Waarom wil niemand met Wilders? En zes andere vragen over de blokkades in de formatie

De impasse in de formatie

De PVV mag niet meedoen, CDA-leider Buma wil geen premier worden en een minderheidskabinet is voor niemand een optie. Waarom eigenlijk niet?

D66-leider Pechtold (rechts) en ChristenUnie-leider Segers dinsdag na hun verkennende gesprek dat op niets uitliep. Foto ANP / Bart Maat

Informateur Herman Tjeenk Willink begon woensdag onder moeilijke omstandigheden aan zijn opdracht om de kabinetsformatie weer in beweging te krijgen. Na de mislukte onderhandelingen tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks en het mislukte verkennende gesprek tussen D66 en ChristenUnie is de vraag: hoe nu verder? Veel partijen hebben al voor de verkiezingen of daarna blokkades opgeworpen die het samenstellen van een vierpartijencoalitie moeilijk maken. Hoe zit het met al die blokkades? Een overzicht in zeven vragen.

  1. Waarom mag de PVV niet meedoen?

    Bijna niemand wil met de PVV, de tweede partij van Nederland, onderhandelen over een nieuw kabinet. Dat geldt voor de VVD en het CDA, maar ook voor D66, GroenLinks, SP, PvdA en Denk. De meeste partijen voeren als reden aan dat ze zich niet kunnen verenigen met de standpunten van de PVV. Dat partijleider Geert Wilders in maart 2014 in een café zijn publiek liet scanderen dat ze ‘minder Marokkanen’ willen – hij werd ervoor veroordeeld – was voor veel partijen reden de PVV uit te sluiten.

    Foto ANP / Jerry Lampen

    Voor VVD en CDA komt daar nog iets bij. In 2012 wilden VVD en CDA met de PVV overeenstemming bereiken over de begroting van een jaar later. Dit ‘Catshuisoverleg’ klapte, waardoor het kabinet VVD-CDA, gedoogd door de PVV, niet meer verder kon. Middenin een financiële crisis moest Nederland toen naar de stembus.

    Tot de dag van vandaag nemen VVD en CDA het Wilders kwalijk dat dit overleg is stukgelopen. Bij een debat over de formatie, twee weken geleden, zei VVD-leider Mark Rutte nog dat zijn partij het over bijvoorbeeld immigratie eens zou kunnen worden met de PVV. Hij wil alleen niet met Wilders samenwerken, omdat het vertrouwen ontbreekt. Rutte over Wilders: „Hij stelt altijd het partijbelang boven het landsbelang.”

    De situatie leidt tot ongemak. Alle partijen vinden namelijk wél dat de zorgen van de 1,3 miljoen PVV-stemmers, bijvoorbeeld over immigratie, gehoord moeten worden.

    De ongemakkelijke waarheid voor Wilders is dat zijn persoonlijke vete met Rutte en Buma nu een van de redenen is dat zijn partij niet mag meeonderhandelen – in ieder geval voor VVD en CDA. Alleen als oud zeer tussen die partijleiders wordt opgeruimd, zou de PVV weer onderhandelingspartner kunnen worden. Dat lijkt voor deze formatie niet meer realistisch. (Enzo van Steenbergen)

  2. Waarom is SP-leider Roemer toch zo allergisch voor de VVD?

    In de verkiezingscampagne merkten de SP’ers langs de deuren dat de afkeer van het kabinet-Rutte II enorm was. De SP had die afkeer natuurlijk ook en wilde die graag gebruiken bij de verkiezingen. Het is niet heel handig om je dan te richten tegen de PvdA - met welke partij zou je anders nog moeten samenwerken? De SP-top bedacht: we gaan voluit tegen de VVD, ook al werkt de SP lokaal vaak goed samen met die partij. Het verhaal daarbij is dat de verschillen bij landelijk beleid – macro-economisch, maar bijvoorbeeld ook bij een thema als de zorg – te groot zijn. Dan weten de kiezers: als je op de SP stemt, krijg je de VVD er zeker niet bij, zoals na de vorige verkiezingen wel gebeurde als je op de PvdA stemde. SP-leider Emile Roemer houdt de uitsluiting van de VVD tot nu toe vol en lijkt ook niet van plan om van de afgesproken lijn af te wijken. (Petra de Koning)

  3. Waarom konden D66 en ChristenUnie niet langer dan 3,5 uur met elkaar praten?

    D66’ers zeggen daarover: die partij denkt zo anders over de vrije wilsbeschikking en het individu dan wij, dan komen we zeker nooit ergens met onze plannen over een regeling van stervenshulp bij een ‘voltooid leven’.

    Maar is dit de echte reden?

    In het eindverslag van Edith Schippers als informateur staat een opvallende passage: „De combinatie CDA-D66-GL-SP-PvdA-CU zou door de voorzitter van de D66-fractie niet worden geblokkeerd indien de voorzitter van de CDA-fractie hiertoe bereid zou worden gevonden.” Dit zei D66-leider Alexander Pechtold tegen Schippers één dag voordat hij het idee blokkeerde dat de VVD, het CDA en zijn eigen partij zouden gaan samenwerken met de ChristenUnie. Er blijkt uit dat de afkeer van de ChristenUnie ineens niet meer zo principieel is als andere linkse partijen zouden meedoen in een regering. Conclusie: D66 wil in een coalitie per se niet de meest progressieve partij zijn en dat zou wel zo zijn als die regering bestaat uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. (Petra de Koning)

  4. Waarom wil de PvdA niet eens práten over deelname aan een kabinet?

    PvdA-leider Lodewijk Asscher blijft het maar herhalen: door de historische verkiezingsnederlaag is het niet aan de PvdA om weer te gaan regeren. De sociaal-democraten verloren 29 zetels en hebben daarom volgens Asscher het recht om in de oppositie hun wonden te likken en de partij weer op te bouwen. Hij vindt dat het nu aan de winnaars van de verkiezingen is en zegt keer op keer dat VVD, CDA, D66 en GroenLinks opnieuw om tafel moeten gaan. Het is volgens Asscher onduidelijk waarom de onderhandelingen tussen deze partijen zijn mislukt, ze moeten nog een uiterste poging doen voordat andere partijen in beeld komen, vindt hij. Dit is niet zonder eigenbelang: met GroenLinks in de regering heeft Asscher de kans om de linkse oppositieleider te worden.

