Bewoners West gefrustreerd over gemeente

Stadsbestuur

Traag verlopende bezwaarprocedures, geen inspraak en ambtenaren die niet reageren: bewoners uit West zijn het zat.

Slapeloze nachten hebben ze ervan. Twaalf bewoners uit Amsterdam-West overhandigden wethouder Abdeluheb Choho (Bestuurlijk stelsel, D66) in maart een klachtendossier. De rode draad: besluiten vallen „koud op het dak” van bewoners, bezwaarprocedures verlopen traag, ambtenaren antwoorden laat of niet en inspraak ontbreekt.

Veel klachten uit het dossier gaan over bouwprojecten waarvoor het bestemmingsplan is aangepast, schijnbaar zonder al te veel morren door de gemeente. „Het lijkt wel alsof het bestuur samenwerkt met projectontwikkelaars”, zegt Margot Nieuwenhuis, die met bewoner Henk van Dijk het initiatief nam tot het dossier. „Een belangenafweging wordt niet gemaakt. Een plan wordt simpelweg getoetst aan het bestemmingsplan en voldoet het niet, dan passen ze het bestemmingsplan aan.”

Simon Trel

De grond in West is gewild. Het succesvolle eet-, film- en cultuurcomplex De Hallen markeert de populariteit van het stadsdeel; sinds de opening in 2014 wordt er druk gebouwd. West is een van de duurste plekken van het land: een huis van 134 vierkante meter op het Bellamyplein staat te koop voor bijna 7 ton.

Is er iets mis bij het bestuur in West? De ombudsman van Metropool Amsterdam krijgt niet meer klachten over West dan over andere stadsdelen. Het aantal klachten over West is de afgelopen drie jaar zelfs gedaald, zo staat in de derde kwartaalrapportage van 2016 van de ombudsman. Bij het stadsdeel zelf kwamen vorig jaar wel meer klachten binnen. Maar de situatie in West lijkt niet wezenlijk te verschillen van die in andere stadsdelen.

Wat is er dan aan de hand? Veel misverstanden, zegt ombudsman Arre Zuurmond, zijn te wijten aan de organisatie van de gemeente: gefragmenteerd. De ene dienst staat los van de andere. En een ambtenaar heeft alleen informatie over het stukje van een project dat onder zijn verantwoordelijkheid valt. Dat geldt voor de hele stad.

Een ambtenaar heeft alleen informatie over het stukje van een project dat onder zijn verantwoordelijkheid valt

„Die gesplitste bevoegdheden zijn een democratisch principe”, zegt Zuurmond, die benadrukt dat hij als ombudsman niets kan zeggen over beleid, alleen over de uitvoering ervan. „Anders krijg je een soort politiestaat. Maar die systeemlogica is aan een burger moeilijk uit te leggen. Die heeft te maken met de gemeente, niet met een dienst. Burgers verliezen daardoor hun vertrouwen en vermoeden wanbestuur en integriteitschendingen.”

In de communicatie gaat in de hele stad veel mis. Beloftes over een reactietermijn worden niet nagekomen, op ingebrekestellingen wordt niet gereageerd. Bewoners krijgen een brief over een bouwproject soms pas een paar dagen van tevoren in de bus. En soms helemaal niet. Ook de publicatie van vergunningen schiet er wel eens bij in.

Niet serieus genomen

Voormalig Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer, die vorig jaar in het rapport Amsterdam 2020 constateerde dat het bestuurlijk stelsel van Amsterdam niet functioneert, herkent zijn bevindingen in de klachten van de bewoners van West. „De mogelijkheden van inwoners van Amsterdam om invloed uit te oefenen op het democratisch proces zijn zeer beperkt. Het systeem is niet in staat contact te leggen met burgers. Oppervlakkig gezegd stelt het bestuur zich in Amsterdam heel arrogant op tegenover bewoners.” Overigens verandert het bestuurlijk stelsel in 2018: stadsdeelbestuurders worden dan ambtelijke bestuurders.

De klachten laten zien dat burgers niet serieus worden genomen, zegt Brenninkmeijer. Dat het vaak tot een rechtszaak komt (in West lopen minstens zes zaken), heeft daar ook mee te maken. Zo’n rechtszaak versterkt het rechtvaardigheidsgevoel van burgers meestal niet. „De rechter kijkt op een zakelijke, objectieve manier. Als je als burger een foutje maakt in de procedure, heb je het nakijken. Je moet dus goed onderlegd zijn, veel geduld én geld hebben om je te kunnen verweren. Dat zegt wat over de ongelijke verhoudingen.”

