Commentaar

Radicale gedachten zijn toegestaan, ook als ze bij moslimjongeren leven

Het ‘Rijksopleidingsinstituut tegen Radicalisering’ (ROR) – de serie over terreurpreventie door de overheid onthulde het bestaan van dit instituut, dat rechtstreeks weggelopen lijkt uit George Orwell. Of is Elsschot een betere vergelijking? Het Normalisatieinstituut voor Afwijkende Moslimpubers. Of de Academie tegen Abnormale Gedachten.

Natuurlijk is zo’n opleiding waar overheidsdienaren wordt geleerd moslimjongeren en de samenleving te behoeden voor zelfmoordterreur te goeder trouw opgezet. Maar het ongemak spat er ook van af – wanneer gaan radicale gedachten immers over in strafbaar gedrag? Niemand weet het. En als het gebeurt, was het dan wel te voorkomen geweest? De geschiedenis van de mens is er een van onderling bloederig geweld, waarbij (radicale) religieuze motieven wel héél vaak een hoofdrol speelden.

Tegelijk wil niemand in onze vreedzame samenleving de kans missen om een aspirant dader op andere gedachten te brengen. In die zin past er empathie voor al die ambtenaren die de dialoog aangaan met jonge moslims die zich afwenden van de seculiere samenleving.

Maar hun inspanningen kunnen ook averechtse effecten hebben. Het kenmerk van een democratische rechtsstaat is immers dat gedachten tolvrij zijn. Ieder heeft de vrijheid om te denken wat bij hem opkomt. Niemand wordt gestraft voor wat hij denkt. Het zijn rechtsstatelijke beginselen die terug gaan op de Romeinen. In zo’n samenleving is het verheerlijken of verdoemen van religies juist niet verboden.

De inspanningen van de overheid waarbij tips over ‘radicaliserende’ jongeren tot dossiervorming, informatie-uitwisseling en officiële ‘casus’ vergaderingen leidt, houdt daar weinig rekening mee. Hoewel bekend is dat de individuele stap naar terreur niet te voorspellen is, vraagt de praktijk toch om ‘profielen’. En dus doemen er ‘lijstjes’ op. Met ‘afwijkend’ gedrag en ‘signalen’. Meestal levert dat niets op – maar deze groep is wel onder geïnstitutionaliseerde sociale controle geplaatst, met ‘justitie’ als stok achter de deur. Dat zorgt voor stigmatisering, isolement en wakkert radicalisering eerder aan dan het die afremt.

De kunst is dus om het vertrouwen van (radicale) moslimjongeren te behouden, hen ruimte te bieden voor ontwikkeling en tegelijk de veiligheid van anderen te waarborgen. Dat vraagt om een minder simplistische aanpak dan het verdacht maken van radicalisering. Maar eerder om een campagne vóór Westerse waarden als mensenrechten, vrede en veiligheid. Waarbínnen radicale gedachten welkom zijn, zolang anderen er niet door worden geschaad.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.