‘Kom hierheen, wij betalen de rekening’

Belastingontwijking

Om buitenlandse bedrijven te lokken, betaalt Nederland soms mee aan de facturen van de dure belastingadviseurs die deze multinationals bijstaan.

Wat tulpen en Van Gogh zijn voor het toerismebureau, is het fiscale klimaat voor het NFIA, de overheidsinstantie die buitenlandse bedrijven naar Nederland lokt. Sinds jaar en dag wijst het Netherlands Foreign Investment Agency buitenlandse bedrijven op de aantrekkelijke Nederlandse belastingwetgeving.

Natuurlijk: Nederland ligt centraal in Europa, Amsterdam is een fijne stad en iedereen spreekt Engels. Maar uiteindelijk gaat het multinationals vooral om het besparen van belasting. En daarvoor zijn er in Nederland zat mogelijkheden: een uitgebreid belastingverdragennetwerk met andere landen, dividenden die niet belast worden en royalty’s en rentes die vrij naar andere landen kunnen stromen. Kroonjuweel van het prettige fiscale klimaat zijn de op maat gemaakte belastingafspraken (rulings) die met de fiscus gemaakt kunnen worden.

Dit belastingbesparingspakket moet bedrijven verleiden om neer te strijken in Nederland – en niet bijvoorbeeld in Engeland of Zwitserland.

Belastingontwijking

Het lonken naar buitenlandse bedrijven met fiscale voordeeltjes is omstreden sinds enkele jaren geleden internationaal een fel debat begon te woeden over belastingontwijking door multinationals.

Bedrijven, gesteund door dure fiscalisten, zoeken naar de slimste internationale belastingroutes en mazen in de wet om zo min mogelijk of soms zelfs helemaal géén belasting te betalen. Opvallend vaak lopen de routes die ze uitdokteren via Nederland. Het leverde Nederland de bijnaam ‘belastingparadijs’ op en zorgt met regelmaat voor kritiek van organisaties als Oxfam Novib en politici uit binnen- en buitenland.

Ook de Europese Commissie liet zich horen. Die oordeelde eind 2015 dat Nederland de koffieketen Starbucks via een ruling jarenlang onterecht belastingvoordelen had gegeven en dat er daarom sprake was van onterechte staatssteun.

Het is niet zo vreemd dus dat de Holland-promotie van de NFIA tegenwoordig wat subtieler verloopt dan voorheen. Geen brochures meer met in dikke letters op de kaft ‘Why invest in Holland? … because Holland offers a highly competitive fiscal climate’.

Nee, tegenwoordig spreekt men van „an awesome business climate” en staat de gastvrijheid centraal. „We rollen het oranje tapijt uit”, schrijft het NFIA op zijn website.

Toch is de belastingpromotie er niet minder om geworden. Via 28 kantoren wereldwijd, van Tokio tot Toronto, maakt het NFIA bedrijven nog steeds bekend met het prettige Nederlandse fiscale klimaat.

Onderhandelen

De tak van het ministerie van Economische Zaken gaat ver om multinationals te overtuigen. Uit onderzoek van NRC naar de komst van de Israëlische chemiereus ICL naar Amsterdam, blijkt dat NFIA soms aanbiedt een deel van de factuur van de fiscaal adviseur van multinationals te betalen.

ICL wilde een nieuw Europees hoofdkantoor openen, maar twijfelde tussen Nederland en Zwitserland. ICL-topman Stefan Borgas had hierover in februari 2014 een gesprek met secretaris-generaal Maarten Camps van Economische Zaken. Op de agenda: hoeveel belasting zal ICL in Nederland moeten betalen.

Over die effectieve belastingdruk kan onderhandeld worden met de fiscus. De uitkomst wordt verwerkt in een ruling: een op maat gemaakte afspraak waarin voor meerdere jaren wordt vastgelegd over welk deel van de winst een bedrijf in Nederland belasting verschuldigd is. Het is complexe materie omdat veel multinationals dochterondernemingen over de hele wereld hebben die ook weer onderling met elkaar handelen. In rulings kan worden afgesproken hoe dat wordt belast.

Om ICL te overtuigen stuurt het NFIA de topman na het gesprek op het ministerie een brief waarin het vertelt dat gesprekken met de Belastingdienst duidelijk zullen maken „hoe gunstig een ruling in uw situatie is”. Ook doet NFIA een opvallend aanbod. „Omdat we er verzekerd van zijn dat deze ruling gunstig voor ICL uitpakt zijn we bereid een financiële bijdrage te leveren aan een belastingstudie voor ICL.”

Brief van NFIA aan ICL (19 februari)

Het gaat om een bijdrage van maximaal 50 procent van de kosten van de Nederlandse fiscalist (in dit geval KPMG Meijburg) met een maximum van 25.000 euro.

De afgelopen vijf jaar is elf keer een dergelijke subsidie voor een belastingstudie uitgedeeld, meldt het ministerie van Economische Zaken desgevraagd.

Kritiek

Emeritus hoogleraar belastingrecht Richard Happé vindt de subsidiepraktijk „niet wenselijk”. Happé houdt zich veel bezig met het belastingregime en ethiek. „Ik vind het fenomeen dat men een bedrijf gaat betalen of subsidie geeft zoals het NFIA doet, te ver gaan. Dat moet je niet doen als overheid. Het brengt een spanning teweeg met andere belastingplichtigen die in vergelijkbare situaties niet op dit soort overheidssteun kunnen rekenen.”

Ook Hans Gribnau, hoogleraar belastingrecht aan Tilburg University en Universiteit Leiden, is kritisch. Hij spreekt van een „een soort gesubsidieerde rechtsbijstand”. Gribnau wijst erop dat Nederlandse fiscalisten die multinationals adviseren regelmatig voor een competitief belastingstelsel pleiten, met het argument dat multinationals die zich hier vestigen zorgen voor banen en dus voor inkomsten voor Nederland. „Een deel daarvan gaat natuurlijk naar die belastingadviseurs die daar een goed betaalde boterham aan verdienen. En nu blijkt dat Economische Zaken ook nog voor gesubsidieerde klandizie zorgt.”

Een woordvoerder van het ministerie stelt dat het NFIA alleen aanbiedt mee te betalen als de slagingskans om een bedrijf naar Nederland te halen groot is en de mogelijke investering substantieel. Negen van de elf bedrijven die de afgelopen jaren zo’n bijdrage kregen, kwamen ook naar Nederland. Zij zouden voor investeringen van 150 miljoen euro en 850 banen hebben gezorgd. Om welke bedrijven naast ICL het gaat, wil het ministerie niet zeggen.