Cultuur

Interview

Interview

Andreas Terlaak

Dit is de man die de Euromast kocht

Interview

Willem Tieleman gunt de Euromast een tweede leven. De renovatie ervan is afgerond, tijd voor een brede herwaardering van het Rotterdamse icoon. De stad maar ook toeristen blijken er klaar voor. Tieleman maakt zijn handen intussen vrij voor nieuwe zakelijke uitdagingen.

Voor wie er al even niet meer geweest is: de Euromast ziet er sinds dit voorjaar nét even wat chiquer en ruimtelijker uit dan Rotterdammers en toeristen zich hem zullen herinneren. Grotendeels wit van binnen was ‘s lands bekendste uitkijktoren al sinds de eerste verbouwing door Jan des Bouvrie in 2003. In de recente opknapbeurt is er door interieurarchitecte Karin Knapp, echtgenote van Willem Tieleman, ook veel zwart, staal en glas aan het plaatje toegevoegd. Het neemt veel truttigheid weg, waardoor bezoekers nadrukkelijker dan ooit het idee moeten krijgen dat ze zich aan boord van een ‘vliegende schotel’ bevinden. „We refereren ermee aan het tijdperk waarin de Euromast werd gebouwd”, verduidelijkt de eigenaar. „De Space Age. The Jetsons, The Thunderbirds - daar was iedereen toen vol van.”

Opgeteld bij de nieuwe vloeren en plafonds, een betere akoestiek, het nieuwe meubilair, de dito keuken en de menukaart (vanaf juli) moet de Euromast er zijn status als niet te missen Rotterdamse landmark opnieuw mee bezegelen. „Heel lang was het een monument van vergane glorie”, erkent Tieleman. „Nu gaan we hier weer wat beleven. Het platform krijgt er binnenkort nog een of twee attracties bij, zodat we bezoekers iets méér kunnen bieden dan alleen het uitzicht.” Nee, specifieker daarover wil de in Ellemare (Rotterdam-Zuid) geboren en opgegroeide ondernemer (1958) nog niet worden. „We gaan in elk geval de A’DAM Toren in Amsterdam, die met die schommel op het dak, niet kopiëren. Een kabelbaan? Nee, we zijn nog steeds gewoon in Rotterdam hè. Niet in New York of Londen. Zoiets is hier niet exploitabel.”

We gaan in elk geval de A’DAM Toren in Amsterdam, die met die schommel op het dak, niet kopiëren

Tieleman ontvangt in een van de vier lounges waarin, op 100 meter hoogte, het restaurant van de Euromast is opgedeeld: Daybreak, Sunset, Noon en Podium. Er schettert een laat middagzonnetje door de ramen naar binnen, „dus dit moet Sunset zijn”, veronderstelt Tieleman, met een licht vertwijfelde grijns om zich heen kijkend. Namen die de ‘taartpunten’ al in 2003 zijn gegeven, „maar ik moet nog altijd nadenken waar ik nu precies zit”. Maar los daarvan: het is zijn favoriete plek op de Euromast. „We kijken uit op Zuid, waar toch mijn jeugd ligt. We woonden in een heel klein eengezinswoninkje achter de Slinge. Ik ben er nog wel eens langs gegaan. Knappe opgave voor mijn ouders om het daarin met zes kinderen te rooien. Er was geld voor maar een paar uitjes per jaar. Naar Scheffers op de Lijnbaan, schnitzels eten in Wienerwald, bitterballen in Old Dutch, een keertje naar Blijdorp en ook naar de Euromast natuurlijk.”

Dat sentiment was een van de redenen waarin hij vorig jaar zijn portemonnee trok om die ‘dorre paal’ te kunnen kopen. Anderzijds is Tieleman er ook volstrekt van overtuigd dat de Euromast een ‘instituut’ is dat de Rotterdammer ook in de 21-ste eeuw na aan het hart ligt. ‘Het is en blijft voor veel inwoners een icoon. Toen ik in 2002 de exploitatie ervan in handen kreeg, kwam het verbazingwekkende cijfer naar boven dat 65 procent van de bezoekers uit de eigen stad komt. In 2015-2016 boekten we bovendien een stijging van 39 procent aan verkochte entreekaartjes ten opzichte van het jaar daarvoor. Je merkt dus dat ook de Euromast meelift op de toegenomen aantrekkingskracht van Rotterdam als toeristische bestemming.”

