Vicky Francken: ‘Het voelt echter als het een gedicht is’

Beste Nederlandstalige poëziedebuut

Donderdag kreeg Vicky Francken de C. Buddingh’-prijs voor haar bundel Röntgenfotomodel. „Mijn gedichten zijn niet letterlijk persoonlijk.”

‘Wat ik wil is te vertrouwen zijn’, schreef de schrijver Willem Jan Otten ooit en de afgelopen dagen spookte die zin door het hoofd van dichteres Vicky Francken (1989). Namelijk: als zij moest liegen, als ze weer voor iemand moest verzwijgen dat ze al wist dat ze de C. Buddingh’-prijs 2017 zou winnen. Die prijs, voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het jaar, kreeg ze voor haar bundel Röntgenfotomodel. Donderdagavond kreeg ze de onderscheiding, ter waarde van 1.200 euro, tijdens festival Poetry International in Rotterdam.

Ze versloeg medegenomineerden Joost Baars, Paul Meeuws en Tijl Nuyts én ook Hannah van Binsbergen, de debutant die de hoofdprijs in de poëzie won, de VSB Poëzieprijs. Vicky Francken, in het dagelijks leven vertaler uit het Frans en Engels, is volgens de jury een „dichter met een grote taalgevoeligheid die het experiment niet schuwt”.

Met de prijs is ze heel erg blij – „al voelde de nominatie eigenlijk ook al als genoeg”, vertelt Francken even voor de uitreiking. „Ik heb heel lang getwijfeld of de gedichten het wel waard waren om in een bundel te komen. Telkens verzon ik een tegenpartij die in mijn hoofd opsomde wat er aan de gedichten ontbrak. Met deze erkenning kan ik die tegenpartij voorhouden: die twijfel is niet per se nodig. Ook als iets niet perfect is, kunnen mensen het mooi vinden.”

Voel je je zo kwetsbaar omdat deze gedichten heel persoonlijk zijn?

„Ze zijn niet in letterlijke zin persoonlijk, niet in de zin dat ik de ‘ik’ ben die in de gedichten spreekt, maar ze gaan wel over hoe ik naar de wereld kijk. Het komt wel allemaal uit mijn hoofd.”

Die vervorming kan de gevoelens toch juist op afstand zetten?

„Zo werkt het voor mij niet. Wat ik wil zeggen voelt juist echter als het een gedicht is. In een gedicht kun je alle kanten tegelijk op bewegen en zo ervaar ik de werkelijkheid: alles gebeurt tegelijkertijd en gaat allerlei kanten op. Daarom snapt mijn vader mijn poëzie niet: omdat een gedicht geen logische, afgeronde oplossing heeft. We maken telkens een logisch verhaal van de werkelijkheid, maar het leven ís geen verhaal en poëzie doet daar recht aan.”

In het eerste gedicht van je bundel staat: ‘het gevoel dat je niet alles voor het zeggen hebt / terwijl je schrijft’.

„Zo ervaar ik dat. Je gebruikt woorden om invloed te hebben, maar die woorden glippen bijna buiten je om weer weg. Het doet me denken aan de gesprekken met kinderen op de camping in Frankrijk. Wij moesten van onze ouders ‘je ne parle pas français’ tegen ze zeggen, waarop zij dachten: jawel, je spreekt Frans! Gedichten hebben daar iets van weg.”

Dat eerste gedicht eindigt met: ‘doen is belangrijk’. Is dat een opdracht voor jezelf als dichter?

„Dat schreef ik ter aansporing van mezelf, ja. Je kunt nog zo veel mooie woorden hebben, maar als je er niets mee doet, ze niet publiceert, kom je nergens. Dat is een praktisch voorbeeld van iets wat theoretisch gezien voor veel mensen een reminder nodig heeft: dat je dingen moet doen.”

Vicky Francken: Röntgenfotomodel. De Bezige Bij, 64 blz. € 16,99