Cultuur

Interview

Interview

Margaret Leng Tan (links) en George Crumb

Foto’s Yvonne Tan en Becky Starobin

Tan speelt de halsbrekende composities die Crumb bedenkt

George Crumb en Margaret Leng Tan

George Crumb (1929) is dit jaar de componist in focus op het Holland Festival, met drie concerten en een symposium. Margaret Leng Tan speelt zijn nieuwste pianocyclus.

De zoon van George Crumb is fan van The Nits. Zelf kent Crumb het oeuvre van de Nederlandse band niet, maar op zijn reizen rond de wereld kocht hij consequent lp’s voor zijn verstandelijk gehandicapte zoon, een popaficionado die inwoont bij zijn hoogbejaarde ouders. Zoon Crumb heeft een popcollectie om U tegen te zeggen. En The Nits behoren tot zijn favorieten.

Het is een onverwachte ontvangst, op het platteland van Pennsylvania, thuis bij de legendarische klanktovenaar Crumb. Ook pitbull Zeus begroet het bezoek uit Nederland geestdriftig.

George Crumb (1929) is dit jaar focuscomponist in het Holland Festival, met drie concerten en een symposium. Crumb is een generatiegenoot van de Darmstadt-avantgardisten, aangevoerd door Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez, maar hij heeft zich altijd verre gehouden van scholen en systeemdwang. Hoewel hij een jaar in Berlijn studeerde wist Crumb zich aan de radicale muziekfilosofische breuk van 1945 te onttrekken; in de nog jonge Amerikaanse componeertraditie ging hij zijn eigen gang.

Crumb staat op zijn 87ste nog open naar de wereld. Hij heeft zijn werkkamer aan de achterzijde van het huis zelfs vaarwel gezegd, omdat hij dusdanig werd afgeleid door de vogels en de eekhoorns dat hij geen noot meer op papier kreeg. Nu componeert hij in de voormalige garage, waar alleen de bureaustoel op wieltjes voor afleiding zorgt: wanneer Crumb iets voorspeelt aan de vleugel moet het bezoek de stoel vasthouden, omdat hij voortdurend met zijn sokken van de pedalen glijdt. Sinds zijn heupoperatie twee weken eerder mist Crumb wat stabiliteit. En lange vliegreizen durft hij niet meer aan, dus het Holland Festival moet hij laten schieten.

Onderdeel van een continuüm

Tijdens het gesprek keert een aantal begrippen vaak terug: persoonlijkheid, herinnering, resonantie, droom, citaat. Crumb is dol op muziekcitaten. Waar de Europese uurnulcomponisten een streep door de muziekgeschiedenis zetten en de regels opnieuw wilden uitvinden, heeft Crumb zich altijd onderdeel van een continuüm gevoeld. Als kind al luisterde hij naar volksmuziek, hij herinnert zich hoe zijn vader het Klarinetconcert van Mozart speelde, hij houdt van Tsjaikovsky en Bartók. „Maar hun genie laat zich niet kopiëren, en het is mijn geluk dat ik dat al vroeg besefte”, zegt Crumb. Zijn fascinatie voor ongewone speeltechnieken en instrumenten en zijn gave voor bewondering transformeerde hij tot een idioom vol echo’s en dromen, muziek waarin het altijd lijkt te waaien, flarden van elders, herkenbaar, verpakt in een sensuele ruimtelijke schoonheid die onmiddellijk aanspreekt maar die terughoudend is met haar geheim.

Hoewel hij een opgeruimde, optimistische indruk maakt, heeft Crumbs muziek vaak ook een duistere kant – luister maar naar het spookachtig mooie orkestwerk A haunted landscape (1984), te horen in de HF Proms. Over de bron daarvan is Crumb gedecideerd: ‘Lorca’. Hij ontdekte de poëzie van Federico García Lorca op de universiteit en zette in de loop der jaren talloze van diens gedichten op muziek. Behalve een hang naar het duister stak hij nog iets van Lorca op: „Eenvoud, en de enorme emotionaliteit die hij daarmee teweeg kon brengen.”

Crumb werd dan ook onder een donker gesternte geboren: op Black Thursday, de eerste dag van de beurskrach die de Grote Depressie van de jaren 30 inleidde. Hij groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vormende ervaringen, die desondanks geen pessimist van hem hebben gemaakt, al stemt de huidige situatie in de wereld hem somber. „Schrijf dat maar niet op,” zegt hij na een pittige boutade over de huidige president van de VS.

Vietnam-oorlog

De eerste blikvanger in het Amsterdamse Crumb-programma is zijn beroemdste (en duisterste) werk: het elektrische strijkkwartet Black Angels (1970), uitgevoerd door het Ragazze Kwartet. Crumb componeerde het op het hoogtepunt van de Vietnam-oorlog. Aanvankelijk moest het een gewoon strijkkwartet worden, maar de actualiteit drong zich op, getuige de grimmige ondertitel ‘Thirteen images from the Dark Land’.

