Column

De struikelende reis naar een federale EU

Gaat het weer lopen in Europa? Europese integratie is wel eens omschreven als de menselijke voortbeweging. Het lichaam helt naar voren, en één been schiet voorwaarts om een val te voorkomen. Het zwaartepunt van het lijf verplaatst zich vervolgens, waardoor het andere been te hulp moet komen. Lopen is, in die zin, een gecontroleerde val voorwaarts.

Zo is het in Europa zo’n zestig jaar lang gegaan. Neem een televisie. Als die overal in de EU mag worden verkocht (stap), dan moet hij overal kunnen worden geleverd (volgende stap). En overal gerepareerd (stap) en verzekerd (stap). En het zou best handig zijn als de stekker ook overal past (stap). Zo struikelen het vrije verkeer van goederen, diensten en personen en gemeenschappelijke standaarden naar het mededingingsrecht (stap): want we moeten voorkomen dat één fabrikant van televisies de hele markt in handen krijgt.

De euro is een logisch gevolg geweest van de Europese integratie. Sinds het wegvallen van de vaste koppeling van alle munten aan de Amerikaanse dollar is de EU op zoek geweest naar een alternatief, dat rust in de wisselkoersen kan brengen.

Na veel mislukkingen – de laatste was met de val van het Britse pond én de Italiaanse lire in 1992 nogal gênant en kostbaar – moest de euro rust in de tent brengen. Eén gemeenschappelijke munt dus (stap). Maar die vergde dan wel regels voor het begrotingsbeleid van de deelnemers, opdat niemand de gemeenschappelijke munt zou ondergraven met veel te hoge overheidsuitgaven en een groeiende staatsschuld. Stap en stap. Maar kan een munt wel zonder toezicht daarop, en liet de financiële crisis niet zien dat een bankenunie met gemeenschappelijk toezicht nodig is? De stappen volgden elkaar in snel tempo op. Telkens richting diepere integratie die noodzakelijk werd door de vorige integratie.

Het is begrijpelijk dat het publiek op een gegeven moment ‘ho’ zei. Maar het mechanisme is onverbiddelijk. Woensdag kwam de Europese Commissie met nieuwe schetsen voor de euro. Neem er één: gemeenschappelijke staatsleningen. Stel je zegt: alle staatsschuld onder de 60 procent van het bruto binnenlands product (de Maastricht-norm) gooien we in één spreekwoordelijke pot en we financieren dat met gemeenschappelijke leningen, eurobonds. Alle schuld daarboven is voor rekening en risico van de afzonderlijke lidstaten.

Dat lijkt een goed plan. Maar gemeenschappelijke leningen vergen gemeenschappelijk management (stap) en ontslaan ook in de hier voorgestelde vorm de lidstaten niet van het nog strikter bewaken van elkaars begrotingsbeleid (stap). Het zal op den duur écht alleen maar werken met een dynamische herverdeling van middelen over de lidstaten (stap). Dat vergt een budget en centrale (federale) inkomsten van voldoende omvang. En dan groeit een permanente voorzitter van de Eurogroep al snel uit tot een gezamenlijke minister van Financiën (stap, stap en stap).

De verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president, de revitalisering van de Frans-Duitse as, de gemeenschappelijke antagonisten (het VK, de VS, Rusland): er is heel veel dat op dit moment bijdraagt aan de Europese dynamiek. Of dat ergens toe gaat leiden? Onbekend. Als maatregelen dichtbij komen, afspraken concreet worden en concessies onvermijdelijk, dan steken nationale belangen vaak toch weer de kop op. Maar als de dynamiek dan toch hervonden wordt? Bereid je voor op een lange wandeling, stap voor stap, onvermijdelijk naar een meer federaal Europa. Wenselijk? Kijk naar het alternatief. Haalbaar? Dat is een ander verhaal.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.