‘Een danser kijkt door te voelen’

José Vidal Choreograaf José Vidal laat in ‘Rito di Primavera’ de schoenen uittrekken en in het bijna-duister tussen de dansers door bewegen.

Repetitie van Rito di Primavera van José Vidal Foto Maurice Boyer

Het is broeierig warm in de studio op de bovenverdieping van de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam, en als een grote groep zich bij de repeterende dansers voegt, stijgt de temperatuur nog verder. De stemming ook. „All together, right now”, zingt iemand. Met zijn allen, ongeveer vijftig Nederlandse en Zuid-Amerikaanse dansers, storten ze zich blijmoedig in de zoveelste herhaling van een frase van Rito di Primavera, José Vidals herwerking van Stravinsky’s Sacre du Printemps. Maar dan zonder Stravinsky: een Sacre sans Sacre.

Dat was aanvankelijk niet de bedoeling. De Chileense choreograaf Vidal (49) had in 2013, de honderdste verjaardag van de baanbrekende compositie, dolgraag een bijdrage geleverd aan het Sacre-jaar met een hedendaags, heidens lenteritueel. Hij kent de muziek door en door: het was de lp die zijn moeder altijd draaide toen hij als peuter zijn middagdutje moest doen. Vidal lacht. „Vreemde keuze ja, maar mijn moeder, een danseres, was eigenzinnig. Als driejarige vond ik het doodenge muziek. Ik herinner me de spookachtige afbeelding op de hoes nog precies.”

Later sloeg de angst om in bewondering en de wens ooit zijn tanden in de Sacre te zetten. Maar daar dachten de erven Stravinksy anders over. Niet helemaal onbegrijpelijk: in Vidals oorspronkelijke Rito was het eerste kwartier van de polyritmische muziek in stukken geknipt, waarna die samples vervolgens in loops werden gezet. Zo was, met de oorspronkelijke noten, een nieuwe compositie van een uur ontstaan.

„Ik werk met mensen uit allerlei disciplines, niet alleen geschoolde dansers”, legt Vidal uit. „De meesten hebben wel een theaterachtergrond, maar er zijn ook ingenieurs, hoogleraren, psychologen, juristen. Door de compositie op te knippen in delen met een gelijkblijvende ritmiek konden zij zich die stukje bij beetje eigen maken. Uiteindelijk is die manier van leren zélf het stuk geworden.”

Toegankelijk

De methode past bij zijn opvattingen over theater. Vidal gelooft in dans die toegankelijk is en de indruk wekt dat iedereen mee zou kunnen doen – al is de realiteit natuurlijk anders. In elk geval wil hij geen choreografieën maken „die prachtig zijn, maar alleen voor dansers”.

In de studio bewegen de dansers organisch, op de stuwende puls van de nieuwe elektronische loops („mét de spirit van Sacre”) die componist en dj Jim Hast vanuit zijn hoekje door de ruimte laat pompen. Organische bewegingen, als een gezamenlijke adem: de dansers bewegen in een zuigende rondedans van en naar elkaar, springen woest rond, huppelen, kluiten bijeen, geven elkaar kopjes, storten ter aarde.

Als de repetitie wordt stilgezet, overleggen de Nederlandse studenten (eerste- en tweedejaars van de opleiding Moderne Theaterdans) druk met hun Chileense collega’s. De sfeer is speels en vriendschappelijk, lacherig. „Wij repeteren niet, we bouwen een feestje, en aan het einde is het stuk klaar.” Het maakt hem gelukkig zijn dansers gelukkig te zien tijdens het werk. „En als we daarmee weer andere mensen gelukkig maken... Check, check, check.” Vidal maakt drie keer een afvinkgebaar.

Zijn gezelschap José Vidal & Cía, ruim vijftig man sterk, is een kleine gemeenschap al hebben de meesten noch een officieel dienstverband noch een vast salaris. Er wordt gerepeteerd in gestolen uurtjes, na het ‘normale’ werk. De groepsleden eten vaak samen, werken bij elkaar in de tuin, helpen elkaar met klussen. Mensen melden zich spontaan aan voor zijn projecten. Voor Rito di Primavera kon hij kiezen uit ruim zeventig gegadigden.

Vanuit Santiago en Londen, zijn Europese basis, heeft Vidal naam gemaakt met massaproducties. Sommige in de openbare ruimte, sommige bovendien nadrukkelijk gericht op publieksparticipatie. Grote menigten interesseren hem, het fenomeen dat zoveel verschillende individuen in één beweging kunnen samensmelten. Het heeft alles te maken met zijn land van herkomst, vermoedt hij, waar het generaalsregime van Pinochet het land, én zijn familie spleet. „Maar daar wil ik niet over praten. Anders ga ik huilen”, zegt hij na afloop van de repetitie, hongerig en volkomen gáár na een middag in de zondoorstoofde studio. Enigszins jaloers kijkt hij de dansstudenten na die naar buiten lopen.

Ogen dicht

Zijn aanvankelijke keuze voor een studie antropologie en sociologie – pas op zijn 21ste koos hij voor de dans – is eveneens terug te voeren op die donkere periode van zijn geboorteland. „Ik wilde weten waarom wij in Chili meemaakten wat wij meemaakten. Hoe de maatschappij werkt.”

Zijn onderzoek richt zich op het creëren van een gedeelde sensitiviteit, een collectieve intelligentie. Het is een aangeboren capaciteit die we zijn vergeten, denkt hij. Tijdens repetities laat hij de dansers vaak met de ogen dicht werken, om de gevoeligheid voor tijd, ruimte en geluid te versterken. „We werken langzaam, een beetje tai-chi-achtig. Je kijkt niet met je ogen, je communiceert niet met woorden, maar door te voelen. Je luistert en kijkt met je huid. Langzamerhand ontstaat dan een bijzondere vorm van concentratie, een sterk bewustzijn dat je deel uitmaakt van de groep.”

Om dat gevoel ook bij het publiek te bewerkstelligen, laat Vidal het bij het betreden van de Zuiveringshal van de Westergasfabriek de schoenen uittrekken om contact te maken met het zand op de vloer. In het bijna-duister zijn de bezoekers, die tussen de dansers door bewegen, tijdens het eerste deel van de voorstelling grotendeels aangewezen op het gehoor en tactiele communicatie. „Het is een uitnodiging om al je zintuigen open te zetten. Een utopisch idee dat we als mensen samen iets kunnen creëren. Dat we kunnen samenleven zonder elkaar te vernietigen.”

Hij stopt en trekt een vies gezicht. „Zo wil ik het eigenlijk niet zeggen. Te naïef. Het klinkt als een verschrikkelijke gemeenplaats.” Maar hij is te vermoeid om het anders te zeggen.

Rito de Primavera, van José Vidal & Compañía. Westergasfabriek, Zuiveringshal West, 4 t/m 6 juni.