Column

Hoe groot is jouw draagvlak op kantoor?

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Als je de managementliteratuur mag geloven is het op kantoor één grote San Andreas-breuklijn waar raakvlakken, draagvlakken, snijvlakken, breukvlakken en zitvlakken elk moment over elkaar heen kunnen schuiven.

Vooral de snijvlakken op kantoor zijn vlakken om voor op te passen. Zo heb je bijvoorbeeld bedrijven die iets doen „op het snijvlak van innovatie en duurzaamheid” en heb je „professionals die werken op het snijvlak van coaching en ontwikkeling”. Het lijkt mij allemaal niet zonder risico, zo’n snijvlak, maar toch zie ik er duizenden kantoortijgers elke dag goedmoedig naartoe vertrekken.

De meeste snijvlakken zijn er in de communicatie. „Het snijvlak van communicatie en techniek” bijvoorbeeld, of „het snijvlak van communiceren en veranderen”. Ik las ook ergens dat „de vraag naar functies op het snijvlak van IT en communicatie sterk groeit”. Dat vind ik mooi. Dat er op een snijvlak werkgelegenheid kan groeien. Een beetje zoals ook een boom groeit als je hem snoeit, denk ik.

Toch heb ik nog veel vragen over snijvlakken. Zo zou ik wel eens willen weten hoe ze ontstaan. In mijn snijplank komen ze doordat ik steeds op dezelfde plek snij. Misschien is dat ook op kantoor zo. Dat iedereen daar op elkaar zit in te hakken. Maar waarom juist dáár?

Ja, in de wiskunde. Daar is een snijvlak de plek waar een vlak een lichaam doorsnijdt. Een snijvlak van drie of meer elementen wordt dan een lijn, of een stipje. Maar op kantoor? Ik bedoel: hoe vind je ze? En hoe kom je eróp? Wacht je dan rustig af tot je lichaam doorsneden wordt, of ga je zelf op pad om te snijden?

Ik denk dat ik zelf weleens op het snijvlak van verveling en uitputting heb zitten opereren. Daar is het overigens wel heel rustig. Maar ik zou wel eens naar een spannend snijvlak willen. Dat lees ik tenminste vaak op LinkedIn, dat mensen het spannend vinden om op een snijvlak te werken. Laatst zei iemand tegen me: „Jij creëert content op het snijvlak van communicatie, journalistiek, management en een stukje zingeving.” Maar toen ik terugkeek, had ik geen flauw idee hoe ik daar ooit terechtgekomen was.

Draagvlak vind ik nog lastiger. Ik ben ook minder goed in natuurkunde dan in wiskunde, dus draagvlak berekenen – pin me er niet op vast. Je zou willen dat er eens iemand langskwam met verstand van zaken om het benodigde draagvlak te berekenen, zes vierkante meter draagvlak, ik noem maar wat, met zo’n waterpas.

Ik zou het in ieder geval niet aan managers overlaten. Die hebben nooit een vak geleerd. Logisch dat je ze altijd hoort klagen dat ze keihard moeten werken om draagvlak te „creëren”. Laatst zat er één in een stiltecoupé te tetteren dat hij „om van alle stakeholders draagvlak te krijgen”, al „vanaf het begin van een transitie iedereen moest laten participeren voor een succesvol verandertraject”. Ik dacht: joh. Als je iedereen tien procent meer betaalt, komt dat draagvlak vanzelf.

Ik denk sowieso vaak: wat koop je op kantoor voor al die snijvlakken, raakvlakken en draagvlakken. Ik zou veel liever op een plek werken zonder. Op een maagdelijk stukje kantoor waar nog niemand met messen op een snijvlak heeft lopen snijden, waar nog niemand met zijn zitvlak op een draagvlak zit en waar geen lichaam vlak aan me raakt.

Zo’n plekkie waar je ongestoord je werk kan afmaken.

Meer #kantoorclichés via @Japked op Twitter.