Handhaving nieuwe zzp-wet weer uitgesteld

De wet DBA zou eerst volledig van kracht worden in januari volgend jaar, nu is dat juli.

Demissionair staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën in de Tweede Kamer. Foto Robin van Lonkuijsen/ANP

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en de bedrijven die hen inhuren hoeven voorlopig nog niet te voldoen aan de nieuwe zzp-wetgeving. Handhaving van de in mei 2016 ingevoerde wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is uitgesteld tot op zijn vroegst juli 2018. Dat heeft demissionair staatssecretaris Eric Wiebes (VVD, Financiën) donderdag aan de Tweede Kamer laten weten.

Het is de tweede keer dat de handhaving van de wet DBA wordt uitgesteld. Nadat de invoer van de wetgeving op een aantal problemen was gestuit, schortte Wiebes de controle op naleving ervan eind vorig jaar al op tot januari 2018.

In de tussentijd heeft het kabinet onderzocht of aanpassing van de arbeidswetgeving wellicht een oplossing is voor de moeilijkheden. De eerste resultaten van dat onderzoek zijn inmiddels bekend. Volgens Wiebes is het een taak voor de nieuwe regering om te beslissen of de arbeidswetten moeten worden aangepast of niet. Daarom heeft hij tot een nieuw uitstel van de DBA-handhaving besloten.

Schijnzelfstandigheid

De wet DBA moet een einde maken aan zogeheten schijnzelfstandigheid: zzp’ers die in de praktijk geen ondernemer zijn, maar als een verkapte werknemer in dienst zijn van hun opdrachtgever. Het bedrijf dat de zzp’er inhuurt hoeft op die manier geen sociale premies te betalen. In het oude systeem gebeurde dat vaak. Via een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) beloofden zzp’ers toen aan de fiscus dat ze echte ondernemers waren. Veel zzp’ers werkten desondanks toch gewoon in een soort loondienst-zonder-contract.

De wet DBA verving de VAR door het modelcontract. Dat is een overeenkomst die zzp’er en opdrachtgever vooraf moeten ondertekenen. De belofte dat er geen sprake zal zijn van schijnzelfstandigheid is gebleven, maar er is een belangrijk verschil. Voortaan kunnen ook opdrachtgevers een boete krijgen als achteraf blijkt dat de zzp’er toch niet als ondernemer werkzaam was. Eerst lag dat risico volledig bij de zelfstandige.

Onrust

Na de invoering van de DBA ontstond grote onrust bij zowel zzp’ers als bedrijven. Het was onduidelijk of hun onderlinge afspraken voldeden aan de nieuwe wetgeving. Bedrijven werden huiverig zzp’ers in te huren, omdat ze bang waren later met hoge boetes of naheffingen geconfronteerd te worden. Uit een peiling onder zelfstandigen bleek dat een kwart overwoog te stoppen als zzp’er, vooral omdat het lastiger was geworden om opdrachten te krijgen.

Omdat de Belastingdienst daarnaast een grote achterstand had opgelopen bij het keuren van de modelcontracten, besloot Wiebes in november 2016 dat bedrijven en zelfstandigen tot januari 2018 niet bang hoefden te zijn voor boetes of naheffingen.

De verdere opschorting die donderdag werd aangekondigd, geldt niet voor wat Wiebes “kwaadwillenden” noemt. Daarmee bedoelt de staatssecretaris bedrijven die moedwillig met schijnzelfstandigen werken, en zich op die manier schuldig maken aan uitbuiting en concurrentievervalsing.