    En dan heb je ook nog de samenstelling van zo’n coalitie: de PvdA zou in zo’n kabinet met VVD, CDA en D66 de meest linkse partij zijn. Asscher heeft in Rutte II, met de VVD, dát lesje wel geleerd. (Pim van den Dool)

  5. CDA-leider Buma als premier in het Torentje, als leider van een centrum-links kabinet zonder de VVD. Waarom wil hij dat niet?

    CDA-leider Sybrand Buma zou de premier kunnen worden van zo’n kabinet, maar dat is voor hem dan ook meteen het enige voordeel. Met de premier heb je als partij de belangrijkste post binnengehaald en laat je de andere – linkse – partijen hun stempel drukken op belangrijke beleidsterreinen. Hoe kun je dat aan je achterban uitleggen, als je net een stevig rechtse verkiezingscampagne hebt gevoerd?

    Foto ANP / Jerry Lampen

    In het formatiedebat op dinsdag wees Buma tegenover SP-leider Emile Roemer de centrum-linkse variant opnieuw af. „Bij ons thuis heet deze coalitie inmiddels Buma en de zeven dwergen.”

    Het CDA ging bij deze verkiezingen van 13 naar 19 zetels, maar voor Buma is dat alleen nog maar een voorzichtige stap omhoog uit een diep dal. In 2006 haalde de partij nog 41 zetels in de Tweede Kamer. Buma zal zeker geen electorale risico’s willen nemen – en al helemaal niet in een links avontuur. Dat linkse avontuur heeft volgens Buma nog een ander nadeel: in zo’n coalitie zou geen plaats zijn voor de twee grootste partijen (VVD en PVV) van dit moment. (Petra de Koning)

  6. Waarom geen minderheidskabinet?

    Een kabinet zonder meerderheid in de Tweede Kamer. Er zijn mensen die roepen: goed voor de democratie! Dan moet het kabinet akkoorden sluiten met andere partijen en worden meer kiezers ‘gehoord’.

    Maar: een minderheidskabinet is heel erg kwetsbaar. VVD, CDA en D66 – die zo’n kabinet zouden kunnen vormen – vrezen dat de kans groot is dat een minderheidskabinet de normale regeerperiode van vier jaar niet zal volmaken. Voor iedere beslissing moet steun gezocht worden bij andere fracties. In de komende kabinetsperiode zouden bijvoorbeeld akkoorden met rechtse partijen gesloten kunnen worden over immigratie- en asiel en met linkse partijen over klimaat. Probleem: de Tweede Kamer is ernstig gepolariseerd. De kans is groot dat een rechtse partij roept: als jullie met linkse partijen een klimaatdeal sluiten, werken wij niet mee aan immigratiedeals. En andersom. Bovendien: een meerderheid van de Tweede Kamer kan een regering met een motie van wantrouwen wegsturen. Die kans is veel groter als het kabinet geen meerderheid heeft in de Tweede Kamer. (Enzo van Steenbergen)

  7. Waarom geen kabinet zonder politici?

    Tot de komst van politieke partijen in 1888 bestonden vrijwel alle kabinetten uit niet-politici, zoals ondernemers en ambtenaren. Een zakenkabinet, heet dat. Op ministeries van Buitenlandse Zaken was normaal gesproken een diplomaat de baas, en officieren waren dat op Oorlog en Marine. Toen politieke partijen hun intrede deden, werd het steeds gebruikelijker om politici te kiezen als minister. Zij committeren zich aan regeerakkoorden, die door een coalitie worden opgesteld. Dat is historisch zo gegroeid, en volgens vrijwel alle partijen in de Tweede Kamer de beste manier om de democratie in de praktijk te brengen.

    Er is één partij die het helemaal anders wil doen: Forum voor Democratie van Thierry Baudet (2 zetels). Baudet wil een zakenkabinet, en vindt dat politieke partijen „allemaal partijbaronnen hebben die vinden dat ze aan de beurt zijn voor een positie in het kabinet.” Het „partijkartel”, noemt Baudet dat. Forum voor Democratie wil dat de Tweede Kamer een premier aanwijst, die een ministersploeg samenstelt met vakmensen. De Tweede Kamer zou dan „via algemene stemmingen stippen op de horizon aanreiken” die de vakministers als uitgangspunt voor hun beleid kunnen nemen.

    Baudet wordt in de Tweede Kamer alleen nog nauwelijks serieus genomen. Dus zijn voorstellen zijn tot nu toe kansloos. (Enzo van Steenbergen)

Heeft u een vraag over de formatie?

Afgelopen week beantwoordde onze politieke redactie zeven vragen over blokkades die partijen in deze formatie hebben opgeworpen. Maar wat wilt ú weten over de kabinetsformatie? Heeft u vragen die wij nog niet gesteld en beantwoord hebben? Stel dan uw vraag aan de politieke redactie van NRC. Wij zullen een selectie van de leukste en meest interessante vragen beantwoorden de komende weken.
Stel uw vraag!