeluitleg recht doet.

De meeste uitspraken van Jezus zijn te vinden in de evangelies van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Volgens Bijbelwetenschappers zijn deze levensbeschrijvingen (die overigens niet door Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes zijn geschreven) samengesteld tussen circa 65 en 110 n.Chr. Zij legden grotendeels verhalen uit de zoveelste hand vast – geen van de evangelieschrijvers heeft Jezus persoonlijk gekend. Jezus zelf heeft geen geschriften nagelaten; het is onduidelijk of hij kon lezen en schrijven. Hij sprak Aramees, terwijl het Nieuwe Testament in het Grieks is geschreven.

De evangelies zijn in de loop van de tijd aangepast, er zijn teksten aan toegevoegd en ze spreken elkaar op allerlei punten tegen. Zo waren de laatste woorden van Jezus volgens de evangelies van Matteüs en Marcus „Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, volgens Lucas „Vader, in uw handen leg ik mijn geest” en volgens Johannes „Ik heb dorst” en daarna „Het is volbracht”.

Voor orthodoxe christenen die menen dat de Bijbel door God is gedicteerd en dat ieder woord waar is, lijken dergelijke tegenstrijdigheden geen enkel bezwaar. Wel halen ook zij, voor zover mij bekend uit christelijke kinderboeken, liever de positieve dan de negatieve uitspraken van Jezus aan.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders