Cultuur

Interview

Interview

Amerikaanse wetenschapsjournalist Ivan Oransky: „We maken transparant wat betrokkenen liever niet zichtbaar willen hebben.”

Foto Olivier Middendorp

‘De wetenschap is niet zelfzuiverend’

Ivan Oransky Wetenschapsblogger

In zeven jaar tijd groeide het blog Retraction Watch van Ivan Oransky uit tot een invloedrijke toezichthouder op de wetenschap.

Ivan (spreek uit ‘aiven’) Oransky lacht als hij de eerste vraag hoort. „Of ik me een soort Don Quichot voel?” Oransky leidt Retraction Watch, een blog over wetenschappelijke artikelen die na controle, correctie en publicatie alsnog zijn teruggetrokken omdat er ernstige fouten in werden ontdekt. Of regelrechte fraude. Internationaal is Oransky, samen met mede-oprichter Adam Marcus, een van de meest zichtbare strijders tegen wetenschappelijk wangedrag. Dan klopt Oransky zich op zijn volle buik. „Mijn dokter zal zeggen dat ik meer op Sancho Panza lijk.”

Oransky is in Amsterdam, op de Vrije Universiteit, om de vijfde wereldconferentie over onderzoeksintegriteit bij te wonen. Die vond daar eerder deze week plaats. We spreken elkaar in een glazen vergaderruimte.

Wat ziet u als het belang van uw blog?

„We maken transparant wat betrokkenen liever niet zichtbaar willen hebben. Dat was mijn motivatie om met Retraction Watch te beginnen, in 2012. Als tijdschriften zeggen dat ze een artikel terugtrekken, doen ze dat dan ook, en hoe lang duurt dat? We wilden ook alle terugtrekkingen bij elkaar brengen. Ze werden tot dan toe versnipperd gemeld, en soms helemaal niet. Het terugtrekken van een artikel ondergraaft immers de reputatie van de betreffende onderzoekers, universiteit, én uitgever van het tijdschrift.”

En daar zitten die partijen niet op te wachten.

„Er spelen enorme belangenconflicten. In de Verenigde Staten krijgen universiteiten allerlei donaties. Van rijke families, bedrijven. Die zet je op het spel als je te vaak negatief in het nieuws komt.”

En dus…

„Dus gebeurt het nog te vaak dat universiteiten in een eerste, eigen onderzoek naar mogelijk wangedrag naar buiten komen met de bevinding dat er niks verkeerds is gebeurd. Pas als daarna een extern onderzoek volgt, dat wel wangedrag of fraude aantoont, erkent de universiteit schoorvoetend dat er iets mis is.

„Maar dan nog. Onze onderzoeksjournalist Allison McCook heeft eerder dit jaar ontdekt dat onderzoekers die schuldig waren bevonden aan fraude, na verloop van tijd toch weer subsidies binnen wisten te halen. Ze onderzocht 284 wetenschappers in de VS. Bijna de helft kreeg een tijdje na de ontdekking van de fraude toch weer subsidie. En niet weinig: 17 van de 284 haalden opgeteld meer dan 100 miljoen dollar op.”

Hoe erg is dat voor de wetenschap?

„Het ergste vind ik dat de wetenschap zich erop voorstaat dat ze zelfzuiverend is, dat ze fouten zelf wel kan corrigeren. Nou, dat kan ze blijkbaar niet. Er gebeurt echt te weinig om wangedrag en fraude te beperken.”

Zelfs het terugtrekken van artikelen, bedoeld om de wetenschappelijke kennis zuiver te houden, werkt niet optimaal.

„Dat is een probleem. Een voorbeeld: het artikel in The Lancet uit 1998 waarin een verband werd aangetoond tussen vaccinatie en autisme is ná terugtrekking tot op heden nog bijna 400 keer geciteerd. Je moet dan wel kijken in welke context dat is gebeurd. Maar dat idee van de zuivering gaat niet volledig op. Negentig procent van de teruggetrokken artikelen blijft geciteerd worden.”

Hoe vaak komt het voor dat een artikel wordt teruggetrokken?

„Toen we begonnen in 2012 ging het om enkele honderden papers per jaar. Afgelopen twee jaar zaten we rond de 800.”

Wat betekent dat?

„Het kan betekenen dat er meer wangedrag is. Het kan ook zijn dat er meer aandacht voor is.”

Zijn 800 terugtrekkingen veel als je bedenkt dat er jaarlijks zo’n 2 miljoen wetenschappelijke artikelen worden gepubliceerd?

„Met die 800 ben je er niet. Een groep voedingsdeskundigen schreef vorig jaar een nieuwsverhaal in Nature over de vele fouten die ze in tientallen artikelen hadden ontdekt. Ze benaderden uitgevers ermee. Slechts in een klein deel van de gevallen werd iets met de fouten gedaan.”

Ziet u bepaalde patronen in de terugtrekkingen? In welke tijdschriften speelt het? Uit welke landen komen de betreffende onderzoekers?

„Hoe hoger het tijdschrift in aanzien staat, hoe meer terugtrekkingen. Ook dat kan weer meer dingen betekenen. Het kan zijn dat ze meer foute artikelen doorlaten, maar het kan ook betekenen dat hun lezers de artikelen scherper lezen, of dat het blad zelf strenger controleert.”

Nog andere patronen?

„Het hele proces van publiceren, en ermee sjoemelen, doet me wel eens denken aan dat spel, whack-a-mole. Je hebt een vlak met een heleboel gaten en af en toe steekt een mol even zijn kop door een gat, en dan moet jij er snel met een hamer op slaan. Toen wij met onze blog begonnen zag je veel plagiaat en duplicatie. De uitgevers hebben daarop software ontwikkeld om ingediende artikelen snel daarop te screenen. Dat is dus de kop ingedrukt. Nu zie je bijvoorbeeld het verschijnsel van fake peer review. Een wetenschapper verzint dan iemand die zogenaamd het artikel heeft gecontroleerd en goed bevonden, inclusief e-mailadres en andere gegevens. Het tijdschrift Tumor Biology meldde begin dit jaar dat het 107 artikelen terugtrekt om die reden. De fraudeurs verzinnen steeds iets nieuws.”

Wat vindt u de meest hilarische terugtrekking tot op heden?

Oransky denkt even na. Dan: „Die wetenschapper die onderzoek deed naar de verwerking van mest. Hij kwam onder vuur te liggen. Hem werd naar de oorspronkelijke data gevraagd. Die kon hij niet leveren, zei hij, want hij had alles op losse blaadjes geschreven en die waren bij een plotselinge windvlaag in de mest gewaaid. We konden boven ons verhaal hierover de kop zetten: a bullshit excuse. En daar was niks aan gelogen.”

Hoeveel uur per week besteedt u aan Retraction Watch?

„Waarschijnlijk zo’n veertig. Het is een obsessie. Maar ik hoop snel wat meer vrije tijd te krijgen. Mijn vrouw en ik verhuizen naar Northampton in Massachusetts, naar een huis vlak bij de bossen. We houden ervan om lange wandelingen te maken. Dat willen we meer gaan doen.”