Column

De nieuwe gelovigen volgen Trump en Wilders

Het rotsvaste geloof in één partij, één persoon, één entiteit overstijgt het politieke en neigt naar religieuze overtuiging, schrijft .

De gesloten ogen, handen in de lucht, soms in stilte een traan. Het blijft me fascineren. Iedereen die geen Trump-aanhanger is maar een rally van dichtbij meemaakt, treft geen betrokken burgers maar ‘fanatieke volgelingen’, zoals een pastoor uit Florida beschreef die begin dit jaar een evenement bijwoonde. Waar kennen we die blinde devotie van?

Als we de cijfers moeten geloven is Trump historisch ongeliefd maar de querulant-in-chief verliest niet aan populariteit onder zijn aanhang. De schandalen van het Witte Huis vermenigvuldigen zich sneller dan Usain Bolt de honderd meter rent. Toch zegt een overweldigende 96 procent van de Trumpeteers ‘no regrets’ te hebben van de stem.

Zijn discriminatie van minderheden schrikt de – voornamelijk witte achterban – niet af en was vaak zelfs reden om steun te betuigen. Ook wanneer Trump de nationale veiligheid en toegang tot gezondheidszorg van elke burger in gevaar brengt blijven de supporters trouw. Het rotsvaste geloof in één partij, één persoon, één entiteit overstijgt het politieke en neigt naar religieuze overtuiging.

Het zou de belangrijkste trend van deze eeuw zijn: steeds meer mensen zeggen niet-religieus of ‘ietsist’ te zijn. Maar de natuur verafschuwt een vacuüm. Horror vacui, een begrip uit onder andere de filosofie stelt dat waar iets verdwijnt er iets anders voor in de plaats moet komen. De daling van gelovigen laat een leegte achter en politiek-religieuzen doen – met hun aversie tegen vooruitgang – hun best die op te vullen.

Volgens de Kameroense filosoof Achille Mbembe verkeren politieke-religieuzen door het neoliberalisme in een existentiële crisis. De ‘poligieuzen’ presenteren zich als anti-establishment maar zijn nostalgisch over het verleden met heiligdommen, hiërarchieën en religies die zekerheid brengen. Het is een nostalgie die niets met leeftijd te maken heeft maar alles met een veranderende wereld waarin zij vrezen incourant te raken. Het is alsof je glasvezelinternet krijgt en bij de inbelverbinding blijft zweren, zelfs als je die nooit hebt gehad.

Ook in Nederland zien we een lichtelijk sektarische onderwerping aan radicaal-rechtse politieke leiders. Een zekere blonde partijleider en een zelfbenoemde boy wonder die recent in de Tweede Kamer kwam, genieten op kleinere schaal van een gelovige fanbase die vergelijkbaar is met die van Trump.

De politiek gelovigen van het Nederlands polderlandschap zijn ingetogener dan die in Amerika maar de overeenkomsten zijn overduidelijk. Je ziet het bij de PVV en Forum voor Democratie, waar bij bijeenkomsten onder luid applaus wordt gesproken over een ‘dodelijk gevaar’ dat op de loer ligt en het terughalen van vervlogen tijden. De leider van Forum voor Democratie wordt gelauwerd als „de provocateur en koevoet die het partijkartel zal openbreken”. Hopelijk met zwaarder geschut dan een lavendeltakje.

Mijn katholieke opvoeding ten spijt, ben ik niet meer religieus. Daarom was ik een paar weken geleden enigszins sceptisch bij de lezing van islamgeleerde Amina Wadud. Haar heldere stem en de warmte die ze uitstraalde brachten me, ondanks mezelf, terug naar de zondagen die ik knielend in de kerkbanken doorbracht. De boodschap van Wadud is politieker dan de boodschap die ik me van de kerk herinner en minder dogmatisch. Zij pleit voor een radicale hervorming van islam die onlosmakelijk verbonden zou zijn aan emancipatoire sociaal-maatschappelijke vooruitgang.

In religie moet de menselijkheid van iedereen centraal staan en dan ontkom je er volgens de islamgeleerde niet aan kritisch te zijn ten opzichte van één wil die wet wordt. Wellicht is dat ook een op te volgen advies voor de nieuwe gelovigen onder ons.