De krijsende elektrische violen van Black Angels groeiden uit tot een blijvend anti-oorlogsstatement. De schrille klankwereld vormt echter een uitzondering in Crumbs oeuvre: de droom is hier een bittere nachtmerrie geworden. De onverminderde actualiteit van Black Angels noemt Crumb „de droefenis van het stuk”.

Bladmuziek van George Crumb.

De tweede blikvanger is verrassender: een compleet nieuwe pianocyclus, Metamorphoses, geschreven voor pianiste Margaret Leng Tan. Zij werd er zelf ook verrast, want de tijd van Crumbs pianocycli leek in het verleden te liggen. In de jaren 70 verrijkte hij het genre met vier delen Makrokosmos (naar het voorbeeld van Bartóks Mikrokosmos), waarin de piano op alle denkbare manieren bespeeld wordt. Crumbs handgeschreven bladmuziek is een grafisch kunstwerk op zich.

Voor Metamorphoses nam Crumb de Schilderijententoonstelling van Moessorgski als voorbeeld, een stuk dat hem – „zoals iedereen” – altijd gefascineerd heeft.

Net als zijn Russische voorganger koos hij tien schilderijen, al ontbreekt bij Crumb de verbindende ‘Promenade’. De kunstwerken van Klee, Gauguin, Kandinsky en anderen vertaalde hij vervolgens naar eigenzinnige klankportretjes. Ze zijn Tan op het lijf geschreven. Crumb noemt haar een „echte actrice” en „dramatische persoonlijkheid”, die niets liever doet dan halsbrekende toeren uithalen aan (of ín) de piano.

Nieuw werk

Dat blijkt, wanneer Margaret Leng Tan (1945) een sneak preview van de cyclus geeft in haar schitterende brownstone-huis bij Prospect Park in Brooklyn, New York. Tussen de piano’s en stapels partituren vormen rondrennende pitbulls een levende link met de componist. Een van de honden heeft Tan namelijk van Crumbs dochter, een voormalige zangeres en Broadway-actrice die vier jaar geleden een hondenreddingsdienst is begonnen. „Zij zijn mijn familie,” zegt Tan over de Crumbs. Iedere feestdag of vakantie brengt ze bij hen door. „George ziet eruit als een tweedehandsautohandelaar, maar hij leest Goethe in het Duits.”

Tijdens een van die bezoekjes zei Crumb terloops: „Margaret, ik geloof dat ik weer eens een pianocyclus ga schrijven, en het eerste boek wordt voor jou.”

Tan praat snel en veel – „Zou je niet de hele dag naar mij kunnen luisteren?” – en beweegt flux heen en weer tussen de muziekschatten in haar huis. We trekken onze schoenen uit en gaan de oude houten trap op, naar een kamer waar twee Steinways tegenover elkaar staan.

Vooral de handelingen in het binnenwerk van de piano – plukken aan snaren, hameren, glijden met een glas – vergen veel oefening. Tan: „Je moet de logistiek van de bewegingen internaliseren, zodat het een reflex wordt.”

Crumb houdt ervan als de persoonlijkheid van de uitvoerder doorklinkt in de muziek, en in Metamorphoses krijgt Tan alle ruimte. Chagalls ‘Clowns bij nacht’ componeerde Crumb voor speelgoedpiano, Tans specialiteit. ‘De volharding der herinnering’ van Dalí zit vol verwaaide citaten, van Mozarts Klarinetconcert tot de Amerikaanse oerhymne Amazing grace, die Tan tijdens het spelen heel ijl meezingt. En voor Van Goghs ‘Korenveld met kraaien’ oefende ze net zo lang met krassen tot de kraaien van Pennsylvania reageerden op haar roep. Tan: „Als ik een stuk speel, dan wil ik het niet één keer spelen. Dan duik ik erin en maak ik het me helemaal eigen.”

Voor één schilderij van Metamorphoses deed ze Crumb een doorslaggevende suggestie: het wasschilderij Perilous night van Jasper Johns. Dat is geïnspireerd op de gelijknamige compositie voor ‘prepared piano’ van John Cage, met wie Tan lange tijd intensief samenwerkte, tot de dag voor zijn plotselinge dood. Een stukje van Cage’s partituur is afgebeeld op het schilderij. Een door Johns gesigneerde kopie hangt bij Tan aan de muur.

Tan: „Cage hield ervan om naar Brooklyn te komen, hij vond het een ‘nieuwe ervaring’. Hier heb ik The perilous night voor hem gespeeld, hij zat op deze kruk en luisterde ongelooflijk aandachtig. En laatst, toen ik midden in de nacht Crúmbs Perilous night zat te repeteren, voelde ik de geesten om me heen. Ik besefte dat een stuk muziekgeschiedenis in mij samenkomt.”