De klachten uit het dossier zijn slechts „het topje van de ijsberg”, zegt initiatiefnemer Margot Nieuwenhuis. Inmiddels hebben zich meer gefrustreerde bewoners gemeld. Stuk voor stuk „fijne en actieve bewoners, die zich liever bezighouden met plannen maken voor de buurt dan met klagen.”

Het gevaar is dat zij afhaken. „Als burgers niet meer herkennen dat het bestuur er is voor Amsterdammers, verliest een bestuur legitimiteit”, zegt Brenninkmeijer. „Dan wordt een bestuur partijdig.”

Geen van de indieners heeft een reactie ontvangen op het klachtendossier. „Zelfs geen ontvangstbewijs.”

Voorbeeld 1: ‘We hebben nooit het idee gehad dat ambtenaren voor onze zaak staan’

Toen er twee jaar geleden opeens in de grond geboord werd achter het huis van Willem Harbers vroeg hij uit nieuwsgierigheid waar dat voor was. De bouwvakker liet hem een bouwtekening zien. „Ik schrok me een hoedje”, zegt Harbers. „Mijn vrouw en ik hebben direct een waarschuwingsbrief opgesteld en in vijftig brievenbussen gestopt.”

Dit zag Harbers op de tekening: de voormalige Haust-fabriek op de Wenslauerstraat zou worden gesloopt. Daarvoor in de plaats zou er een woonblok komen voor starters – vier lagen in plaats van twee, plus een nieuw te graven kelder. „Veel te groot en veel te hoog”, zegt buurvrouw Anneke Veenhoff, die vanuit haar tuin tegen het nieuwe gebouw aan zou kijken. „Het ontwerp gaat op allerlei punten in tegen het bestemmingsplan.”

Wat volgt is een „soap”, in de woorden van Veenhoff, die nog altijd voortduurt. Uren en uren steken bewoners in de zaak. Ze kunnen alle regels en procedures inmiddels dromen. Ze spreken herhaaldelijk in bij vergaderingen van het stadsdeel en de centrale stad . Ze bellen en mailen met ambtenaren, gaan langs op het stadsloket, bellen en mailen nog vaker. Alle gebeurtenissen, tot in de kleinste details, leggen ze vast, om geen bewijs te verliezen. Het document Tijdlijn correspondentie stadsdeel staat vol aantekeningen als „niet nagekomen”, „geen antwoord” en „nooit reactie”.

Al vanaf het begin gaat het mis. Omwonenden dienen 24 zienswijzen in tegen de voorgenomen vergunningverlening, onder meer omdat het nieuwe ontwerp het dorpse karakter van de Bellamybuurt zou aantasten en voor minder daglicht zou zorgen. Een zelfde soort ontwerp is in 2012 nog afgekeurd, voeren ze aan, op basis van hetzelfde bestemmingsplan.

Maar een deel van de zienswijzen wordt tot verbazing van de bewoners door gemeentelijke juristen niet-ontvankelijk verklaard. Er zouden handtekeningen ontbreken en sommige pagina’s zouden blanco zijn. Als ze, na stevig aandringen, digitale scans van de zienswijzen te zien krijgen, zien ze dat de handtekening van de voorzitter van Stichting Bellamy Buurt Belangen inderdaad van het document verdwenen is. En de meest cruciale pagina van de zienswijze van Willem Harbers blijkt opeens blank. Volgens stadsdeel West is de handtekening weggehaald omdat zienswijzen geanonimiseerd moeten worden.

Via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) krijgen ze de oorspronkelijke zienswijzen alsnog toegestuurd. Mét handtekeningen, zonder blanco pagina’s, zo schetst hun verbazing. Maar dan is de termijn al verstreken. De argumenten die in de niet-ontvankelijk verklaarde zienswijze staan, kunnen ze later niet invoeren in een rechtszaak.

Volgens de bewoners is de vergunningverlening gebaseerd op rapporten vol foute aannames. Om dat aan te tonen, hebben ze voor duizenden euro’s zelf rapporten laten maken door experts. Het puntsgewijze overzicht van de fouten die in deze procedure volgens bewoners zijn gemaakt, is drie kantjes lang.

Projectontwikkelaar D.I.G. benadrukt dat de procedure „zeer zorgvuldig” is geweest. „Het ontwerp past volledig in het straatbeeld”, zegt zegt eigenaar Egon Weijnen. „En het maatschappelijk belang van starterswoningen is groot. Bovendien is het ieders goed recht om aanvragen te doen voor projecten die buiten het bestemmingsplan vallen.”

