Nederland lokt multinationals met bijdrage aan fiscalisten

Belastingontwijking

Economische Zaken financierde deels fiscale adviezen voor zeker elf multinationals.

Minister-president Mark Rutte en groot aandeelhouder Idan Ofer (R) tijdens de openingshandeling van het nieuwe Europese hoofdkantoor van Israel Chemicals Ltd. (ICL) ANP ROBIN VAN LONKHUIJSEN

De Nederlandse staat betaalt mee aan de facturen van fiscaal advieskantoren die multinationals bijstaan bij onderhandelingen met de Belastingdienst over de belastingdruk. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, droeg de afgelopen jaren financieel bij aan fiscale adviezen voor zeker elf multinationals die overwogen een kantoor in Nederland te openen.

De fiscaal adviseurs onderhandelden voor de multinationals met de Belastingdienst over een zogeheten ruling, een vertrouwelijke en op maat gemaakte afspraak over belastingtarieven. In zo’n ruling legt de Nederlandse fiscus voor langere tijd vast over welk deel van de winst een buitenlands bedrijf belasting moet betalen.

Rulings liggen onder vuur sinds de Europese Commissie eind 2015 oordeelde dat Nederland de Amerikaanse koffieketen Starbucks via een ruling jarenlang onterecht belastingvoordeel had verstrekt. Donderdagavond debatteert de Tweede Kamer met staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) over de omstreden belastingafspraken met multinationals.

Via 28 vestigingen wereldwijd probeert het NFIA bedrijven naar Nederland te lokken. Uit NFIA-presentaties blijkt dat de organisatie daarbij vooral hamert op het „competitieve fiscale klimaat” in Nederland en de aandacht vestigt op de „op maat gemaakte gunstige belastingrulings”.

Overtuigd van ruling

Het NFIA gaat verder dan alleen de aandacht vestigen op het gunstige fiscale klimaat. Dat blijkt uit de wijze waarop de Israëlische chemiereus ICL werd verleid het nieuwe Europese hoofdkantoor in Amsterdam te vestigen.

Nadat de topman van ICL begin 2014 een gesprek over de belastingdruk voor zijn bedrijf voerde met de hoogste ambtenaar van Economische Zaken, stuurde het NFIA hem een brief waarin wordt aangeraden om gesprekken met de Belastingdienst te starten. Dan zal blijken „hoe gunstig een ruling in uw situatie is”.

Vervolgens bood het NFIA aan mee te betalen aan de rekening van fiscaal adviseur KPMG Meijburg in het rulingstraject. Het NFIA schrijft in de brief aan het chemiebedrijf „overtuigd” te zijn dat een ruling „gunstig uitpakt voor ICL”. Daarom is de overheidsorganisatie „bereid een financiële bijdrage te leveren aan een ICL belastingstudie”.

Het aanbod betreft een bijdrage van maximaal 50 procent van de kosten die een Nederlandse fiscaaladvieskantoor maakt voor zo’n studie met een maximum van 25.000 euro.

„Niet wenselijk”, noemt emeritus hoogleraar belastingrecht Richard Happé de subsidiepraktijk desgevraagd. „Ik vind het fenomeen dat men een bedrijf gaat betalen of subsidie geeft zoals het NFIA doet te ver gaan. Dat moet je niet doen als overheid. Het brengt ook een spanning teweeg met andere belastingplichtigen die in vergelijkbare situaties verkeren en niet op dit soort steun van de overheid kunnen rekenen.”

Het ministerie van Economische Zaken stelt desgevraagd „zeer terughoudend” te zijn met de financiële stimulans en die alleen in te zetten als de slagingskans dat een bedrijf naar Nederland komt groot is en de investering van zo’n bedrijf substantieel. De afgelopen vijf jaar zou de subsidie naar elf buitenlandse bedrijven zijn overgemaakt.