Cultuur

Interview

Interview

Stembureau in Moskou voor de parlementsverkiezingen in september 2016

Foto Maxim Shipenkov / EPA

‘Het Russische systeem is lachwekkend’

Aleksej Levinson, socioloog bij opiniebureau Levada Center

Het Levada Center is het enige onafhankelijke opiniebureau van Rusland. Zijn rapporten met gewilde inhoud vinden gretig aftrek.

Een bezoek aan Levada Center kost wat speurwerk. Het enige onafhankelijke opiniebureau van Rusland blijkt gehuisvest boven een karaokerestaurant op een binnenplaats in het centrum van Moskou. Geen naambordje, maar een serveerster wijst de weg. Binnen is het knus.

Terwijl een orkaan over Moskou raast, tuurt de 73-jarige socioloog Aleksej Levinson van achter een overvol Ikea-tafeltje naar zijn computer. Naast hem zit, aan een even vol tafeltje, een jonge medewerker die zijn reisschema opsomt: Amsterdam, Riga, Tver. In Amsterdam spreekt Levinson deze donderdag in de Balie op een bijeenkomst van Rusland-platform Raam op Rusland.

Levada Center publiceert dagelijks opiniepeilingen over uiteenlopende onderwerpen: van Poetins populariteit tot de mening van burgers over corruptie, het Westen of de Russische revolutie. Kostbare kennis in een land waar onafhankelijke informatie schaars is en de publieke opinie in grote mate wordt gemanipuleerd. In tegenstelling tot andere peilers neemt Levada geen overheidsopdrachten aan. Niet voor niets vinden de sociologische rapporten en marktonderzoeken gretig aftrek bij journalisten, politici en bedrijven.

Aleksej Levinson. Beeld Levada Center

„Wij verkopen ons product – de resultaten van onze opiniepeilingen – net zoals Rosneft olie verkoopt”, vertelt Levinson. Maar niet iedereen in Rusland gelooft dat echt onderzoek objectief kan zijn. „Er is een Russisch gezegde: ‘Wie betaalt, bepaalt de muziek’. Dat idee leeft vooral bij de overheid en de president.”

Niet gek dat de sociologen met hun onafhankelijkheid in problemen kwamen. In 2013 werd Levada bestempeld als ‘buitenlands agent’, omdat het politiek zou bedrijven met buitenlands geld. Levinson: „Ze ontdekten dat we onderzoek hadden gedaan in opdracht van de universiteit van Wisconsin, met geld van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het leidde tot een mediaschandaal en er werd een onderzoek gelast.”

Het centrum belandde op de lijst van buitenlandse agenten. „Een interessante lijst”, glimlacht Levinson. „Er staan milieuorganisaties op en groepen die strijden tegen hiv, die absoluut a-politiek zijn.”

Levinson werkt al veertig jaar als socioloog. In 1988 kwam hij terecht bij het door de beroemde socioloog Joeri Levada opgerichte overheidsbureau voor Publieksonderzoek, afgekort VTSIOM.

„Het was de tijd van de overgang naar de markteconomie en wij gingen consumentengedrag onderzoeken. Een fantastische tijd.”

Met Poetin kwam een ommekeer. In 2003 werden ze ervan beschuldigd met hun peilingen de presidentsverkiezingen te willen beïnvloeden. Levinson: „Dat was toen net zo dom als zeggen dat meteorologen het weer kunnen beïnvloeden.” Levada vertrok en richtte samen met Levinson het Levada Center op. VTSIOM ging verder als staatsbureau.

Sindsdien reizen enkele honderden enquêteurs stad en land af om burgers thuis te bevragen in face-to-face interviews. Om de afgelegen dorpen in de Oeral of Siberië te bereiken, zitten ze soms uren in de bus. De controle is strikt, een enquêteur moet zich per interview telefonisch melden en precies aangeven met wie hij heeft gesproken. Vervolgens wordt de bevraagde gebeld om de informatie te controleren.

Maart 2014: ongeveer duizend ambtenaren en supporters van Poetin vieren in Moskou het besluit om de Krim binnen te vallen. Foto EPA

Hoe beïnvloedt het stempel ‘buitenlands agent’ uw werk?

„Er zijn niet veel beperkingen, behalve dat we niet actief mogen zijn rond de verkiezingscampagne. Waarschijnlijk betekent dat dat we geen onderzoek mogen doen naar presidentskandidaten. Daarnaast zijn we veel tijd kwijt met de financiële verslagen, die we twee of drie keer per jaar moeten inleveren.”

Onder medewerkers is discussie of het centrum peilingen over politiek niet beter kan staken.

„Sommigen zijn bang hun baan te verliezen. Maar onze directeur, Lev Goedkov, wil er niet aan. Wel hebben we de contracten met buitenlandse opdrachtgevers beëindigd, al mogen we opdrachten uitvoeren van Russische afdelingen van internationale bedrijven.”

Hij grinnikt. „Het systeem is lachwekkend. Als autofabrikant Ford ons betaalt vanuit een kantoor in Detroit, dan zijn we een buitenlands agent. Maar als het ons via de Russische afdeling in roebels betaalt, dan is er niets aan de hand. Het laat zien hoe moeilijk het is de politieke mythes die het Kremlin creëert om te zetten in regels en wetten.”

In wat voor een politiek klimaat komen zulke wetten tot stand?

„Parlementariërs hebben de serieuze taak om wetten te maken, maar ze gedragen zich als gewone burgers. Zo hebben sommigen misschien een hekel aan homo’s. Het is één ding om homo’s als privépersoon af te wijzen, maar iets anders om er een juridische norm van te maken. Ook zitten veel mensen in de gevangenis omdat ze voor iemand een probleem vormen, niet omdat ze een misdaad hebben gepleegd. Waar formele verhoudingen bepalend zouden moeten zijn, maken informele verhoudingen de dienst uit.”

Doet Poetin dit bewust?

„Ik ken Poetin persoonlijk, hij heeft lang gezocht naar een manier om een band te kweken met het volk. Of hij nu ging vissen of vliegen met kraanvogels of in een sportwagen door het land reed, het had geen enkele invloed op zijn populariteit, zo bleek uit onze maandelijkse approval ratings. Andere acties bleken daarentegen wel succesvol, zoals hij voor het eerst ontdekte tijdens het conflict in Georgië [2008, red.]. Rusland stond op tegen de internationale gemeenschap.”

Vervolgens kwam de annexatie van de Krim. Levinson: „De belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van Rusland sinds 1991. Het idee ‘wij tegen de rest’ speelde een gigantische rol, net als de wens de status van grootmacht terug te winnen. Veel Russen hebben niets anders. Thuis is het slecht en de economie is slecht. Op politiek vlak krijgen ze tenminste nog enige compensatie.”