Recensie

Van Sonsbeecks grid van goudfolie is pijnlijk mooi

Beeldende kunst Lange banen dun goudfolie laten de Oude Kerk in Amsterdam prachtig glinsteren. En toch roept de abstracte compositie van Sarah van Sonsbeeck vooral beelden op van vluchtelingenleed.

Kunstenaar Sarah van Sonsbeeck bedekte de vloer van de Amsterdamse Oude Kerk met 333 thermische dekens. Foto Gert Jan van Rooij

Slachtoffers. Die associatie overvalt je vanzelf zodra je in Amsterdam de Oude Kerk binnenstapt, in de installatie van Sarah van Sonsbeeck. Op de kerkvloer, deels van oude grafstenen, legde ze 333 thermische dekens. Als lijkwades. Die gedachte had je tien jaar geleden niet eens gehad bij dit materiaal, want het is en was gewoon te koop bij bergsportwinkels, maar door mediabeelden is het inmiddels synoniem met verkleumde bootvluchtelingen. Bovendien liggen ze in de kerk in een strak grid, zoals op tv-beelden waar je hallen vol witte lakens ziet na een ramp. Van Sonsbeeck maakte paden vrij tussen de dekens en als je daar voorzichtig rondloopt, ervaar je het kunstwerk als een wandeling, een ritueel, wat past in een kerk of in een monument. En dat er exact 333 exemplaren bleken te passen, het is bijna alsof het geen toeval kan zijn.

Toch heeft dit thermische materiaal nooit om zo’n zware betekenis gevraagd. Door de mediabeelden van vluchtelingen gehuld in deze mantels associeer je deze abstracte compositie met mensenleed. En tegelijk is het – pijnlijk genoeg – ook mooi om te zien. Stel je voor: een kerk vol goud! Lange banen dun folie laten het schip van het gebouw glinsteren. Ineens valt op hoe de goudkleur terugkeert in de koperen kroonluchters en andere versieringen in de kerk, de zon valt door de glas-in-loodramen omlaag op die gouden vloer. Je zou het een sieraad voor de kerk willen noemen, als dat niet zo pervers zou klinken. Die dubbelheid maakt dit werk zo lastig: je wilt het mooi vinden, maar weet dat dat verwerpelijk is.

Stilte

Die spagaat is ontstaan door de media die al eerder het werk van Van Sonsbeeck inhaalden. Geïnteresseerd in goud werkte ze al met dit thermische folie toen de actualiteit het een nieuwe betekenis gaf. Toch lag haar thema heel ergens anders: ze onderzocht stilte. Met folie heeft ze een anti-dronetent gebouwd en de Faraday tent, om elektromagnetische straling buiten te houden. Haar behoefte aan afzondering bleek al in haar eerste kunstwerk: een factuur voor de huur die ze stuurde aan haar luidruchtige buren, omdat zij met hun herrie tachtig procent van haar leefruimte innamen. En vorig jaar nog reisde ze voor een studie naar geografische stilte naar Tristan da Cunha, een zeer afgelegen eiland in de Atlantische Oceaan.

Sandra Smallenburg had een telefonisch interview met Van Sonsbeeck toen ze op Tristan Da Cunha was: Hoe voelt afzondering als afstand niet meer bestaat?

Foto Gert Jan van Rooij

Maar stilte bestaat zelfs in de binnenstad van Amsterdam, in de Oude Kerk, die een geschiedenis heeft als havenkerk. Zachtjes ritselen de reddingsdekens als je erlangs loopt. De betekenis wordt er niet in dikke letters bij gezet, wat ruimte laat voor contemplatie. Wel richtinggevend is de titel, we may have all come on different ships, but we’re in the same boat now, als uitspraak toegeschreven aan Martin Luther King. Daarmee geeft Van Sonsbeeck aan dat wereldleed van ons allen is, je kunt je niet afkeren. Dat, gecombineerd met de soberheid maakt dit werk verteerbaar, wat bepaald niet vanzelfsprekend is, want vluchtelingenthematiek esthetisch vertalen kan uiteraard ook knap verkeerd uitpakken.

Maar in deze oude havenkerk, een plek met een functie als geestelijk redder, heerst in voldoende mate het gevoel van een ingetogen monument. Gelukkig heeft Van Sonsbeeck het aangedurfd om de boel niet aan te kleden met nog meer ingrepen. Slechts één toevoeging deed ze. In een zijkamer maakte ze een gong, van een zuurstoffles die ze cadeau kreeg op Tristan da Cunha en twee keer in brons liet gieten. Zo hangen die drie flessen daar. Als ze luiden, zweeft het geluid misschien wel terug overzee.