Des te pissiger was hij daarom op de gemeente, die hem bij de aankoop van zijn icoon een verdriedubbeling van de erfpacht oplegde. Weigeren was geen optie, werd hem op het stadhuis te verstaan gegeven, want anders zou de overdracht simpelweg afketsen. „Dat zijn zo van die dansjes, zoals ik ze noem, die je als ondernemer bij het zakendoen maakt, en dit is niet per se het leukste dansje in mijn loopbaan. Ik hoef geen dankbaarheid van het stadsbestuur te verwachten als ik mijn nek uitsteek voor zo’n Euromast, maar dit was op zijn zachtst gezegd een teleurstellende ervaring. Een met een uitroepteken. Ik dacht dat ik gek werd.” Tieleman rekent het geschil erover met de ambtenarij tot een van de ‘wonden’ die hij als entrepreneur in de Rotterdamse horeca opliep; mislukte projecten als zijn poppodium Watt, het stadsinitiatief van de herbestemming van De Hef en Parkzicht zijn andere ‘dansjes’ die ‘zakelijk en emotioneel veel pijn’ deden.

Het mag niet wegnemen dat hij onverminderd enthousiast is over wat er de afgelopen jaren allemaal wél in Rotterdam tot stand is gebracht. Als Willem Tieleman zijn blik vanuit de Euromast over de skyline laat dwalen, is hij trots op de Kop van Zuid, en in het bijzonder op Hotel New York en Watertaxi Rotterdam, twee bedrijven die hij als investeerder mede groot heeft gemaakt. Het SS Rotterdam en de Markthal kunnen hem evenzeer bekoren. „Het zijn aanwinsten van formaat. Ze dragen de stad en worden ook door de bevolking gedragen. Fantastisch dat je zo’n schip, een fenomeen op zich, rendabel weet te maken. En ja, natuurlijk zijn er mensen die zuur zijn over zo’n Markthal, maar dat is óók Rotterdam: er blijft hier altijd nog wel wat te mekkeren.”

Jamie Oliver

Wat die Markthal betreft: vanzelfsprekend loopt een Willem Tieleman er met genoegen in rond, aangezien hij het er als licentiehouder (samen met zijn zakenpartner Souad Elhamdaoui) van verschillende restaurantketens van Jamie Oliver zelf uitstekend in doet. De vestiging in Rotterdam was in 2015 het eerste Jamie’s Italian-restaurant op het Europese vasteland en geldt vanaf dag één als een enorme publiekstrekker. Volgende maand opent Tieleman een tweede Jamie’s Italian in Den Haag. Voor het eind van dit jaar krijgt Rotterdam er nog een tweede restaurant van Tieleman/Oliver in het W200-gebouw aan het Weena bij, terwijl in 2018 en 2019 nog eens vier Jamie’s Italian’s van het duo openen München, Berlijn, Keulen en Düsseldorf, en twee in Nederland.

Lees een column over de aankoop: Een Euromast van vijf miljoen euro

Het gedoe over de erfpachtcanon met de gemeente Rotterdam is klein bier vergeleken met de vastgoedhandel waarin hij zich als zakenpartner van Jamie Oliver Inc. moet begeven, zucht Tieleman. Als location scout reist hij nu bijna alle dagen van de week van hot naar her om panden voor de restaurantketen te bezichtigen en aan te kopen. „Ik dacht: ah, een beetje rondkijken overal en hier en daar een deal sluiten - dat is helemaal mijn pakkie-an en voor de verandering ook eens lekker rustig. Maar die wereld van de makelaardij is een snoeiharde. Indrukwekkend wat mensen in dat vak zich menen te kunnen permitteren, ik sta echt weer voor loketten met mijn pet in de hand. Van de mensen van Jamie heb ik veel moeten leren: wees bescheiden, wees geduldig. En dan heb ik het over een ander dna dan hoe ik eigenlijk in elkaar zit.”

Of hem dat uiteindelijk ook is gelukt - wat gas terugnemen? Willem Tieleman grinnikt nog maar eens. „De zakelijke drive is nog honderd procent. Maar persoonlijk ben ik wat meer van het kleinschalige geworden, om het zo maar te zeggen. Het hoeft van mij allemaal niet meer zo groots. Er is ook tijd voor wat frivools, voor wat vrolijkheid in de dingen die ik onderneem. Ik heb op mijn reizen een paar ideeën voor tentjes opgedaan die ik nu zelf ook in Rotterdam wil beginnen. Het eenvoudigste van het eenvoudigste, maar zo ontzettend leuk om te bedenken. Dus dat gaat ervan komen. Nee, meer erover wil ik nog niet vertellen, maar het wordt crispy and fresh, zoals ik dat van mij Engelse compagnons heb leren zeggen.’