Politie: kinderporno bedreigt de Nederlandse samenleving

Nationaal dreigingsbeeld

De politie krijgt veel meer meldingen binnen van mogelijke kinderporno. Ze kan lang niet alle tips goed nagaan.

Foto Koen van Weel/ANP

Het aantal meldingen van mogelijke kinderporno met een link naar Nederland zal dit jaar naar verwachting sterk stijgen. Kwamen er vorig jaar nog 12.000 van dergelijke meldingen binnen, voor 2017 wordt verwacht dat dit er 20.000 zullen zijn. Omdat niet alles kan worden onderzocht, vreest de politie dat er misbruikers buiten schot blijven.

Het gaat daarbij om meldingen over Nederlandse IP-adressen waarmee mogelijk kinderpornografisch materiaal van het internet is gehaald of er opgezet. De toename heeft meerdere redenen, zo zegt commissaris Peter Reijnders, die samen met Ben van Mierlo het programma ‘Kinderporno en Kindersekstoerisme van de Nationale Politie leidt.

„Organisaties als Facebook en Twitter melden steeds vaker wanneer er op hun platforms mogelijk kinderpornografisch materiaal te vinden is. Die plicht hebben ze ook. Daarnaast groeit het aantal mensen dat toegang heeft tot het internet, onder meer door het toenemende aantal openbare WiFi-hotspots.”

Dreigingsbeeld

Vanwege de sterke toename wordt kinderporno in het binnenkort te verschijnen Nationaal Dreigingsbeeld voor het eerst aan te merken als dreiging voor de Nederlandse samenleving. Op basis van dit Dreigingsbeeld stelt de minister van Veiligheid en Justitie de aandachtspunten vast voor de aanpak van (georganiseerde) criminaliteit.

Een groot deel van de meldingen komt binnen via het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children, omdat in de Verenigde Staten grote internetbedrijven als Facebook en Google gevestigd zijn. Daar wordt vervolgens bekeken tot welke landen de IP-adressen zijn te herleiden vanwaar het materiaal is verspreid. Als dat Nederland is, worden die meldingen vervolgens doorgegeven aan de politie.

In Nederland is een team van 150 politiemensen actief die de binnengekomen meldingen analyseren. Daarbij moeten scherpe keuzes worden gemaakt in wat wel en niet wordt opgepakt. Reijnders: „Wat zijn de risicovolle meldingen? Meldingen die van een bedrijf als Facebook afkomen, zijn over het algemeen minder risicovol”, zegt Reijnders. „Het gaat om een openbaar sociaal medium. Wanneer we echter een melding binnen krijgen over mogelijke kinderporno in een dropbox is dat al interessanter want dan gaat het om materiaal dat bij iemand op een computer staat.”

De groei in het aantal meldingen brengt het risico met zich mee dat niet overal even zorgvuldig naar gekeken kan worden. „En dan loop je altijd het risico dat je mogelijke verspreiders van kinderporno mist.” Daar komt nog eens bij dat het uitzoek steeds meer tijd vergt.

„Mensen bedienen zich van technieken zoals encryptie waarmee ze hun bestanden versleutelen. Daardoor is het lastiger om zicht te krijgen wat er op een computer staat.”

Lastig te bewijzen

Een derde complicerende factor voor de opsporingsdienst is er vaak wel een vermoeden is dat iemand de verspreider is van pornografisch materiaal maar dat het lastig te bewijzen is. De rechtbank in Den Haag bepaalde twee jaar geleden dat providers niet langer verplicht zijn telecomgegevens over hun klanten op te slaan. „Dan mis je belangrijk bewijs om aan te tonen dat iemand de verspreider is van dat materiaal.”

Afgelopen jaar werden in Nederland 360 mensen opgepakt op verdenking van het verspreiden, produceren of bezitten van kinderporno. In totaal werden hierdoor 200 slachtoffers van kindermisbruik ‘gered’. Dat aantal schommelt jaarlijks, afhankelijk van de grootte van de zaken.

Reijnders benadrukt dat de groei van het aantal meldingen van mogelijke kinderporno niet alleen een Nederlands probleem is. „In andere landen zijn net zulke explosieve stijgingen te zien. Internationaal overleggen we daarom wat voor barrières we kunnen opwerpen. Maar daar hebben we wel de internetserverproviders bij nodig. Die moeten het materiaal uiteindelijk weghalen.”