De minister wil een sheriff-ster om motorbendes te verbieden

Demissionair minister Stef Blok (Justitie, VVD) werkt aan een nieuwe wet die het makkelijker moet maken motorbendes te verbieden. Vier vragen over de lange strijd van de overheid tegen mannen in leren jacks met criminele antecedenten.

EPA

1. Wat wil minister Blok precies met de nieuwe wet?

Hij wil motorclubs sneller kunnen verbieden. Nu moet dat nog via de rechter. Dat is juridisch erg ingewikkeld en duurt daarom lang. Het Openbaar Ministerie (OM) moet in de rechtszaal aantonen dat de motorclub in strijd is met de openbare orde, omdat die bijvoorbeeld structureel strafbare feiten pleegt. Het is niet genoeg als het OM met bewijzen komt tegen individuele leden; justitie moet aantonen dat de club zélf een structuur en cultuur heeft waar die criminele activiteiten uit voortkomen.

Die bewijslast is zo zwaar omdat de ‘vrijheid van vereniging’ sterk is verankerd in de Nederlandse Grondwet. In 2009 is het mislukt om een afdeling van de Hells Angels langs deze weg te verbieden. Volgens de hoogste rechter, de Hoge Raad, was niet aangetoond dat de Hells Angels een criminele organisatie was. Op dit moment probeert het Openbaar Ministerie motorclub Bandidos te verbieden. Of dat lukt is nog de vraag, maar de procedure kost ook nu heel veel tijd. Overigens zal demissionair minister Blok de indiening van het wetsvoorstel vrijwel zeker overlaten aan zijn opvolger.

2. Wat is het voordeel van de wet die nu wordt voorbereid?

Na een wetswijziging zou de minister van Justitie een club zelf kunnen verbieden, via het bestuursrecht. De bewijslast blijft zwaar: ook de minister kan niet zomaar om de vrijheid van vereniging heen. Het verschil is dat de motorclub meteen verboden kan worden en dat zo de lastige toets vooraf via de rechter kan worden vermeden. Na een verbod kan een club wel in beroep gaan bij de rechter, die het verbod alsnog kan vernietigen als dat niet goed gemotiveerd is.

Je ziet steeds vaker dat de overheid het bestuursrecht inzet voor allerlei verboden

Volgens hoogleraar Henny Sackers, specialist op het terrein van het bestuurssanctierecht, past het plan van de minister in een trend. „Je ziet steeds vaker dat de overheid het bestuursrecht inzet voor allerlei verboden die via het strafrecht veel moeilijker zijn af te dwingen. Denk maar aan de bevoegdheden die burgemeesters hebben gekregen voor het sluiten van woningen en het afkondigen voor gebiedsverboden.” Ook op het terrein van terrorismebestrijding is deze trend zichtbaar, zegt hij. „Aan de ambtsketen hangt van de burgemeester hangt tegenwoordig ook een sheriff-ster. En nu wil de minister er ook één.”

3. Heeft de aanpak via het bestuursrecht ook nadelen?

Het bestuursrecht is geen vrijbrief om de rechtsbescherming van burgers af te pakken, stelt Sackers. „Uit eerdere jurisprudentie blijkt dat rechters grenzen stellen aan de toepassing van het bestuursrecht. Het beste voorbeeld daarvan is het alcoholslot dat in Nederland door de Hoge Raad en de Raad van State is afgewezen. Daarbij werd het bestuursrecht gebruikt als een verlengstuk van het strafrecht en daar waren onze hoogste rechtscolleges het niet mee eens. Ik raad de wetgever dan ook aan om die casus goed te bestuderen en de tijd te nemen om nieuwe wetgeving goed voor te bereiden.”

4. Bestaat zo’n verbod al in het buitenland?

In Duitsland kunnen motorclubs al langer worden verboden door de overheid. Vaak doet de deelstaat dat. Met zo’n verbod wordt de vereniging ontbonden, wordt het gebruik van de clubsymbolen verboden en worden alle bezittingen in beslag genomen. Het succes van de Duitse aanpak is lastig te meten, omdat de leden ook buiten de motorclub kunnen doorgaan met hun criminele activiteiten. Maar de clubleden worden in ieder geval wel sterk tegengewerkt door zo’n verbod. Soms verplaatsen Duitse clubs hun activiteiten naar het buitenland. België en Luxemburg hebben daar al eens over geklaagd. Volgens Sackers is het Duitse verbod geen goed voorbeeld voor Nederland door de andere wetgevingssystematiek.