De fabriek staat er inmiddels niet meer – een civiele procedure tegen het sloopplan hebben de bewoners verloren. Gebouwd wordt er tot de rechterlijke uitspraak ook nog niet. De gemeentelijke ombudsman heeft de zaak momenteel in onderzoek.

In april hoort Anneke Veenhoff van het stadsdeel dat het dagelijks bestuur en de stadsdeelsecretaris de vergunning hadden willen intrekken. Wethouder Eric van der Burg (VVD) stak hier een stokje voor, omdat er geen nieuwe feiten zouden zijn. Terwijl Veenhoff, verzucht ze, door de centrale stad eerder juist naar de bestuurscommissie was verwezen.

Het lijkt wel, zegt Willem Harbers, alsof de overheid uit angst voor schadeclaims bij voorbaat de kant van de projectontwikkelaar kiest. „We hebben nooit het idee gehad dat ambtenaren voor onze zaak staan.”

Voorbeeld 2: ‘Er wordt met maten gemeten waar je als bewoner niet bij kunt’

„Van mij mogen ze hier de Eiffeltoren bouwen”, zegt ondernemer Stefan de Prie, die in de Bellamybuurt woont. „Maar dan moet de procedure wel kloppen.”

Kort nadat de smederij achter zijn huis wordt gekocht ziet hij op de site van de gemeente dat een omgevingsvergunning voor het pand is aangevraagd. Dat is nu zo’n twee jaar geleden. De projectontwikkelaar wil zes appartementen in de smederij maken, plus één of twee woningen in de binnentuin. Op de aanvraag voor de vergunning, zo leest hij, kun je niet reageren.

De bewoners van de huizen die aan de binnentuin grenzen zijn niet blij met het plan. „Er zouden acht huizen bijkomen en je zit hier al met zijn allen op elkaar”, zegt De Prie. „Dat wordt lawaaiig. Je privacy wordt aangetast. Maar we gingen er in die fase, puur intuïtief, vanuit dat dit rare plan nooit door kon gaan.”

Maar drie maanden later wordt de zogenoemde fase 1-vergunning toch verleend. Dat ziet De Prie omdat hij de gemeentelijke website in de gaten houdt. Hij dient, net als andere bewoners, een bezwaarschrift in. Ook dient hij een klacht in over het feit dat er op de aanvraag van de vergunning geen bezwaar kon worden ingediend. Terwijl er, zegt hij, altijd inspraak moet zijn bij een ingrijpend plan als dit, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan.

Na vier maanden mag De Prie zijn bezwaar toelichten op een hoorzitting. „De bezwaarperiode werd steeds verlengd en duurde ellendig lang. Pas anderhalve dag voor de hoorzitting kreeg ik alle stukken, terwijl ik de gemeentelijke juristen er verschillende keren expliciet om had gevraagd. Er stonden voor ons cruciale argumenten in.”

Tegen verwachting van De Prie en zijn buren in – „onafhankelijke bouwkundige juristen zaten tijdens die hoorzitting met hun hoofden te schudden” – wordt hun bezwaar bijna vier maanden later afgewezen. Er is sprake van’ kruimelwetgeving’, waardoor kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. „Ik probeerde dat oprecht te begrijpen”, zegt De Prie. „Maar als je de motivatie leest, bekruipt je het gevoel dat die vergunning gewoon wordt recht geluld.”

De Prie gaat naar de rechter. De zitting is een halfjaar na het afwijzen van het bezwaarschrift. Op advies van de rechter verzoekt de projectontwikkelaar de gemeente de vergunning in te trekken. Dat gebeurt.

De Prie vraagt zich af waar het voor nodig was, al die tijd en energie. De rechtszaak kostte hem 3.000 euro. Maar het ergst vindt hij – hij schiet vol als hij dat zegt – het gevoel onrechtvaardig behandeld te zijn door de overheid. „Er wordt met maten gemeten waar je niet bij kunt. Het is frustrerend te beseffen dat iemand met een uitkering dit nooit voor elkaar had kunnen krijgen. Deze hele gang van zaken heeft mij ongelofelijk verbaasd. Dat dit zomaar kan: een overheid die zich niet aan de spelregels houdt.”

Van de gemeente krijgt hij excuses. „Ze zeiden: we werken veel met stagiairs, daar zal wel iets zijn misgegaan.” Op het WOB-verzoek dat hij indiende om de stukken rond de eerste vergunningsaanvraag in te zien, heeft hij nog altijd geen reactie ontvangen.