Interview

Rag‘n’Bone Man: ‘Ik wil mensen bij elkaar brengen’

Rag’n’Bone Man

Met ‘Human’ scoorde soulzanger Rag’n’Bone Man een grote hit, waarna hij een indrukwekkend debuutalbum afleverde. „Een popster hoef ik niet zo nodig te zijn.”

Rag‘n’Bone Man, artiestennaam van de 32-jarige Rory Graham uit het Engelse Uckfield, zou op grond van zijn rauwe en doorleefde stem zonder moeite door kunnen gaan voor een zuidelijke Amerikaanse soulzanger van het kaliber James Carr. Zijn muziek is diep geworteld in soul en gospel. Maar dan, in de soulballade ‘The Fire’, barst Graham opeens los in een vloeiende rap met een plat Engels accent.

De wisseling van muziekstijlen komt niet zomaar uit de lucht vallen, want Rory Graham begon in zijn tienerjaren als rapper. Zijn crew in Brighton heette Rag’n’Bonez, vandaar zijn huidige alias Rag’n’Bone Man. Een geuzennaam, want de „rag and bone man” staat in de Engelse folklore voor de voddenboer die een schamel bestaan bij elkaar scharrelde met het ophalen van ongewenste oude rommel.

Zo’n ouderwetse voddenboer heeft hij nooit in werkelijkheid langs de huizen zien gaan, zegt Graham over zijn eenvoudige maar niet armoedige jeugd. „We noemden ons Rags‘n’Bonez omdat we van alles bij elkaar scharrelden. Rap, dubstep, grime en soul. Mensen begonnen mij Rags te noemen. Van het een kwam het ander.”

Rory Graham koestert ook warme herinneringen aan de tv-serie Steptoe & Son die hij op zaterdagochtenden keek bij zijn grootvader. „De BBC herhaalde die oude serie uit de jaren zestig, over een voddenboer en zijn zoon die constant met elkaar in de clinch lagen. Zij waren de archetypische rag’n’bone-mannen. Tegenwoordig zie je nog wel eens zo’n scharrelaar met een oude truck door de stad rijden. Wat ze uitstralen is vrijheid, los van alle materiële weelde waarvoor sommige mensen hun ziel verkopen. Met mijn muziek streef ik diezelfde vrijheid na.”

Zijn zangcarrière kwam op stoom toen hij op 19-jarige leeftijd mee ging doen aan bluesjams in de pub. „Blues was de eerste muziek waar ik naar luisterde. Mijn vader draaide platen van John Lee Hooker en Sonny Boy Williamson. Ik werd gegrepen door hun sound, de magische klank van zo’n oude grammofoonplaat en een buizenversterker die eerst nog moest opwarmen voor er geluid uit kwam. Mijn moeder draaide vooral folk, Fairport Convention en Joni Mitchell. We woonden naast een kerk waar psalmen werden gezongen. Ik wil niet beweren dat daar hoogstaande gospelmuziek beoefend werd, maar al die invloeden hebben me gevormd.”

Internationale hit

Zingen won het van rappen, hoewel rapper Roots Manuva hem liet zien hoe je een tekst met overtuiging over het voetlicht kunt brengen. „Pas op het podium leer je wat je eigen stijl is. In het begin zong ik als Howlin’ Wolf, een toonloos geblaf. Pas toen ik de soul in mijn muziek toeliet werd het iets van mezelf.”

Na een handvol EP’s in eigen beheer en een optreden in Later… with Jools Holland werd Rag’n’Bone Man gecontracteerd door een grote platenmaatschappij. Hij behaalde de tweede plaats in BBC’s gezaghebbende Sound of 2017-lijst, nadat hij met de single ‘Human’ goede zaken deed in de internationale hitparades.

Op het podium is hij een vriendelijke reus met een bescheiden, nog wat onwennige uitstraling. Zijn album Human is het indrukwekkende debuut van een Britse soulsensatie, die de hiphopbeats onder zijn zangmelodieën nog niet helemaal heeft afgezworen. Het album werd een doorslaand succes en haalde de eerste plaats in de albumlijsten van diverse Europese landen.

