Recensie

Ballet Vlaanderen ontroert in ‘Café Müller’

Nadat vorig jaar De Warme Winkel dansvoorstelling opvoerde, neemt nu Ballet Vlaanderen het stuk op zich. Interessant vergelijkingsmateriaal: hoe verhoudt de representatie door een toneelgroep zich tot die door een klassiek balletgezelschap?

Plagiaat, citaat, presentatie, representatie, reprise, origineel, kopie – het waren de concepten waarmee de acteurs van De Warme Winkel vorig jaar goochelden in De Warme Winkel speelt De Warme Winkel. Virtuoze dialogen leidden naar de vraag of en hoe het gezelschap zich het iconische Café Müller (1978) van Pina Bausch artistiek zou kunnen toe-eigenen. Hoe authentiek kan een heropvoering überhaupt worden, zeker als die door acteurs en niet door dansers wordt uitgevoerd? Vervolgens werd de proef op de som genomen, en de choreografie bewonderenswaardig secuur nagedanst.

Deze maand heeft een tweede gezelschap Café Müller op het repertoire genomen: Ballet Vlaanderen. Die uitvoering, onder leiding van zeven oudgedienden van Tanztheater Wuppertal ingestudeerd, roept dezelfde vragen op als De Warme Winkel en levert interessant vergelijkingsmateriaal: hoe verhoudt zich de representatie door een toneelgroep tot die door een klassiek balletgezelschap?

In de uitstekende uitvoering van Ballet Vlaanderen wordt vooral duidelijk dat dansers – verrassend is dat niet – veel subtieler kunnen schakelen met hun fysieke expressie. Wat bij De Warme Winkel overhelde naar het groteske en de lading verloor, houdt in de voorstelling van de Vlamingen zijn ontroerende zeggingskracht. Joëlle Auspert bijvoorbeeld, weet het gevoel van machteloosheid van de aandoenlijke, onophoudelijk nerveus ronddrentelende vrouw geloofwaardig te belichamen. En de beklemming van de telkens mislukkende omhelzing van Nancy Osbaldeston en Laurie McSherry-Gray neemt, met het tempo van de herhaling, toe in plaats van af.

Met terugwerkende kracht is de prestatie van Mara van Vlijmen (De Warme Winkel), in de rol van de ‘slaapwandelaarster’ (in de oerversie gedanst door Bausch zelf), des te bewonderenswaardiger, al is in de dansante delen een duidelijk verschil zichtbaar. Waar bij de actrice de choreografie óp het lichaam lijkt geplakt, komt die bij de danseres (Shelby Williams) uít het lichaam, vloeiender en met een subtiele articulatie en sensitiviteit. Maar net als de huidige bezettingen van Tanztheater Wuppertal kunnen deze dansers de uitvoering van de oercast hooguit benaderen.

Hetzelfde geldt overigens voor Chronicle (1936) van Martha Graham, ook in het programma van de Vlamingen.

Het is een boeiend weerzien met de kenmerkende danstaal van de Amerikaanse moeder van de moderne dans te zien, maar overduidelijk is dat de authentieke grahamstijl niet in een paar weken valt te leren.