Betere verpleegzorg kost nieuw kabinet 2,1 miljard

Daarmee is een flink deel van de geraamde extra begrotingsruimte vastgelegd, een mogelijke complicatie bij het formatieoverleg.

Staatssecretaris Martin van Rijn vorige week bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Foto Bart Maat/ANP

De door vele politieke partijen gewenste kwaliteitsverbetering van de verpleeghuiszorg laat een hoge rekening na voor de nieuwe, nog te vormen regering. Voor dit jaar trekt het huidige kabinet al 200 miljoen euro extra uit voor de invoering van het zogeheten ‘kwaliteitskader verpleeghuiszorg’ dat door het onafhankelijke Zorginstituut is vastgesteld. Dat bedrag zal de komende jaren met ongeveer een half miljard per jaar oplopen tot 2,1 miljard euro structureel vanaf 2021.

Dat schreef demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid, Martin van Rijn (PvdA) woensdagavond aan de Tweede Kamer. Dat bedrag was vorige week al via de media uitgelekt. De hoog oplopende kosten voor onder meer het aantrekken van 40.000 extra zorgmedewerkers betekenen dat een flink deel van de geraamde extra begrotingsruimte voor de komende jaren – tot 10,7 miljard euro in 2021 – al is vastgelegd. Dat kan een complicatie zijn bij het formatieoverleg voor een nieuw kabinet, dat woensdag door de nieuw aangestelde informateur Herman Tjeenk Willink nieuw leven is ingeblazen. Aan de andere kant: alle onderhandelende partijen hebben extra geld voor verpleeghuiszorg in hun verkiezingsprogramma beloofd: van 300 miljoen bij D66 tot 1,9 miljard bij de VVD.

De geraamde extra kosten voor de komende jaren zijn berekend door zowel de Nederlandse Zorgautoriteit als het Centraal Planbureau. Volgens Van Rijn gaat het om minimale bedragen want er is in de taxaties nog geen rekening gehouden met extra uitvoeringskosten voor de zorgkantoren en de inspectie voor de gezondheidszorg en de kosten voor het werven van personeel en transitiekosten.

Omdat de inhoud van de kwaliteitsmaatregelen voor de verpleeghuiszorg door het onafhankelijke Zorginstituut Nederland zijn vastgesteld – en al sinds begin dit jaar van kracht zijn – zijn de daarmee verbonden kosten „juridisch bindend”. Het nieuwe kabinet kan er niet meer omheen.

Tot de nieuwe kwaliteitseisen behoren onder meer strikte personeelsnormen. Zo moeten er minimaal twee zorgverleners beschikbaar bij „intensieve zorgmomenten”, zoals het naar bed brengen van bewoners. Ook moet er bij elk verpleeghuis zowel een verpleegkundige als een arts op elk moment van de week binnen een half uur ter plaatse kunnen zijn.