In de kleedkamer van de Amsterdamse Melkweg, waar hij zich voorbereidt op een uitverkochte show, zegt Rory Graham dat hij nog geen tijd heeft gehad om stil te staan bij het succes dat hem als betrekkelijke laatbloeier in de popindustrie ten deel is gevallen. „Op tournee is al mijn aandacht gericht op de muzikale inhoud. Ik probeer zo goed mogelijk te zingen, dat is alles. Het is mooi om voor volle zalen te staan en ze worden steeds groter. Dat vergt meer van mijn concentratie. Ik ben geen performer die het publiek gemakkelijk imponeert door alle hoeken van het podium op te zoeken. Mijn stem en de songs moeten genoeg zijn om de aandacht vast te houden.”

Graham prijst zich gelukkig met de muzikanten die hem nu al twee jaar terzijde staan en die van gehuurde sessiemuzikanten uitgroeiden tot zijn eigen, vertrouwde band. „Ik weet hoe het is om als solo-act met een akoestische gitaar op het podium te staan. Er was een tijd dat ik de hiphopbeats wilde benadrukken en ik met een dj optrad. Die dingen zou ik nu niet meer kunnen doen. In grotere zalen en op festivals moet ik terug kunnen vallen op muzikale ondersteuning, als er eens een keer een stilte valt of er iets mis gaat met de techniek. Nog veel belangrijker is het dat er voor en na het optreden mensen zijn met wie ik mijn zorgen en mijn vreugde kan delen. Meer dan in mijn solojaren voelt het nu alsof ik met een groep vrienden op tournee ben.”

Hoogtepunt

Als songschrijver laat Rory Graham zich graag inspireren door het blues- en gospelverleden. Zijn a capella gezongen ‘Die Easy’ is een indringend hoogtepunt bij zijn concerten. „Ik kan er niet alle credit voor opeisen, want de inspiratie voert direct terug naar de bluessong ‘In My Time of Dying’ van Skip James. Led Zeppelin heeft er ook een versie van gespeeld. Voor mijn muzikale ontwikkeling was het een belangrijk nummer, want ik zong het al in de tijd dat ik met mijn hiphopcrew aan de weg timmerde. Als intermezzo bij onze optredens zong ik een stukje a capella. Frasen uit die oude bluessong keerden steeds terug in mijn tekst. Het was een belangrijke stap in de ontdekking dat ik niet alleen rappen, maar ook zingen kon.”

Zangles heeft hij nooit gehad. „De techniek van het zingen heb ik gaandeweg afgekeken van anderen. De drive om te zingen had ik al vroeg, hoewel ik nu naar oude video’s van mezelf kijk en moet vaststellen dat er toen nog wel eens een valse noot tussen zat.”

De stap van hiphop naar soul voelde logisch, vertelt Graham. „Hiphop ontstond eind jaren zeventig toen dj’s de instrumentale passages van soul- en discoplaten mixten en rappers daar hun ding bij gingen doen. Blues, jazz, soul en hiphop zijn allemaal takken aan dezelfde boom. Voor mij was het een openbaring dat ik als jonge jongen met rap en dubstep bezig kon zijn en dat het natuurlijk voelde om binnen hetzelfde kader terug te grijpen naar de blues. Ik ontdekte dat ik kon putten uit al die stijlen en dat ik ondertussen gewoon mezelf kon blijven.”

Religie

Het nummer ‘Bitter End’ bevat de opmerkelijke tekstregel „I swear to God but I’m a non-believer”. Hoe valt dat te rijmen met de goddelijke inspiratie die hij put uit de gospelmuziek?

„Het heilige vuur is niet voorbehouden aan mensen die er een georganiseerde religie op na houden,” meent hij. „Ik respecteer ieders godsdienst, maar je hoeft niet in een god te geloven om gegrepen te worden door de klank en de geestdrift van gospelmuziek. Gospel en soul zijn een religie op zich, voor mensen die van muziek houden uit het diepste van de menselijke ziel.”

Rag’n’Bone Man noemt zich een humanist onder de popzangers. Ik ben ook maar een mens, zingt hij in ‘Human’. „Het zijn roerige tijden en muziek is een plek om tot rust te komen en elkaar de hand te reiken. Een popster hoef ik niet zo nodig te zijn. Wel een zanger die mensen bij elkaar brengt op zoek naar de schoonheid van muziek. Voor mij begint een enerverend festivalseizoen. Ik richt mijn vizier naar buiten, deze zomer.”

Rag’n’Bone Man speelt 5 juni op Pinkpop, Landgraaf.