Liever geld dan een voedselpakket

Armoedebestrijding

Noodhulp houdt corrupte regeringen in stand, ontwikkelingshulp verstoort de lokale economie, luidt het steeds vaker. Reden voor steeds meer organisaties om rechtstreeks geld aan de allerarmsten te geven.

‘De houdbaarheidsdatum van de rijst was bijna verlopen.” Zo luidde het excuus van twee Nigerianse ambtenaren die begin mei werden veroordeeld tot ruim twee jaar celstraf. Zij hadden 180 zakken rijst verkocht die als noodhulp naar Noord-Nigeria moesten gaan.

Zo’n bericht is koren op de molen van Robert Lensink, hoogleraar financiering en ontwikkeling in Groningen. Hij zei vorige week in NRC dat Nederland moet overwegen noodhulp in conflictgebieden met corrupte overheden te staken. De recente inzamelactie van Giro555 voor voedselhulp in Zuid-Soedan, bijvoorbeeld, zou corrupte overheden in het zadel houden: „Een overheid kan rustig blijven zitten doordat er geld binnenkomt.”

Nederlanders zijn sceptisch over nood- en ontwikkelingshulp. Ruim 40 procent gelooft niet in de effectiviteit ervan, aldus de Eurobarometer vorige maand.

Dat baart hulporganisaties zorgen. Begin mei zond een aantal daarvan de brief ‘Juist nu – een humaan vluchtelingenbeleid en investeren in ontwikkelingssamenwerking’ aan de toenmalige kabinetsonderhandelaars. Een nieuw kabinet moet zorgen voor een effectieve aanpak van structurele problemen in vooral de armste en zwakste landen, stond daarin.

Maar wat is effectief? Jeroen de Lange weet het: direct geld overmaken naar de allerarmsten, in plaats van naar overheidsinstanties. Hij is een van de initiatiefnemers van 100Weeks, een online platform dat mensen in staat stelt rechtstreeks geld over te maken aan arme vrouwen in ontwikkelingsgebieden en dat vervolgens het effect meet van het gegeven geld. „Lang ging de steun naar de overheid van een land, en lag het accent op handel en investeren. Dat is naïef gebleken”, vertelt hij. Want investeren heeft alleen zin in landen waar al veel functioneert. „De allerarmsten worden intussen vergeten.”

Naaimachine, vee of grond

Bij 100Weeks selecteren lokale partners de armste vrouwen die economisch actief zijn. Ze krijgen wekelijks geld en bepalen zelf wat ze ermee doen. De Lange: „In eerste instantie gebruiken ze het geld om te overleven: van één maaltijd naar twee maaltijden per dag. Daarna gaat er geld naar het afbetalen van schulden, onderwijs voor de kinderen en gezondheidszorg. Tachtig procent lukt het om na honderd weken iets te hebben opgebouwd. Inmiddels heeft 100Weeks zeventig gezinnen op deze manier geholpen en binnenkort volgt een nieuwe groep van twintig vrouwen.

De 100Weeks-methode lijkt op die van het Amerikaanse GiveDirectly, dat in 2012 begon met unconditional cash transfers in Kenia. Bij dit initiatief gaat het om een eenmalig groter bedrag – in de meeste gevallen tussen de 100 en 400 dollar – dat aan zowel mannen als vrouwen wordt gegeven. Dat werkt iets anders dan bij 100Weeks: in plaats van lokale partners in te schakelen zoekt dit platform zelf uit waar het geld heen moet. Zo bekijkt het woningen op satellietbeelden: wie nog geen golfplaten dak heeft op zijn huis, krijgt extra geld om zijn of haar dak te vervangen.

Op deze manier is er inmiddels 50 miljoen dollar naar de armste groepen in Oost-Afrika gegaan, volgens initiatiefnemer Paul Niehaus. Daarnaast is GiveDirectly bezig geld in te zamelen voor een ‘basisinkomen’ van twaalf jaar lang, voor duizenden mensen. Daar is 30 miljoen dollar voor nodig; de teller staat inmiddels op ruim 23 miljoen.

Cash per mobiele telefoon

100Weeks en GiveDirectly geven geld via de mobiele telefoon: daarop ontvangen mensen een sms waarmee ze vervolgens geld kunnen innen bij een kiosk. Het voordeel daarvan is dat fraude is uitgesloten, legt Jeroen de Lange uit. Ook zijn er weinig organisatiekosten. Van een donatie aan 100Weeks van 10 euro gaat 8 euro naar bijvoorbeeld een vrouw in Rwanda, 1 euro naar de lokale organisatie die vrouwen financiële educatie geeft, en 1 euro naar het platform.

Het rapport From Evidence to Action, dat eind vorig jaar werd gemaakt in opdracht van Unicef en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), bevestigt het idee dat direct geld geven de meest effectieve manier is om armoede uit te bannen. Naast kleinere platforms zijn daarom ook grote hulporganisaties als Unicef en Oxfam Novib overgegaan op het direct geld geven, ook voor noodhulp.

In rampgebieden worden steeds vaker geld of vouchers uitgedeeld, om de economie maar draaiende te houden, vertelt Ruud Huurman, persvoorlichter bij Oxfam Novib. Voedselhulp van buitenaf werkt namelijk verstorend, zegt hij. Mensen worden afhankelijk, terwijl zelfredzaamheid geboden is. Bovendien zijn er met directgeldhulp minder kosten gemoeid voor opslag- en distributie en worden er ook geen hulpkonvooien meer overvallen.

Rwandezen die via 100Weeks in hun basisbehoeften voorzien. Foto’s 100Weeks

Effect op lange termijn

Dat noodhulp steeds vaker in de vorm van direct-geld wordt verschaft, ziet ook Valeska Hovener, persvoorlichter van Stichting Vluchteling. Ongeveer 6 procent van het budget gaat nu naar cashhulp, vertelt ze. „Het streven is om daarvan 25 procent te maken in 2020. Door zo’n cashtransfer kunnen mensen zelf bepalen wat ze kopen, in plaats van dat wij dat als organisatie voor hen bepalen.”

Deze direct-geld-geven-nood- en ontwikkelingshulp mag veelbelovend zijn, maar wat het effect is op de lange termijn is nog onduidelijk, zegt Marleen Dekker. Zij is als onderzoeker verbonden aan het Afrika-Studiecentrum in Leiden en aan het kennisplatform INCLUDE. Of honderd weken werken met cash lang genoeg is voor de allerarmsten, moet nog onderzocht worden, vertelt ze. Ze vindt wel dat het in veel gevallen beter werkt wanneer er zonder voorwaarden vooraf wordt gegeven dan als er voorwaarden aan de gift worden verbonden, zoals tien jaar geleden meestal het geval was.

Het idee van een basisinkomen vindt ze op dit moment het interessantste model. De regelmaat waarin je geld ontvangt, is belangrijk. „En het effect van direct-geld is groter als er in een gebied al een basis is gelegd voor onderwijs, gezondheidszorg en een economische infrastructuur.”

Om die reden zal ontwikkelingshulp nooit uit alleen maar cash geven bestaan, denkt Valeska Hovener van Stichting Vluchteling. „Soms ontbreken de minimumvereisten daarvoor. Een functionerende markt is bijvoorbeeld belangrijk. Daarnaast is geld ook niet de oplossing voor alle noden. Als je wel geld hebt, maar er is geen medische zorg aanwezig, blijven de noden bestaan.”

Dat denkt ook Ruud Huurman van Oxfam Novib: „Je lost weinig op wanneer er verder geen basisvoorzieningen zijn zoals water, onderwijs of medische zorg.” Het optuigen van dat soort voorzieningen bereik je eerder met ontwikkelingssamenwerking dat met direct geld geven alleen, zegt hij.

Toch blijft Jeroen de Lange van 100Weeks onverdeeld positief over de ontwikkelingshulp via direct-geld-geven. Hij is net gestart met een proefproject met vijf gezinnen in Jordanië die uit Syrië gevlucht zijn. Vluchtelingen krijgen meer cash dan de vrouwen in Rwanda, vertelt hij. Dit omdat ze zo in hun basisbehoeften kunnen voorzien én kunnen sparen om straks niet berooid terug te keren. „Met een startkapitaal kunnen ze hun leven in Syrië weer van onderaf opbouwen.”

Hij zegt het nog maar eens: of het nou gaat om de allerarmsten of om vluchtelingen, direct geld geven is de minst verstorende vorm van hulp.